Boeken

By Published On: 13 november 2017Categorieën: Besprekingen, Boeken2s Reacties

Na in het verleden met veel plezier de boekenrubriek te hebben verzorgd in de clubbladen van Lange Rokade (0-0-0) en De Waagtoren, kwam er na het beëindigen van beide bladen, zo’n zeven jaar terug, de klad in. Schrijven voor een website? Nee, dat was niets voor mij. Je ging toch geen boekenrubriek lezen op een computer? Ik kon het me werkelijk niet voorstellen. Toch wil ik vanaf nu, mede op verzoek van een aantal clubleden, een dergelijke rubriek een serieuze kans geven. Wellicht zitten er toch een paar schakers tussen die de tijd en moeite zullen nemen deze boekenrubriek wél te lezen.

Het idee van Jan Poland dan maar eens te beginnen met het nieuwe, prijswinnende boek van Jan Timman (1951), Timman’s Titans, heb ik ter harte genomen. Bij deze!

Timman’s Titans, een aardige alliteratie, zorgt er in ieder geval voor dat de titel van dit nieuwe Timman-boek makkelijk te onthouden is!

Het woord Titaan, afkomstig uit de Griekse mythologie, waarmee in het gewone spraakgebruik een reusachtig, geweldig krachtig persoon wordt bedoeld, refereert dit keer aan tien voormalige wereldkampioenen, die Timman uitgebreid bespreekt in dit bijzonder lezenswaardige boek.

Matthew Sadler geeft het in het New in Chess Magazine nr.8, 2016 vier van de vijf sterren, omdat het een mooi beeld geeft van de grote schakers van de afgelopen tachtig jaar, geïllustreerd met anekdotes, persoonlijke herinneringen en geannoteerde partij(fragmenten), waarvan velen gespeeld tussen Timman en de wereldkampioenen die hij beschrijft. Een genot om te lezen, mede door het vermijden van ellenlange varianten en het ‘slechts’ benoemen van de belangrijkste tactische en positionele stellingskenmerken. Interessant is dat Timman er bewust voor heeft gekozen ook minder bekende partijen te laten zien, onder andere van Botwinnik, iemand waartegen hijzelf nooit heeft gespeeld.

English Chess Federation Book of the Year Award

Een van de meest pretentieuze schaakboekenprijzen is de zogenaamde English Chess Federation Book of the Year Award. Om de pijn van jarenlang niets over schaakboeken te hebben geschreven enigszins te verzachten hieronder een lijstje van de vorige vijftien winnaars van deze prijs:

In 2016: Chess for Life – Matthew Sadler & Natasha Regan

 in 2015: Positional Decision Making in Chess – Boris Gelfand

2014: Mikhail Botvinnik: The Life and Games of a World Chess Champion – Andrew Soltis

2013: How I Beat Fischer’s Record – Judit Polgar

2012: Move First, Think Later: Sense and Nonsense in Improving Your Chess – Willy Hendriks  

2011: Nunn’s Chess Endings Volume 1 + 2 – John Nunn

2010: Attacking Manual Volume 1 + 2 – Jacob Aagaard

2009: Kasparov vs Karpov 1975-1985 – Garry Kasparov

2008: From London to Elista: The Insite Story of the World Chess Championships. Matches that Vladimir Kramnik Won Against Garry Kasparov, Peter Leko and Veselin Topalov – Evgeny Bareev

2007: San Luis 2005 – Alik Gershon

2006: Van Perlo’s Endgame Tactics: A Comprehensive Guide to the Sunny Side of Chess Endgames – Ger van Perlo

2005: Garry Kasparov on Fischer: My Great Predecessors, Part IV – Garry Kasparov

2004: Pal Benko: My Life, Games and Compositions – Pal Benko

2003: Garry Kasparov on my Great Predecessors, Part 1 – Garry Kasparov

2002: Fundamental Chess Endings – Karsten Müller

Als je deze schaakboeken in je kast hebt staan, heb je al een aardig beginnetje gemaakt met te kiezen voor kwaliteit, in plaats wat velen doen; een enorme berg vaak nietszeggende openingsboeken aanschaffen, waar je als amateur zelden iets aan hebt.

Dit jaar bestond de shortlist uit: King’s Indian Warfare! van de Israelische grootmeester Ilya Smirin, My Secrets in the Ruy Lopez geschreven door voormalig wereldtopper Lajos Portisch, Thinking Inside the Box van de Deense veelschrijver Jacob Aagaard en natuurlijk Timman’s Titans.

Tijdens het toernooi op het Isle of Man waar Timman goed begint met 4,5 uit 7 met tegenstanders als Rapport, Gelfand, Vallejo en Leko, maar hij  zijn laatste twee partijen verliest, beide keren na een kort moment van schaakblindheid, wordt bekendgemaakt dat  hij van het viertal genoemde titels The Book of the Year Award van de Engelse schaakbond heeft gewonnen voor Timman’s Titans.

Het juryrapport begint met: ‘The judges unanimously agreed on a chess book which covers nearly every aspect of chess: history, character, ambition, styles of play, technical aspects, a rare chess set, wives and even dreams!’ En eindigt met: ‘Timman’s Titans is the most informative, interesting and revealing book on the world champions covered both people and chess players.’

Timman een voormalig wereldkampioenskandidaat, die in 1982 na Anatoly Karpov tweede op de FIDE wereldranglijst staat, is tevens de auteur van een groot aantal geprezen bestsellers zoals Curaçao 1962, On the Attack, Power with Chess Pieces en The Art of the Endgame.

Gedurende lange tijd is Timman een van de beste schakers van de wereld, die briljante successen achter het bord combineert met zijn passie voor schrijven en het bijzonder nauwgezet analyseren van zijn eigen partijen en zijn rivalen. Twee keer is hij bijzonder dicht bij een match tegen wereldkampioen Garry Kasparov, maar verliest hij tweemaal de finale van de kandidatenmatches. In 1990 gaat hij in Kuala Lumpur met 6,5-2,5 ten onder tegen Karpov en drie later in El Escorial is Short met 7,5-5,5 net een maatje te groot.   

Omdat Kasparov en Short zich in 1993 afscheiden van de FIDE en hun eigen schaakbond, de PCA (Professional Chess Association) oprichten, mag Timman in november van datzelfde jaar een ‘troostmatch’ spelen tegen Anatoly Karpov, die met 12,5-8,5 door de voormalige wereldkampioen ruimschoots wordt gewonnen.

In dit fascinerende boek portretteert Timman tien wereldkampioenen (Aljechin, Euwe, Botwinnik, Smyslov, Tal, Petrosjan, Spasski, Fischer, Karpov en Kasparov) die een belangrijke rol in zijn leven en carrière hebben gespeeld, waaronder kampioenen die hem hebben geïnspireerd, maar ook kampioenen waartegen hij heeft gespeeld. Alexander Aljechin (1892 – 1946) heeft hij nooit ontmoet, maar het verhaal hoe hij in Lissabon een van de laatste schaaksets koopt die toebehoorde aan de vierde wereldkampioen, is een hoogtepunt in het boek. En ook Timmans relaas als hij Michail Botwinnik bezoekt in zijn datsja (een Russisch buitenhuis), waar hij De Patriarch (Botwinniks bijnaam) observeert wanneer die een van zijn, in een ver verleden, gewonnen lauwerkransen omdoet, is  bijzonder ontroerend.

Timman heeft een goed oog voor detail en een geweldig geheugen dat hem zichtbaar helpt zijn insiders blik met betrekking tot de grote kampioenen met veel genoegen te delen. Hij presenteert een persoonlijke kijk op deze geweldenaars hetgeen een fascinerend inzicht oproept van de bijbehorende periodes in de schaakgeschiedenis.

Elk portret wordt gecomplementeerd met een rijke selectie van illustratieve partijen, geannoteerd in Timmans kenmerkende heldere schrijfstijl. Altijd to the point, scherp en kristalhelder laat hij de hoogte, maar ook de dieptepunten zien van de partijen van kampioenen, inclusief de meest memorabele partijen die hij zelf tegen hen heeft gespeeld.

In het voorwoord zegt Timman: ‘Het idee voor dit boek begon in 2001 met het verhaal De porseleinen schaakstukken, een verslag van een bezoek in Lissabon waar ik een jaar daarvoor was geweest, waar ik deze stukken kocht die ooit van Aljechin waren geweest. Daarna schreef ik twee portretten over Michail Tal en Michail Botwinnik voor het Nederlandse literaire schaaktijdschrift Matten in 2007. In 2011 werden deze drie verhalen samen met zeven ander schaakportretten o.a. over Boris Spasski, Bobby Fischer, Garry Kasparov en Magnus Carlsen gepubliceerd onder de titel Schakers. Twee jaar later vroegen Allard Hoogland en Dirk Jan ten Geuzendam van New in Chess aan mij een boek te schrijven over de wereldkampioenen, maar dan uitgebreider waarin ook het schaaktechnische aspect werd meegenomen.  Een hele klus, maar ook een uitdaging, omdat het me zou terugbrengen naar de romantische tijden dat het schaken nog niet werd gedomineerd door de computer. Na er goed over te hebben nagedacht besloot ik mijzelf te beperken tot de wereldkampioenen wiens carrière reeds was beëindigd en besloot het boek te beginnen met Aljechin, de enige speler die ik nooit heb leren kennen, omdat hij meer dan vijf jaar voordat ik werd geboren, stierf. Max Euwe kende ik heel goed, ondanks een leeftijdsverschil van een halve eeuw. Eigenlijk is dit de eerste keer dat ik over hem schrijf, meer dan dertig jaar na zijn dood. Ik heb nooit tegen hem gespeeld en dit geldt ook voor Botwinnik en Fischer. Tegen de andere wereldkampioenen heb ik vele harde gevechten geleverd waarvan ik de meest boeiende heb geselecteerd. Sommige partijen heb ik volledig geannoteerd, van andere laat ik slechts fragmenten zien. Ook laat ik veel verschillende facetten van het spel van deze kampioenen zien waarbij ik heb nagestreefd zoveel mogelijk informatie te presenteren dat onbekend is voor een zo groot mogelijk schaakpubliek.’

De wereldkampioenen

Over elke wereldkampioen heeft Timman wel iets boeiends te vertellen. Over Aljechin dat er niemand zo goed op beide vleugels kon spelen als hij en dat hij de vreemde gewoonte had regelmatig zijn eigen zetten met maar liefst twee uitroeptekens gepaard te doen gaan .

Een persoonlijk portret is het verslag over Euwe, die Timmans ouders goed heeft gekend. In 1962 spelen beide broers Timman (Ton en hijzelf) mee in een simultaan tegen Euwe. Ton, die goed op de hoogte is van de laatste theoretische ontwikkelingen komt heel goed te staan, maar biedt uit respect voor zijn grote tegenstander remise aan hetgeen wordt geweigerd met de woorden: ‘Nee, want je krijgt niet veel kansen meer tegen mij te spelen’. Het is het eerste dat Timman Euwe hoort zeggen. Ton wint, zoals toegestaan. Timman zelf heeft een stuk moeilijker en komt slecht  uit de opening. Timman: ‘Als mijn geheugen mij niet in de steek laat, ging de partij als volgt’:

Max Euwe – Jan Timman

Den Haag, 1962

1.d4 e6 2.c4 f5 3.g3 Pf6 4.Lg2 Lb4+ 5.Ld2 De7 6.Pf3 0-0 7.0-0 Lxd2 8.Dxd2 d6 9.Pc3 Td8 10.Tad1 Pbd7 11.Tfe1

Hier kwam ik tot de conclusie dat het geplande 11..e5 niet goed zou zijn, maar zag ook dat wit dreigt zijn eigen e-pion op te spelen en besloot daarom tot de volgende noodmaatregel.

11..Pe4

Na het uitvoeren van deze zet trok Euwe zijn wenkbrauwen op, waarschijnlijk omdat hij deze zet niet had verwacht.

12.Pxe4 fxe4 13.Pg5 d5 14.f3 exf3 15.exf3

Ik kan me herinneren dat deze manier van nemen mij verbaasde. Ik had nog nooit gezien dat wit in deze stelling met de pion kon terugnemen, maar realiseerde me onmiddellijk hoe sterk dit strategisch was en wit  heel goed komt te staan. Later in de partij speelde Euwe te snel f4-f5, waarna zijn voordeel grotendeels  teniet werd gedaan en we in een eindspel terechtkwamen met open e- en f-lijnen en Euwe remise voorstelde hetgeen direct werd geaccepteerd.

Ook haalt Timman nog even Smyslov aan die in My Great Predecessors (de vijfdelige serie van Kasparov over zijn illustere voorgangers!) zegt dat Euwe, die vaak wordt onderschat als wereldkampioen (Aljechin zou regelmatig dronken zijn geweest tijdens hun WK-match in 1935) volkomen terecht de vijfde wereldkampioen was geworden, gewoonweg omdat hij heel goed speelde in deze periode.

Michail Botwinnik speelt weer een hele andere rol in Timmans leven. Als hij 10 jaar oud is, ontdekt hij bij zijn grootmoeder thuis het bekende boek van Hans Müller: Zó speelt Botwinnik, dat grote invloed op hem zal hebben; Botwinnik zal vanaf nu zijn leermeester zijn. Behalve een groot strateeg, is hij een grootmeester in het analyseren van afgebroken partijen, waaronder de beroemde 23e matchpartij tussen Botwinnik en Bronstein in 1951.

Michail Botwinnik – David Bronstein

Moskou, 1951

Deze partij die Botwinnik moest winnen om nog enige kans te hebben zijn wereldtitel te behouden, omdat hij na 22 van de 24 te spelen partijen met 11,5-10,5 achterstond, werd na 41 zetten afgebroken in bovenstaande stelling, die nu al volgt verder ging:

42.Ld6 Pc6 43.Lb1 Kf6 44.Lg3! fxe4 45.fxe4 h6 46.Lf4 h5 47.exd5 exd5 48.h4 Pab8 49.Lg5+ Kf7 50.Lf5 Pa7! 51.Lf4 Pbc6 52.Ld3 Pc8?

De enige fout. De correcte verdediging bestond uit 52..Pe7! waarna wit geen voortgang kan boeken na 53.Le2 Kg6 54.Lc7 Pf5 55.Ld3 Kf6 56.Lxb6 Pc6 en wit kan zijn h-pion niet meer beschermen.

53.Le2 Kg6 54.Ld3+ Kf6 55.Le2 Kg6 56.Lf3! P6e7 57.Lg5!

Fixeert de zwarte stukken en is een prachtig voorbeeld van het nadeel van twee paarden die elkaar dekken. Als het paard in plaats van op e7 op a7 zou hebben gestaan, zou zwart geen problemen hebben. Nadat de tweede tijdcontrole was bereikt gaf Bronstein na 40 minuten te hebben nagedacht, gedesillusioneerd op, hetgeen redelijk vroeg lijkt, maar volkomen terecht is. Zwart staat inderdaad verloren. Zowel Botwinnik als Kasparov geven de volgende variant: 57..Pc6 58.Lxd5 Pd6 59.Lf3 Kf5 60.Lc1 b5 61.Lxc6 bxc6 62.a5 en de a-pion beslist.

Dit had tot gevolg dat de stand weer gelijk was: 11,5-11,5. In de laatste 24e partij lukte het Bronstein met de witte stukken niet meer enig voordeel te behalen en accepteerde na 22 zetten het remiseaanbod van Botwinnik, die daarmee ternauwernood zijn wereldtitel behield.

Vassily Smyslov de 7e wereldkampioen en kort de opvolger van Botwinnik, is de eerste tegen wie Timman daadwerkelijk heeft gespeeld. De eerste keer dat ze tegen elkaar uitkomen is in Hastings 1969/70 een partij die na 56 zetten in remise eindigt. Zeven partijen verder is het Timman nog steeds niet gelukt één keer van Smyslov te winnen. Dit lukt hem pas in het Interpolistoernooi van 1979 waar Smyslov bijzonder slecht speelt en afgetekend als laatste eindigt. Timman geeft aan weinig trots te zijn op deze eerste zege. Na een spannende remise in Bad Lauterberg 1979 en wederom een nederlaag in Moskou 1981 waar Smyslov als gedeeld tweede eindigt na Karpov, wint Timman in Bugojno 1984 (het toernooi schrijft hij ook op zijn naam) eindelijk een goede partij van Smyslov.

Naast partijen heeft Timman van Smyslov, die een begenadigd eindspelcomponist was, een vijftal studies van hem in het boek opgenomen, hetgeen niet zo gek is, omdat Timman deze tak van de schaaksport eveneens uitstekend beheerst!  

Groot is Timmans liefde voor Michail Tal, de Tovenaar uit Riga, wiens graf hij in april 1995, drie jaar na zijn dood, bezoekt samen met Vladimir Kramnik, Nigel Short en Edvins Kengis. Ook herinnert Timman zich de talloze vluggertjes die ze in 1973 in het Kennemerduin Hotel in Wijk aan Zee tegen elkaar hebben gespeeld en hij Tal, die een buitengewoon goede snelschaker was, verpletterde. In het   partijgedeelte beschrijft hij Tal als een ontsnappingskunstenaar met een enorme drang naar vrijheid en creativiteit, zowel in zijn partijen als in dagelijks leven waarin drank en vrouwen naast het schaken een belangrijke rol speelden.

In Skopje, tijdens de schaakolympiade, kruisen Timman en Tal voor de eerste keer de degens. Na slechts twintig zetten is het punt voor de Letse oud-wereldkampioen.

Michael Tal – Jan Timman

Skopje, 1972

1.Pf3 g6 2.e4 d6 3.d4 Pf6 4.Pbd2 Lg7 5.Lc4 0-0 6.De2!

En niet 6.0-0 vanwege het schijnoffer op e4.

6..c6 7.Lb3 Lg4 8.e5! dxe5 9.dxe5 Pd5 10.0-0 Pd7 11.h3 Lf5 12.Te1 Dc7 13.Pf1 Tad8 14.Pg3

Wit kruipt steeds meer richting de zwarte koning. De pion op e5 geeft wit aanvalskansen.

14..Le6 15.De4!

Op weg naar h4.

15..Tfe8 16.Dh4! f6

Nodig om veld g5 te dekken. Na 16..Pxe5 is 17.Pg5 vernietigend en na 16..Lxe5 17.Pxe5 Pxe5 18.f4 Pd7 19.f5! gxf5 20.Lxd5 cxd5 21.Ph5 heeft wit een beslissende aanval.

17.Lh6 Pxe5?

Zwart vergeet de bedoeling van zijn vorige zet. Noodzakelijk was 17..Pc5 en wits voordeel blijft beperkt.

18.Txe5!!

De elegante weerlegging.

18..fxe5 19.Pg5

En niet 19.Lxg7? vanwege 19..Kxg7 20.Pg5 Lg8!

19..Lf6

Er is niets meer aan te doen wegens de dreiging Lxg7.

20.Pxe6 (1-0).

Tien jaar later, in Wijk aan Zee boekt Timman, ondanks slaapproblemen, in de laatste ronde van het Hoogoventoernooi een onverwachte eerste zege tegen de voormalige wereldkampioen in de jaren 60-61. Later zal het Timman nog drie keer lukken Tal te verslaan, maar de onderlinge score van 6-4 met 22 remises zal voor eeuwig in Tals voordeel blijven.

Kort voor zijn dood op 28 juni 1992, vlucht de 55-jarige leeftijd Tal uit een ziekenhuis om aan een snelschaaktoernooi in Moskou mee te doen waarin hij van Kasparov wint, die op dat moment op het hoogtepunt van zijn roem staat. Het indrukwekkende filmpje van deze partij + bijbehorend commentaar is op YouTube te zien!

Tegen Tigran Petrosjan, wereldkampioen van 1963 -1969, zal Timman er nooit in slagen een partij te winnen. Misschien wel vanwege zetten zoals deze:

Samuel Reshevsky – Tigran Petrosjan

Zurich, 1953

25..Te6!!

Een verbluffend (Russisch!) kwaliteitsoffer! De partij eindigde uiteindelijk na 40 zetten in remise!

Pas in de zeventiende onderlinge ontmoeting, na vier nederlagen en twaalf remises, verslaat Timman de tiende wereldkampioen, die misschien nog wel beroemder is geworden vanwege zijn match tegen Fischer in Reykjavik dan zijn grote prestaties op het schaakbord. Boris Spasski  de oudst nog levende wereldkampioen was in de jaren zestig en zeventig een fenomeen, die iedereen – inclusief Bobby Fischer – meermalen versloeg. Was het niet tijdens een toernooi, dan was het wel in een van de vele door hem gespeelde (kandidaten)matches. Wie het ook was: Keres, Geller, Tal, Larsen, Kortsjnoi, Petrosjan, Hort of Portisch, allemaal moesten ze regelmatig onder het juk door. Boris Vasiljevitsj Spasski was een allround speler, die alle aspecten van het spel uitstekend beheerste.

Zoals gezegd is met name Fischer degene geweest die grote invloed heeft gehad op Spasski’s leven. Behalve de legendarische match in 1972 spelen ze twintig jaar later in het kapotgeschoten Joegoslavië een nog vreemdere tweekamp, die ook nu door een nog ‘gekkere’ Fischer wordt gewonnen. ‘Gek’, omdat hij zichzelf als de ‘enige echte’ wereldkampioen uitroept, alsof er nooit een Karpov en Kasparov zijn geweest.

Timman kiest er voor, in plaats van een keuze te maken uit het overbekende My 60 Memorable Games, zeven minder bekende partijen te bespreken en uitgebreid te analyseren, hetgeen hij met verve doet.

Hij eindigt zijn stuk over Fischer met een prachtige anekdote, die ik de lezer van deze boekbespreking niet wil onthouden. Gedurende de hiervoor genoemde match in het voormalige Joegoslavië, verblijft een goede vriend van Fischer de Argentijn Miguel Quinteros met zijn vriendin in een luxueus hotel in Belgrado, hetgeen gepaard gaat met goede wijn en de gewoonte van Quinteros vanuit zijn kamer lange intercontinentale telefoongesprekken te voeren. Na meer dan twee maanden loopt de rekening op tot een som van 327.000 dollar. Zonder met zijn ogen te knipperen, betaalt Fischer het volledige bedrag.

En dan Timmans grootste rivaal  en titaan van de absolute buitencategorie: Anatoly Karpov, waartegen Timman meer dan honderd keer zal spelen. Een werkelijke titanenstrijd, hoewel de Rus, geboren in hetzelfde jaar 1951 wel héél veel vaker als winnaar uit deze strijd zal komen dan de Nederlandse grootmeester. Na 103 klassieke partijen wint Karpov er meer dan drie keer zoveel als Timman: +30-9 met 64 remises, waarvan Timman, eerlijk is eerlijk, er een behoorlijk aantal in zijn voordeel had moeten beslissen, maar door zowel blunders van zijn kant als het geniale tegenspel (soms in straalverloren stellingen) van de aalgladde Karpov dit uiteindelijk toch mislukte.

Na een redelijk goed begin (na 21 partijen is de stand +7-3=11 in het voordeel van Karpov), wint Timman na zijn laatste zege in Mar del Plata 1982 en vele, vele nederlagen (met 1988 als dieptepunt met vijf nederlagen en vijf magere remises), pas in 1991 in het Rapid Immopar toernooi in Parijs eindelijk weer eens van Karpov. En dan nog wel twee partijen achtereen!  En hoewel het ‘slechts’ om  rapidpartijen gaat, is de ban toch gebroken. Zowel in het ijzersterk bezette Linares 1992 en Linares 1993 verslaat hij de 12e wereldkampioen. En hoewel hun FIDE WK-match in datzelfde jaar met duidelijke cijfers (12,5-8,5) door Karpov wordt gewonnen, moet hij toch twee keer zijn koning omleggen tegen de Amsterdamse grootmeester, die hem ook in Hoogeveen 1999 de baas is.

In 2016 te Moermansk lukt het Timman, voor de eerste keer weliswaar, een korte match van slechts vier partijen in zijn voordeel te beslissen. Met 2,5-1,5 (+1=3) wint hij van zijn grote tegenstrever.

Hoewel Timman zijn zwartpartij in het door hem gewonnen toernooi van Mar del Plata 1982 als zijn mooiste zege op Karpov beschouwt, is dit wat mij betreft zijn eerste overwinning in Bugojno 1978.

Jan Timman – Anatoly Karpov  

Bugojno, 1978

1.c4 e6 2.Pc3 d5 3.d4 Le7 4.cxd5 exd5 5.Lf4 Pf6

Het is ongewoonlijk een normale ontwikkelingszet zo vroeg te kritiseren, toch is de tekstzet onnauwkeurig, omdat wit nu een welbekend systeem kan spelen met een extra tempo. Beter is 5..c6 6.e3 Lf5 zoals Petrosjan deed tegen Botwinnik en Karpov ook later tegen Kasparov zou doen.

 6.e3 0-0 7.Dc2 c6 8.Ld3 Te8 9.Pf3 Pbd7 10.0-0-0

Zonder aarzeling gespeeld. Portisch had vorig jaar tegen Larsen met de loper op g5 in plaats van f4, eveneens lang gerokeerd, om vervolgens naar f4 terug te spelen. Met een tempo meer lijkt het al bijna onspeelbaar voor zwart.

10..Pf8 11.h3 Le6 12.Kb1 Tc8 13.Pg5

Goed is ook 13.g4 bijvoorbeeld: 13..c5 14.Lb5 Ld7 15.Lxd7 Dxd7 16.dxc5 Txc5 17.Dd3 met duidelijk voordeel voor wit.

13..b5 14.Le5 h6 15.Pxe6 Pxe6 16.g4 Pd7

Na afloop was Karpov heel erg ontevreden over deze zet. 16..Ld6 is inderdaad beter, omdat het voor wit dan niet zo gemakkelijk is zijn koningsvleugelpionnen op te spelen.

17.h4!

Ongetwijfeld kwam dit pionoffer als een onaangename verrassing voor de wereldkampioen. Nu dacht Karpov ruim een uur (!) na, zodat hij slechts een half uur over had. Mijn bloed begon sneller te stromen door mijn aderen, mijn hart ging sneller kloppen en mijn zelfvertrouwen groeide gestadig. Veel minder sterk was 17.Lg3, waarna zwart door 17..Lh4 de koningsvleugel vast kan leggen.

17..b4 18.Pe2 Lxh4 19.f4 c5 20.La6 Le7

20…Tc6 helpt niet wegens 21.Lb5 gevolgd door 22.Lxd7 en de loper op h4 blijft hangen. En ook na  20..Pxe5 21.dxe5 Tb8 22.Lc4 zou zwart in grote moeilijkheden verkeren.

21.Lxc8 Dxc8 22.Pg3!

Actief spel en ook de eerste keus van de computer!

22..f6 23.Txh6!

De pointe! Beide witte stukken blijken onkwetsbaar. Bijvoorbeeld 23..gxh6 24.Dg6+ Kf8 25.Pf5! Pxe5 26.dxe5 Ld8 27.Dxh6+ Kg8 28.Dg6+ Kf8 29.Th1.

23..Pef8 24.Th3 c4 25.Pf5 fxe5 26.fxe5 Dc6 27.Tdh1 Pg6

28.Pd6?

Met het oog op de tijdnood van mijn tegenstander speelde ik deze voor de handliggende zet à tempo. Met 28.Pxg7! had wit de partij combinatoir kunnen beslissen. Na 28..Kxg7 29.Th7+ Kg8 30.Th8+ Pxh8 31.Dh7+ Kf8 32.Dxh8+ Kf7 33.Th7+ gaat zwart geforceerd mat.

28..Pdf8 29.Pxe8 Dxe8 30.Th5 Dc6 31.Df5

31..a5 32.e6

Wikkelt af naar een gewonnen eindspel. Karpov gaat door tot het afbreken.

32..Dxe6 33.Dxd5 a4 34.Tc1 c3 35.bxc3 bxc3 36.Txc3 Dxd5 37.Txd5 Pe6 38.Kc2 Kf7 39.Ta5 Pg5 40.Tc6 Pe4 41.Txa4 Pf6 42.Ta7 Pd5 43.Txg6 Kxg6 44.e4 Pb4+ 45.Kb3 Lf8 46.Tb7 (1-0).

Timman: deze overwinning betekende voor mij natuurlijk zeer veel. Voornamelijk omdat ik één der topspelers regelmatig en krachtig had verslagen, juist toen mijn zelfvertrouwen heel laag was.

Ook aan zijn onderlinge score tegen Garry Kasparov zal Timman niet met heel veel plezier terugdenken. Had hij tegen Karpov nog een kans, tegen Kasparov is hij na een goede start in 1981 en winst in het Interpolistoernooi en later in 1985 als Kasparov wereldkampioen is geworden, een zege in de KRO-match, volkomen kansloos. Meer dan twintig nederlagen zijn zijn deel met als uitzondering Timmans overwinning in het reeds eerder genoemde rapidtoernooi in Parijs 1991 als hij Kasparov in de finale met 1,5-0,5 verslaat. Slechts in 1999, in de haven van Rotterdam, lukt het Timman de meest dynamische schaker van zijn tijd en de jongste wereldkampioen ooit (22 jaar), met heen en weer schuivende containers als stukken, eindelijk weer eens te verslaan.

Timman  doet zijn mooiste zet tegen Kasparov in de derde matchpartij in Hilversum 1985.

Jan Timman – Garry Kasparov 

Hilversum, 1985

32.Pf6!

Een prachtig paardoffer, hoewel de computer 32.Txc6 als nog sterker aangeeft. Na 32..Da7 33.Dc3+ Te5 34.Te3! Ta1+ 35.Kh2 Tc1 36.Dd2 staat wit duidelijk beter.

32..Txe1+  33.Txe1 Kxf6

De beste zet.

34.Dc3+ Pe5

Een paar dagen later gaf Kasparov aan dat hij met 34..Pg5 de partij remise had kunnen houden, hetgeen inderdaad juist blijkt te zijn!

35.f4

De pointe van het paardoffer. Wit krijgt onder bijzonder gunstige omstandigheden het stuk weer terug.

35..La4

De beslissende fout. 35..Kg7 was noodzakelijk. Na 35..Kg7 36.fxe5 dxe5 37.Db2 Ta8 of 37..Da7+ zou de balans nog steeds niet verstoord zijn.

36.fxe5+ dxe5 37.d6!

Een mokerslag. Zwart heeft geen verdediging meer.

37..Dxd6 38.Df3+ Ke7 39.Dxf7+ Kd8 40.Td1 Ta1 41.Df6+ (1-0).

Timman eindigt zijn fantastische boek met een lijst van aanbevolen titels over de wereldkampioenen waarvan ik u de belangrijkste niet wil onthouden.

Aljechin: het meest complete boek over Aljechin is Alexander Alekhine’s Chess Games 1902-1946 van Skinner en Verhoeven met 2543 partijen en veel biografische gegevens en anekdotes. Geef je de voorkeur aan Aljechins eigen commentaar dan is er My Best Games of Chess 1908-1937 met 220 partijen.

Euwe: Partijen van Euwe vind je in From my Games (75 partijen in de periode 1920-1937) en Keuze uit zijn beste partijen, vooral uit de periode daarna met 50 partijen. Voor biografische gegevens (en natuurlijk ook partijen!) is er het bekende boek van Alexander Münninghoff over Euwe.

Botwinnik: er is geen enkele wereldkampioen geweest die zoveel van zijn eigen partijen heeft geanalyseerd als hij. In Botvinnik’s Best Games (drie delen) vind je 379 geannoteerde partijen terug. Ook zijn er de vele in het Nederlands verschenen boeken als Zó speelt Botwinnik van Hans Müller (Behalve het lievelingsboek Jan Timman ook dat van Wim Andriessen waarover hij altijd heeft gezegd er heel veel van te hebben geleerd.). Van de hand van Botwinnik zelf zijn er Keur van zijn (en mijn) beste partijen. Ook de biografie van de Amerikaan Soltis Mikhail Botvinnik (2014) uitgegeven door McFarland is een absolute topper en in datzelfde jaar de winnaar van de English Chess Federation Book of the Year Award!

 Smyslov: 125 Selected Games is een uitstekend boek over Smyslov.

Tal: hoewel er heel veel boeken over Tal zijn geschreven, zijn er eigenlijk maar twee écht goede boeken op de markt: Life and Games of Mikhail Tal en zijn eerste boek over zijn match tegen Botwinnik.

Petrosjan: The Games of Tigran Petrosian Vol. One: 1942-1965 en Vol. Two: 1966-1983 van Edouard Shekhtman is het beste dat er over Petrosjan is gepubliceerd, maar helaas (voor een behoorlijk hoge prijs!) alleen nog tweedehands op de kop te tikken.

Spasski: Zoals Timman terecht aangeeft, is er eigenlijk geen enkel goed boek over Spasski verkrijgbaar (‘een gat’ in de markt?). De belangrijkste reden is dat Spasski (een ‘geboren luiaard’), zelden zijn eigen partijen annoteerde. Soloviov’s Boris Spassky’s 400 Selected Games is, ondanks de oppervlakkige analyses, dan toch nog een heel aardig boek over de 10e wereldkampioen.

Fischer: Naast het legendarische My 60 Memorable Games (waarvoor we niet alleen Fischer, maar ook Larry Evans, die bij elke partij de inleiding schreef voor eeuwig dankbaar moeten zijn), is er het in 2009 verschenen Bobby Fischer; The Career and Complete Games of the American World Chess Champion van Karsten Müller.  

Karpov: Het in het Duits gepubliceerde Wie ich kämpfe und siege (1984) met 50 partijen en My best Games uit 1970 zijn goede partijverzamelingen over Karpov. Ook Karpov over Karpov uit 1991 is in veel opzichten een interessant boek omdat Karpov veel vertelt over het (schaak)leven in de voormalige Sovjet-Unie.  

Kasparov: The Test of Time (1986), waarin hij naast de schaaktechnische aspecten ook zijn vroegere carrière onder de microscoop legt, is een uitstekend boek en dit geldt ook voor de boeken die Kasparov schreef over zijn eerste twee matches tegen Karpov. Ook My Great Predecessors met uitvoerige analyses over de voormalige wereldkampioenen zijn prachtig leesvoer.

Kortom, meer dan genoeg schaakboeken om aan te schaffen, te lezen en niet te vergeten grondig (!) te bestuderen! Veel leesplezier!

Jan Timman: Timman’s Titans, 320 pagina’s, Uitgever New in Chess 2016. Prijs: € 26,95

 

 

2 Comments

  1. TF 13 november 2017 at 22:09

    Dank je wel Marten!
    Hiervoor haal ik met plezier mijn schaakbord uit de kast voor een paar uurtjes vertier!

    Het blijkt dat de meest lezenswaardige rubriek uit het clubblad nog beter tot zijn recht komt vanaf een computerscherm 😉

  2. alexalbrecht 14 november 2017 at 08:07

    Marten, prachtig ! Je stuk maakt mij zo nieuwsgierig dat ik een goede reden heb om het boek aan te schaffen !
    In de partij Jan Timman – Garry Kasparov moet 34…Pg5 denk ik Kg5 zijn ?

Leave A Comment