De Uil – De Waagtoren 3: 4-4

By Published On: 1 december 2019Categorieën: De Waagtoren K3 (2019-2020), Verslagen0 Reacties

Hoewel het geen onverdeeld genoegen is een wedstrijdverslag te schrijven als je zelf degene bent die, nu alweer voor de tweede keer, eraan ‘bijdraagt’ dat in plaats van twee volle matchpunten slechts één schamel puntje als eindresultaat is te noteren, zal ik toch proberen niet teveel te klagen en mij te concentreren op de dingen die wél goed zijn gegaan in deze derde competitieronde van de KNSB.

Om direct met de deur in huis te vallen: kopman David Baanstra boekte een prima zege op superuil Jan Havenaar.

David Baanstra (1947) – Jan Havenaar (2045)

Na een Nijlpaardenopstelling met paarden op d7 en e7 en gefianchetteerde lopers op b7 en g7 is het eerste cruciale moment, na wits 29.La4, aangebroken.

29..Ta5?

Voor een speler van het formaat als een Jan Havenaar een rare uitglijder. Na 29..Pf4 staat zwart prima.

30.Le8+

Dat had ik ook nog wel gezien..

30..Txe8 31.Txa5 exd4 32.Pxd4 Pxd4 33.cxd4

Beter is 33.Dxd4.

33..f5?

Een tweede misgreep, die de zwarte velden rondom zijn koning permanent verzwakt. 33..Th8 was aangewezen.

34.Dh6 fxe4 35.Df4+ Kg7 36.Pxe4 Pf5 37.Pg3 Pe7 38.Pe4 Pf5 39.Pg5 Db6 40.d5!

Goed gespeeld en beter dan het aardige alternatief 40.Txf5 gxf5 41.Dxf5 Dxd4 42.Tb1 Ld5 en wit moet nog heel hard werken voor het punt.

40..Te7 41.Pe6+ Kh7 42.g4 Pg7

43.T5a3

Mist mat in zeven te beginnen met 43.Pg5+.

43..Pxe6 44.Th3+ Kg7 45.dxe6 Dc6??

Een blunder tot slot en zwart zich in twee zetten mat laat zetten, hoewel er ook na het betere 45..Txe6 geen houden meer aan is na 46.Dh6+.

46.Dd4+
(1-0)

De tweede zege deze middag kwam op naam van Ruud. Door koelbloedig te blijven verdedigen ving hij alle vrolijke offers van zijn jeugdige tegenstander bekwaam op en incasseerde na 36 zetten het volle punt.

 

Mark van der Ploeg (1880) – Ruud Niewenhuis (1781)

1.e4 c5 2.Pc3 Pc6 3.g3 d6 4.Lg2 Pf6 5.Pge2 e5 6.0-0 Le7 7.d3 a6 8.a4 Tb8 9.h3 b5 10.axb5 axb5 11. Lg5 h6 12.Lxf6 Lxf6 13.f4

Hier lag 13.Pd5 meer voor de hand.

13..exf4 14.Pxf4 0-0 15.e5

De eerste van een reeks offers die wit uiteindelijk slechts een nul oplevert.

15..Pxe5 16.Ph5 Pd7 17.Pd5

Doet een tweede pion in de aanbieding.

17..Lxb2 18.Ta7 Ld4+ 19.Kh2 g6 20.Txd7?

Alsof het er dit keer om gaat wie als eerste zoveel mogelijk materiaal kwijt raakt, gooit hij er ook nog  maar een kwaliteit tegenaan!

20..Lxd7

Zwart, volkomen stoïcijns, raapt met veel plezier alles op wat hem voor de voeten komt..

21.Phf6+

Jammer. Na 21.Pdf6+!  moet zwart een stuk nauwkeuriger spelen de winst binnen te halen en zelfs oppassen niet te verliezen. Bijvoorbeeld 21..Lxf6? 22.Pxf6+ Kh8 leidt na 22.Dc1! g5 24.Da1! (de sleutelzet!) Le6 25.Pd7+ in ieder geval tot remise en na 22..Kg7?? 23.Da1! gaat wit er zelfs met de buit vandoor! Vandaar dat de enige mogelijkheid voor zwart na 21.Pdf6+ Kh8 is en wit het best vervolgt met 22.Dd2 g5 23.h4 en zwart nu gedwongen is door of 23..Te8 of 23..Tg8 minimaal de kwaliteit terug te geven.  

21..Kg7 22.c3?

Eerst 22.Pxd7 en dan 23.c3 wint na 23..Le5 24.d4 in ieder geval een loper terug!

22..Lxf6

Nu kan hij gewoon ruilen.. Zwart staat gewonnen.

23.Pxf6 Lf5 24.Ph5+ Kh7 25.Txf5?

De dood of de gladiolen!

25..gxf5 26.Df3 Dg5 27.h4 Dg6 28. Lh3 f4 29.Pxf4 Df6 30.Dh5 Tbe8 31.Lf5+ Kg7 32.d4 cxd4 33.Dg4+ Kh8 34.Ph5 De5 35.cxd4 De2+ 36. Dxe2 Txe2+

Eindelijk is de witte storm uitgeraasd.

(0-1)

Wie niet over geluk te klagen had dit keer was Alex getuige de volgende stelling in zijn partij tegen de oude rot Kees Scherpenisse.

 

Alex Albrecht (1830 – Kees Scherpenisse (1810)

Een plaatje waar je als witspeler alles behalve blij van wordt. Zwart heeft alle troeven in handen: een ijzersterk en onaantastbaar paard op f4, de e-lijn en (zie het vorige verslag!), slechts twee pionnengroepjes en geen vreselijke pion op f3..

Maar er gloort – zoals meestal op dit niveau – altijd weer hoop en licht aan de horizon. Want wat is er moeilijker dan het winnen van een gewonnen stelling?

28.c4?

Maakt het nog erger. Dan toch maar 28.Ld3 gedaan.

28..Te3?

De eerste gemiste kans. Na 28..Te1+ gevolgd door 29..dxc4 zat het eerste pionnetje in de tas en was de winst een stuk dichterbij geweest.

29.cxd5 cxd5 30. Lb5 a6 31.Ld7 Kc7 32.La4

Ik denk zo maar, Alex kennende, dat hij toch even met het idee heeft gespeeld op f5 te slaan.. Hetgeen, voor alle duidelijkheid, kansloos zou verliezen.

32..b5?

Waarom niet gewoon op f3 geslagen?

33.Ld1 Td3 34.Te1 Txd4 35.Lc2 Td2 36.Te7+ Kb6 37.Tf7 Th2 38.b4 Txh4 39.Tf6+ Kc7 40.Txa6 d4 41.Ta7+ Kb6?

Wederom een onbegrijpelijke beslissing. Waarom niet naar d6?

42.Td7

En nu werd er tot remise besloten, hetgeen nog onbegrijpelijker is, omdat zwart met 42..Th3 43.Txd4 Txf3 risicoloos op winst kon blijven spelen. (1/2-1/2)

 

Verder verloor Rob aan het tweede bord vrij kansloos van Ad Reijneveld, maakte Wim aan het derde bord gemakkelijk remise in een Schotse partij waarin de kansen eerder bij wit lagen dan bij zwart, speelde Bert keurig remise na eerste slecht tot verloren te hebben gestaan en deed Marit het met meer dan honderd ratingpunten minder(!) prima door eveneens met een halfje naar huis te gaan.

Wat overblijft is mijn eigen partij..

Jan Vreeburg (1915) – Marten Coerts (1855)

1.d4 Pf6 2.c4 e6 3.Pc3 Lb4 4.Dc2 b6 5.Lg5 h6 6.Lh4 Lb7 7.f3 c5 8.a3 Lxc3+ 9.Dxc3 Pc6

Beter is natuurlijk het eenvoudige 9..cxd4 10.Dxd4 Pc6.

10.e3 g5 11.Lg3 cxd4 12.exd4 d5 13.c5 0-0 14.Lb5 bxc5 15.Dxc5

 

15..Pd7!

Met het idee e6-e5 en de jacht te openen naar de (nog) niet gerokeerde witte koning.

16.Dc3 Tc8 17.Dd2 e5 18.Lxc6 Txc6

De loper moet straks naar a6.

19.Pe2 Dc8 20.Tc1 Txc1+ 21.Pxc1 La6 22.h4 exd4 23.hxg5 Te8+ 24.Kf2 d3!

 

Nu zouden zowel 25.gxh6? als 25.Txh6? onmiddellijk verliezen na 25..Dc5+ 26.Kf1 Dxc1+! 27.Dxc1 d2+!

25.Lf4 Dc5+ 26.Kg3 hxg5 27.Lxg5 Dd6+ 28.Lf4 Dg6+ 29.Kf2 Tc8

Zwart speelt op winst.

30.Th6 Dg7 31.Th5

De zet die ik had verwacht, maar waarvan de eenvoudige weerlegging 31..Pf8! mij totaal ontging, om na 32.Tg5 Pg6 te kunnen doen.

 

31..Tc2? 32.Tg5 Txd2+ 33.Lxd2 Dxg5 34.Lxg5

Met voor elke zet nog slechts circa 30 seconden bedenktijd, gaat de partij voor zwart uit als een nachtkaars en volgt de ene na de andere misgreep.

34..Pb6

Nog niet echt fout, maar 34..f6 was sterker.

35.b3 Pd7??

Geeft een – in ieder geval tot de 30e zet – goed gespeelde partij in één zet weg. Na 35..f6 36.Lf4 d4! (om de koning van e3 af te houden), heeft wit nog een lange weg te gaan om meer dan een halfje te scoren. De rest behoeft geen commentaar.

36.Ke3 Pc5 37.Le7 Pe6 38.Pxd3 f5? 39.Pc5 Lc8? 40.Pxe6 Lxe6 41.Kd4 Kf7 42.Lc5 a6 43.Ke5 (1-0)

Op de site van De Uil wordt Jan Vreeburg een held genoemd. Ik zou hem eerder als een mazzelpik betitelen..

 

De Uil 1 De Waagtoren 3    
Havenaar, J. (Jan) 2045 Baanstra, D. (David) 1947 z-w 0 – 1
Reijneveld, A. (Ad) 2043 Freer, R. (Rob) 1828 w-z 1 – 0
Bakker, T. (Theo) 1966 Nieland, G.W.H. (Wim) 1857 z-w ½ – ½
Vreeburg, J. (Jan) 1915 Coerts, M. (Marten) 1855 w-z 1 – 0
Scherpenisse, C. (Kees) 1810 Albrecht, A. (Alex) 1830 z-w ½ – ½
Ploeg van der, M.L.N. (Mark) 1880 Niewenhuis, R. (Ruud) 1781 w-z 0 – 1
Wageningen van, G.J. (Gerard-Jan) 1620 Buitink, A.J. (Bert) 1851 z-w ½ – ½
Zegstroo, M. (Martin) 1742 Boer de, M. (Marit) 1617 w-z ½ – ½

 

Leave A Comment