Eddie KayserHet overlijden van Eddie Kayser had een druk emailverkeer tussen een aantal Waagtorenleden tot gevolg. Zonder uitzondering herinnerde een ieder in hem een uiterst beminnelijk mens met wie het altijd een genoegen was aan het bord te spelen of analyseren. Ook doken herinneringen op aan een heel bijzondere combinatie van zijn hand, maar niemand wist er het fijne meer van. Er was sprake van een interview in het Noordhollands Dagblad, waarschijnlijk begin jaren tachtig, waarin Eddie die combinatie had laten zien. Zelf herinnerde ik me plotseling een artikel van Tim Krabbé dat ging over ‘de wonderzet van Eddie Kayser’ of een soortgelijke titel. Maar in zijn ‘Curiosa’ en ‘Nieuwe Curiosa’ kan ik daar niets van vinden en ook de bronvermelding van ‘Een selectie uit 15 jaar Schaakbulletin’ gaf geen opheldering net zomin als de internetsite van Krabbé.
Toen ook Harry Peters, in die jaren tachtig voorzitter van V.V.V.,  geen opheldering kon verschaffen, kwam ik uiteindelijk bij ‘de best ingevoerde schaker van Nederland terecht’, te weten de Brabander René Olthof, die al enkele decennia  hier in Alkmaar als redacteur bij New In Chess werkt. Hij riep meteen, dat moeten we Bram van der Tak vragen, die weet dit ongetwijfeld. En inderdaad Bram, die in de jaren vijftig lid was van V.V.V. en Eddie Kayser ook persoonlijk heeft gekend kon vertellen dat de volgende stelling door Kurt Richter is opgenomen in zijn leerboek van het middenspel ‘Kombinationen’ onder vermelding ‘nach Kayser, Alkmaar 1953’.

imageZie diagram. Wit dreigt mat (1.Dxh6+), maar zwart is aan zet. Ik geef de zetten zonder ontsierende uitroeptekens.
1…Te1+ 2.Txe1 Dxc2+ 3.Kxc2 Pd4+ 4.Kb1 Pc3+ 5.bxc3 Tb8+ 6.Lb7 Txb7+ 7.Ka1 Pc2 mat.
Wat bedoelde Richter met de mededeling ‘nach Kayser’? Hoe was Kayser hierbij betrokken? Kayser zelf schijnt gezegd te hebben dat deze stelling afkomstig was uit ‘Indië’. Wie weet er meer van en kan opheldering verschaffen?
Dit is een eerste aanzet tot een eerbetoon voor Eddie Kayser. Ik ben bezig materiaal te verzamelen en hoop dat er nog knipsels en schaaknotatiepapieren bewaard zijn gebleven.

Naschrift
Dit artikel was koud onderweg voor plaatsing, of er dook verhelderende informatie op. En dat van niemand minder dan van Tim Krabbé zelf. Dat ik in de index van ‘Schaakbulletin’ niets over de diagramstelling kon vinden kwam door het feit dat de stelling niet onder de naam van Kayser stond vermeld maar van NN tegen NN. In ‘Schaakbulletin 17/18’uit 1969 kunt u het complete verhaal vinden, welk ik hier in het kort samenvat.  Bij navraag bleek dat Kayser zelf deze combinatie te hebben uitgevoerd, in een informeel partijtje toen hij nog in Indonesië woonde. Hij liet het diagram onder andere aan Emil Diemer zien, de discipel van het Blackmar-Diemer gambiet, die in die tijd veel in Nederland bivakkeerde. Die gaf op zijn beurt de stelling door aan Richter, die hem zoals gezegd publiceerde.
Dat de diagramstelling bekend werd onder NN tegen NN is opmerkelijk. Krabbé besluit zijn artikel met ‘Ik weet wel dat ik niet zo bescheiden geweest zou zijn als Kayser’’.