Oude liefde roest toch…

By Published On: 31 december 2019Categorieën: Analyses, Overpeinzingen, Partij (fragment)0 Reacties

Afgelopen wedstrijd tegen het eerste van Amersfoort werd ik bevangen door een aanval van sentimentaliteit. Wellicht een gevolg van de adrenaline was die nog door mijn lichaam gierde: om de speelzaal op tijd te bereiken was het noodzakelijk een taxi te nemen vanaf Alkmaar Centraal. Geen van mijn teamgenoten voelde zich blijkbaar geroepen om om 12:41 even bij het station te stoppen, ondanks het feit dat er een wagenpark van Waagtorenschakers gereed stond, waar Bhagwan jaloers op mocht zijn. Natuurlijk wist mijn chauffeur – naast een nogal paranoïde betoog over een complot tegen subsidie voor sportclubs in Alkmaar en omstreken – de langste weg van het station naar wijkcentrum Overdie op zijn duimpje. Nadat we via Akersloot weer langs de vuilverbranding enigszins op de gebruikelijke route waren teruggekeerd, waren intussen alle klokken wel ingedrukt.

Of het een indirecte wraakpoging op het gebrek aan solidariteit van de teamgenoten was, of een hang naar vroegere tijden, wie zal het zeggen. In elk geval meende ik dat de tijd rijp was om het aloude Konings-Indisch weer eens van stal te halen. Een beslissing waar ik na een zet of 9 nogal spijt van kreeg. Nu heeft deze opening altijd al een dubieuze reputatie genoten, maar wie herinnert zich niet schitterende overwinningen als deze:

En deze partij is wat mij betreft een creatief hoogtepunt, waarvan elke Konings-Indisch-speler kennis moet nemen:
*
En natuurlijk zijn er meer historische klassiekers die je ertoe kunnen verleiden dezelfde wegen te bewandelen:
In mijn jeugd was een van de eerste serieuze schaakboeken die ik in handen kreeg (het was in het jaar 1992) Bent Larsen, Master of Counter-Attack. Ik
ben er vrij zeker van dat dit boek mijn stijl – op mijn bescheiden niveau natuurlijk – sterk heeft beïnvloed. Larsen nam vaak nog grotere risico’s dan Tal in zijn pogingen te winnen. Petrosjan vertelt er een aardige anekdote over in zijn partijenverzameling, zeer de moeite waar overigens voor de serieuze schaakstudent die zijn strategisch denken wil verbeteren: “Say there are three games. If I play them your way, correctly, against strong master opponents, I’ll score a point and a half. On the other hand if I play my own way, I may be punished in one of three cases, but I’ll score two out of three all the same, and that’s what suits me better.” (Tigran Petrosian: Python Strategy, Quality Chess 2015, p. 304). Dit ‘risicovolle’ spel – maar dan vanzelfsprekend op laag niveau – het spel van een bluffer en gokker, die speculeert op de lafheid of gebrek aan rekenkracht van zijn tegenstanders, dat is heel herkenbaar. Een fraai voorbeeld is het volgende:
Aanvankelijk had ik het Konings-Indisch na een nogal smadelijke nederlaag tegen FM Eric de Haan opgegeven, zie https://www.waagtoren.nl/2014/01/25/knsb-beker-roemloze-aftocht/ voor een fraai verslag van deze in Metal-muziek gedoopte wedstrijd, hoewel ik het niet kon laten om Smirin’s fantastische boek  King’s Indian Warfare (wederom bij Quality Chess) en een aantal werkjes van een zekere Griekse GM aan te schaffen, in het kader van ‘je weet maar nooit’ en het is toch zonde van al die ervaring. Zo stortte ik me op andere openingen en dat ging naar tevredenheid en toch…nu ja, u begrijpt het al, ik ga u lastig vallen met een kleine analyse van mijn laatste geknoei in de externe wedstrijd. Zoals Walter me al een keer uitlegde: ga altijd voor de nieuwe liefde en vergeet de oude. Op schaakgebied een goed advies.