Op 6 januari 1946 kwam Eddie Kayser (Bandung 1922) in Nederland aan, na krijgsgevangene te zijn geweest van de Japanse bezetter van het toenmalige Nederlands Indië. Hij werd bij een gezin in Alkmaar geplaatst, waar de zoon des huizes hem naar V.V.V. bracht en hij direct lid van de schaakclub werd. Zo staat het beschreven  in de Alkmaarsche Courant, waar verslaggever Co Buysman hem een interview afnam en zoals het later werd overgenomen door Marten Coerts voor zijn boekenrubriek in 2008.
Zijn grootste schaaksucces boekte Kayser niet lang daarna. In het Hoogoventoernooi van 1951 was hij geplaatst in een van de twee gelijkwaardige ‘reservegroepen’. Die groepen kwamen meteen na de ‘Internationale Hoofdgroep’ een tienkamp die gewonnen werd door de Argentijnse grootmeester Pilnik. Beste Nederlander was bij afwezigheid van Euwe, Haije Kramer die gedeeld derde werd, terwijl Donner, de verrassende winnaar van 1950, niet verder kwam dan een achtste plaats (3½ punt).
Kayser won met de overtuigende score van 7 ½ uit 9 groep A II voor B.F.M.Grapperhaus en J.C.Apking 6 ½; S.From (Denemarken) en W.J.Bos 4 ½ punt. De overige deelnemers waren  J.G.T.Donk, Waling Dijkstra, Van Vliet, Menzel en Jan van der Zande. In ‘Het Logboek’ dat indertijd gemaakt werd, vinden we naast de partijen uit de hoofdgroep enkele partijen uit de reservegroepen, maar helaas geen partij van Kayser. Je moest zelf een partij met analyses inleveren, maar Kayser was niet het type die dat uit zichzelf zou doen. Hoe moeten we het niveau van deze reservegroepen inschatten? Ik denk dat het te vergelijken is met de huidige tienkampgroepen 1A en 1B waar Danny de Ruiter in uitkomt.
imageZoals gezegd, we kunnen u geen partij uit de tienkamp van Beverwijk 1951 tonen, maar wel het volgende fragment dat is te vinden in ‘Test your Chess IQ deel 2’ van A.Livshitz uit 1981. De Russische auteur, die eerst de namen fonetisch had omgezet in het cyrilisch en van daaruit weer in het Engels, maakt er een partij tussen Diekstra tegen Kaizer van. Het is dus Waling Dijkstra tegen Kayser. Dat Kayser kon combineren leert het slot van deze partij (zie diagram): 1…Txh2! 2.Txh2 Dh1+!! 3.Txh1 Txh1+ 4.Kf2 Lh4 mat!

Dat Kayser ook niets menselijk vreemd was en hij zich net zo kon vergissen als wij allemaal, leert de volgende partij uit de hoogste tienkamp van het Hoogoventoernooi 1953, die u hier in zijn geheel kunt volgen. Tegenstander was de gevreesde gambietkoning Emil-Josef Diemer, die Kayser dan ook op een van zijn gambieten trakteerde. Kayser gaf echter geen krimp en tegen het slot van de partij kreeg hij het heft in handen.  Maar een simpele menselijke denkfout werd hem toch nog noodlottig.