Wim Andriessen, een van de meest markante persoonlijkheden, die het Nederlandse schaakleven heeft gekend is op 78-jarige leeftijd overleden.

Wim was niet zo maar iemand. Hij was bijzonder veelzijdig, had een uitgesproken mening en stak die niet onder stoelen of banken. Of het nu ging over schaken, sport in het algemeen, politiek, kunst, literatuur, opvoeding, werk of de maatschappij; overal had hij wel wat over te zeggen en wist dit vrijwel altijd met steekhoudende argumenten te onderbouwen. De belangrijkste drijfveer van dit alles was een enorme leergierigheid. Wim wilde gewoonweg alles weten over wat er om hem heen gebeurde. Hij was geabonneerd op drie kranten, keek veel achtergrondprogramma’s op de televisie en was altijd in voor een goed gesprek, het liefst uitmondend in een stevige discussie.

Dit is dan ook een van de redenen dat ik graag bij hem langsging. Wim had altijd wat te vertellen en ik heb me dan ook in zijn gezelschap nooit één seconde verveeld. Behalve dat was hij altijd goed gehumeurd en bijzonder gastvrij.

Maar bovenal leefde Wim voor het schaken. Lang geleden, in november 2002, heb ik hem geïnterviewd voor het Hoornse Paard, het clubblad van de Lange Rokade, waarin hij zegt dat het schaakspel hem veel heeft gebracht in zijn leven. Dit geldt met name voor zijn rol als uitgever van het blad Schaakbulletin dat hij begon in 1968 (tot 1984) en zou worden opgevolgd door het huidige New in Chess dat zou uitgroeien tot ’s werelds beste (internationale) schaakblad, waar hij erg trots op was.

Behalve uitgever en schrijver, of beter gezegd schaakjournalist, voor Schaakbulletin, en ook o.a. de Volkskrant, waarin hij jarenlang de schaakrubriek verzorgde,  is Wim bovenal een schaker gebleven. Een speler, die graag zijn krachten wilde meten met het liefst gelijkwaardige of (nog) betere tegenstanders. Hij heeft dit heel lang, met heel veel plezier gedaan en met veel succes (daarover straks) en hij baalde er ontzettend van dat zijn lijf hem uiteindelijk in de steek liet. Door de pijn was hij niet meer in staat urenlang op een stoel te zitten en zich goed te kunnen concentreren.

Schaker

Hij leert schaken, wanneer hij dertien jaar oud is, van zijn één jaar jongere broer Cees, die dit zelf had geleerd op de lagere school in een van de hoogste klassen op initiatief van de Wageningse schaakvereniging W.S.D.V. (de Wageningse Schaak- en Damvereniging)

In 2002 zegt hij dat behalve winnen, het schaken een schoonheidsbeleving bij hem oproept. ‘Ik heb er altijd naar gestreefd een partij uit één stuk te spelen. Ik keek vroeger altijd kritisch naar mijn eigen partijen en daarom heb ik ook heel veel partijen weggegooid. Er zijn eigenlijk maar een paar partijen, waar ik ook nu nog met veel plezier aan terugdenk en die de toets der kritiek enigszins kunnen doorstaan. Waaronder een partij in 1967 tijdens het Caltex-toernooi, tegen de Tsjechische grootmeester Kavalek, die toen reeds van wereldklasse was.  Het liefst speel ik een strakke, regelmatige partij, in de stijl van Botwinnik, waarbij de tegenstander, vanaf het eerste moment, strategisch wordt weggespeeld.’

In 1963 krijgt hij de uitnodiging van zijn eigen schaakclub W.S.D.V.- in het kader van het 700-jarig bestaan van Wageningen – mee te doen aan een schaaktoernooi met als tegenstanders Theo van Scheltinga, Hans Bouwmeester en Jan Hein Donner. Slechts voor Bouwmeester moet hij het hoofd buigen; tegen de andere twee maakt hij remise.

Willem Andriessen – Jan Hein Donner (Aantekeningen Wim Andriessen)

Invitatietoernooi Wageningen, 14-6-1963

1.d4 Pf6 2.c4 e6 3.Pc3 Lb4 4.e3 0-0 5.Pe2 d5 6.a3 Le7 7.cxd5 exd5 8.b4 b6 9.Pg3

Actiever en logischer is 9.Pf4 Te8 10.Le2.

9..Te8 10.Ld3?

Hoewel ik de zet van Reshevsky 8.b4 had bestudeerd, was ik toch na het mij onbekende 8..b6 in onzekerheid hoe mij op te stellen. Na de tekstzet krijgt wit al met kleine moeilijkheden te kampen, omdat hij na c7-c5 niet twee keer op c5 kan slaan. Juist was dan ook 10.Le2.

10..c5 11.bxc5 bxc5 12.0-0

Want op 12.dxc5 komt 12..d4.

12..cxd4 13.exd4 Pc6 14.Da4 Ld7 15.Lb5 Tc8 16.Le3 a6 17.Lxc6 Txc6 18.Db3 Le6 19.Tfc1 Ld6 20.Pce2 Tb6 21.Da4 Db8 22.Lg5 Ld7 23.Da5 Pe4 24.Le3

24..Db7?

Door op c6 te ruilen heeft wit de druk op d4 kunnen neutraliseren, maar voor een hoge prijs, want zwart heeft een machtig loperpaar. Wellicht heeft Donner gedacht dat het nu wel vanzelf zou gaan en geeft daarmee een deel van zijn voordeel prijs. Sterk was 24..Tb2! en wit moet na 25.Pxe4 Lxh2+ 26.Kh1 dxe4 27.g3 Txe2 28.Tab1 Lb5 29.Kxh2 in pionverlies berusten in de hoop nog terug te kunnen vechten.

25.Pxe4 dxe4 26.Pc3 Db8 27.h3 Db7 28.Tab1 Tb3 29.Txb3 Dxb3 30.Dd5 Dxd5 31.Pxd5 a5?!

Met 31..Lxa3 32.Ta1 was niets te bereiken, maar na 31..Tc8 stond het eindspel nog steeds een tikje beter voor zwart.

32.Pb6 Lb5 33.a4 Ld3 34.d5!

Nu staat wit zeker niet minder en na de onvoorzichtige volgende zet van zwart, zelfs beter!

34..f5?!

34..Td8 en het staat gelijk.

35.Tc6 Le5 36.d6 Td8 37.d7 Kf7

38.Lc5?

Hier mist wit een duidelijke winst. Men zie 38.Tc5! Ld6 39.Lg5! Lxc5 40.Lxd8 Ke6 (Het inlassen van 40..e3 41.fxe3 Lxe3+ 42.Kh2 Ke6 maakt geen verschil 41.Lc7 Le7 42.d8(D) Lxd8 43.Lxd8 met voordeel voor wit.

38..f4! 39.Tc8 Lf6 40.Ld6 e3!

Donner grijpt zijn remisekans.

41.Lxf4 exf2+ 42.Kxf2 Ld4+

Met 43.Le3 Lxb6 44.Lxb6 Txd7 45.Tc5 zou wit een eindspel met pluspion kunnen spelen, maar het leek mij ongepast dit tegen een grootmeester uit te proberen en daarom stelde ik remise voor wat Donner accepteerde. ½ – ½

In 1967, vlak na het Hoogoventoernooi in Beverwijk vindt in Zwolle het Caltex-toernooi plaats. Voor Wim een heel bijzonder toernooi omdat hij  er in slaagt een bijzonder sterke grootmeester (toentertijd van wereldklasse!) te verslaan. Ook speelt hij remise tegen de Joegoslavische GM Ciric, die in de grootmeestergroep na Spasski en Loetikov met 9 uit 15 als derde was geëindigd.  En ook tegen de Hongaarse IM Sandor (gedeeld vijfde in de meestergroep), worden de punten gedeeld. De eindstand van de A-groep: 1 Kavalek 5,5/7; 2 Ciric 5; 3 Ghitescu 4,5; 4 S. Nikolic 3,5; 5/6 Andriessen, Van der Weide 3; 7 Sandor 2; 8 Visser 1,5.

Opvallend is dat Wim tegen de  twee sterkste spelers, de grootmeesters Kavalek en Ciric, 1,5 punt scoort, remise speelt tegen de IM Sandor, maar helaas als enige verliest van hekkensluiter Visser, waardoor hij de kans op een (nog) beter resultaat laat liggen.

In het clubblad van schaakvereniging Lange Rokade het Hoornse Paard (november 1995),  besteedt Wim aandacht aan deze partij onder de noemer Klein, maar duurzaam.

Na te hebben verteld dat hij toen hij 15 jaar was allerlei nutteloze (sub)varianten van Euwe’s openingsserie van o.a. het Orthodox Damegambiet uit zijn hoofd te hebben geleerd, die allang weer uit de mode waren, is later zijn ‘lot gunstiger gezind’ en komt hij in aanraking met het bekende boek van de Oostenrijkse schaakmeester en trainer Hans Müller over Botwinnik, Zo speelt Botwinnik. Een boek met uitstekende analyses waarin Botwinniks dynamische en heldere stijl van spelen duidelijk worden. Volgens Wim ‘een van de allerbeste leerboeken en nog steeds niet verouderd.’

Wim: ‘Nu begon ik wat van de strategische principes van een opening te begrijpen. Kreeg enig inzicht hoe een voordeel vast te houden en uit te breiden. Ik bestudeerde het boek door een papiertje over de zetten te leggen en me eerst voor te stellen wat ik zelf zou spelen. Dat controleerde ik dan met het commentaar van Müller. Naar aanleiding hiervan ben ik Botwinniks partijen blijven volgen en nam voor een belangrijk deel zijn openingsrepertoire over. Ik denk nog steeds dat dit een van de beste manieren is om het schaakspel te bestuderen.’

En hij gaat verder met: ‘Een aantal jaren geleden had ik het voorrecht Botwinnik persoonlijk te ontmoeten. Bij die gelegenheid heb ik mijn bewondering voor zijn prachtige partijen en analyses laten blijken. Misschien zou hij bij het zien van de volgende partij gezegd hebben dat ik in elk geval iets van hem heb opgestoken.’

Willem Andriessen- Lubomir Kavalek (Aantekeningen Willem Andriessen, clubblad Lange Rokade, november 1995) en Schakend Nederland, december, 1967)

Zwolle Caltex 1967

1.c4 e5 2.g3 Pf6 3.Lg2 d5 4.cxd5 Pxd5 5.Pc3 Pb6 6.Pf3 Pc6 7.0-0 Le7 8.d3 Le6 9.a3 a5

Het toelaten van b2-b4 geeft wit zonder meer de beste kansen.

10.Pa4

Voorbereiding van de manoeuvre Lc1-e3-c5.

Beter dan 10.Le3 Pd5! 11.Pxd5 Lxd5 12.Tc1 0-0, Botwinnik – Flohr Wageningen 1958, met gelijke kansen.

10..Pxa4 11.Dxa4 0-0 12.Le3 f6 13.Tac1 Dd7 14.Tfd1 Tfd8 15.Pd2 Ld5 16.Pe4 De6

Forceert de volgende afwikkeling. Het is de vraag of zwart beter heeft. Wit ‘dreigt’ 17.Lc5.

17.Db5 a4 18.Pc5

Sterker dan Lc5, omdat na ruil van de witveldige lopers, zwarts damevleugelpionnen moeilijk te verdedigen zijn.

18..Lxc5 19.Txc5 Lxg2 20.Kxg2 Ta5 21.Dc4

Met dameruil vergroot wit zijn voordeel, omdat zwart geen aanvalskansen meer heeft en passief moet afwachten.

21..Dxc4 22.Txc4 Kf7 23.Tdc1

Wit heeft zijn strategische doelstellingen bereikt. Door de druk langs de half-open c-lijn is het paard vastgenageld. Met een opstelling van de toren op d7 en de koning op d8 zou zwart het paard kunnen ontlasten, maar dan opent wit een tweede front met f2-f4.

23..Ke6

Met een stel torens op het bord zou zwart beter staan: het paard is sterker dan de loper. Nu heeft wit – gelet op de zwakke a-pion en de slechts door het zwarte paard af te schermen zwakte op c7 – de beste kansen.

24.f4!

Ook nu de aangewezen weg. Eén voordeel is meestal niet genoeg om een partij te beslissen. Zo’n voordeel moet je dan vasthouden, om daarnaast – meestal aan de andere kant van het bord – een tweede voordeel te creëren.

24..Tdd5 25.Kf2 Kd7 26.fxe5 Txe5 27.g4

Met de opmars van de f- en g-pion heeft wit bereikt dat zijn loper over meer ruimte beschikt (Lf4 is in de stelling gekomen), tevens zijn nu de witte centrumpionnen mobiel.

27..Ta8 28.Lf4 Tb5 29.T1c2 Td5 30.d4!

In feite de strategische beslissing, want vroeg of laat zullen de centrumpionnen oprukken naar de vijfde rij. Zie hoe deze opmars mogelijk was door de c-lijn permanent onder druk te houden.

30..Te8 31.e3

Zwarts positie is uitermate moeilijk, want de a-pion is niet meer te dekken. Zie 31..Ta5 32.Kf3 benevens e4 en d5.

31..g5 32.Lg3 f5

Zwart kan niet langer passief blijven, want inmiddels staat ook zijn a-pion in.

33.Tc5!

Zwarts actie heeft nieuwe zwaktes op de koningsvleugel veroorzaakt waar wit zich gretig op stort.

Wint tenminste een pion.

33..Txc5 34.Txc5 f4 35.exf4 gxf4 36.Lxf4 Te4 37.Kg3

In de juiste veronderstelling dat wit Pc6xd4-e2+ niet hoeft vrezen.

37..Pxd4

Of 37..Txd4 38.Th5.

38.Txc7+ Kd8 39.Txh7

Dwingt tot een afwikkeling naar een glad gewonnen toreneindspel.

39..Pe2+ 40.Kf3 Txf4+ 41.Kxe2 Txg4 42.Txb7 Th4 43.Tb4

De slotpointe. Wit verovert ook de laatste zwarte pion.

43..Txh2+ 44.Kd1 Kc7 45.Kc1 Kc6 46.Txa4 Kb5 47.Tg4 Tf2 48.Kb1 Th2 49.Ka2 Th1 50.a4+ Ka5 51.Ka3 Ta1+ 52.Kb3 Th1 53.Tg5+ Ka6 54.Ka3 1-0

Naast deze strategische topprestatie tegen een speler van wereldklasse, is Wim altijd erg  trots geweest op zijn deelname aan het Nederlands Kampioenschap van 1971, waarin hij als tiende eindigt, maar ook nu het tegen de zes hoogst geëindigde spelers het heel goed doet en 3 uit 6 scoort.

Ook nu speelt hij remise tegen Donner.

Andriessen  – Donner

Leeuwarden, 1971

1.c4 g6 2.g3 Lg7 3.Lg2 Pf6 4.Pc3 0-0 5.Pf3 d6 6.d4 Pc6 7.0-0 a6 8.h3 Tb8 9.Le3 b5 10.Pd2 Ld7 11.Tc1 Pa5 12.cxb5 axb5 13.b4 Pc4 14.Lxc4 bxc4 15.b5 Lxb5 16.Pxb5 Txb5 17.Txc4 d5 18.Da4 Tc2 19.Tc2 Txc2 20.Dxc2 e6 21.Lg5 Db8 22.Tc1 Tc8 23.Lxf6 Lxf6 24.e3 Le7 25.a4 c5 26.dxc5 Txc5 27.Db1 Da7 28.Txc5 Lxc5 29.Da2 Da5 30.Lf1 h5 31.h4 Lb6 32.Db2 Da7 33.Lb5 De7 34.Lf1 Dd8 35.Lb5 La5 36.Dc2 g5 37.De2 gxh4 38.Dxh5 hxg3 39.Dg4+ Kf8 40.Dxg3 Lc7 41.Dg4 (Remise).

Over zijn enige winstpartij dit toernooi tegen Kick Langeweg  zegt hij later ‘deze niet als zijn beste partij te beschouwen is, maar wél  de meest illustratieve voor zijn schaken.’

Kick Langeweg – Willem Andriessen (Aantekeningen Willem Andriessen)

Nederlands Kampioenschap, Leeuwarden 1971

1.Pf3 c5 2.c4 g6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Lg7 5.Pc2 Pc6 6.e4 d6 7.Le2 Pf6 8.Pc3 Pd7 9.0-0 0-0 10.Le3 Pc5 11.f3 f5 12.exf5 Lxf5 13.Dd2 De8 14.g4 Lxc2 15.Dxc2 Pe6 16.De4 Pcd4 17.Tad1 Pxe2+

Hier was 17..Dxc6!? een interessante mogelijkheid.

18.Pxe2 Df7 19.b3 b6 20.Dd5 Tac8

Na 20..Pc5 volgt 21.Pf4!

21.f4 Pc5 22.Dxf7+ Txf7 23.Pg3 Lf6! 24.g5?

Na 24 Kg2 staat het gelijk.

24..Lg7 25.h4 Tcf8 26.Td5? Pe6 27.Pe2

Na 27.f5 zou het sterke 27.. Pc7! zijn gevolgd.

 

Zwart staat goed, duidelijk beter zelfs, maar hoe komt hij verder? Zwart zou zijn paard over willen brengen naar veld f5, maar dat kan hij alleen bereiken via het veld g7, waar de loper staat. Natuurlijk hij kan 27..Lh8 doen, maar dat ziet er nogal dom uit, vooral omdat het zo duidelijk maakt wat zwarts plan is. Vandaar dat ik het volgende bedacht:

27..Lb2 28.Tb1 Lh8! 29.a4 Pg7 30.a5 Pf5

Zwarts plan is volkomen geslaagd en ik wist de partij nu als volgt tot winst te voeren:

31.Lf2 e6 32.Tb5 e5! 33.axb6 axb6 34.Pc3 Pe7 35.Txb6 Txf4 36.Pd1 e4 37.Txd6 Tg4+ 38.Kh1 Pf5 39.Td7 Le5 40.c5 e3! 41.Pxe3 Pxe3

En  nu komt op 42.Lxe3 Tf3. Wit gaf derhalve op. (0-1).

Wim: ‘Zo’n strategische manoeuvre, zoals getoond in de diagramstelling, daar geniet ik nu van en daarin lag ook de kracht van mijn spel.’

Helaas komt ook de zwakke kant van zijn schaakstijl in de diagramstelling tot uiting. ‘Terwijl ik in gedachten verzonk om een winstplan te bedenken, ontging me wel een hele simpele tactische wending. Omdat de toren op f1 inmiddels ongedekt staat, had zwart met 27..Le5 direct de f-pion kunnen veroveren, waarna de winst niet moeilijk meer zou zijn geweest.’

Behalve het regelmatig meedoen aan toernooien, waaronder ook rapid- en snelschaaktoernooien,  speelt Wim in de jaren zestig t/m begin jaren tachtig, afwisselend voor verschillende verenigingen, regelmatig in de hoofdklasse. Eerst voor ASV (Arnhemse Schaakvereniging en later voor Moerwijk en MEMO (MaxEuwe/Morphy). En doet dit vaak met goede resultaten aan een hoog bord.

Begin jaren tachtig – als Wim in Alkmaar woont – wint hij maar liefst drie keer op rij het ASK (Alkmaars Schaakkampioenschap) . In 1982 wint hij het toernooi met 6 uit 7, in 1983 met 7 uit 7(!) en in 1984 met 6,5 uit 7! Een totaalscore van 19,5 uit 21!

Wim is de sterkste speler die bij VVV geschaakt heeft en later bij Lange Rokade. In 1982 wordt hij bij VVV clubkampioen.

 

Schaakbulletin

In augustus 1968 wordt het blad Schaakbulletin opgericht. Later worden medewerkers als Donner:  ‘Die koerier van jou, dat schaakblaadje, daar wil ik wel voor schrijven’, Max Pam, Alexander Münninghoff en Tim Krabbe aangetrokken. SB zal bestaan tot 1984 en daarna overgaan in New in Chess.

In het colofon wordt vermeld dat:

 ‘De redactie van “Schaakbulletin” zich ten doel stelt naast aktueel internationaal schaaknieuws, informatie te verstrekken over nederlandse schaakactiviteiten, zoals bv in dit nummer bondswedstrijden, studentenkampioenschap, VVGA twaalfkampen e.d.

De rubriek “openingen” is een zodanige vorm gegeven dat aktuele varianten systematisch behandeld kunnen worden.

Bijzondere aandacht zal ook besteed worden aan de bondskompetitie. Zo snel mogelijk na elke ronde zal een nummer van “Schaakbulletin”verschijnen, waarin uitslagen, standen en partijen van deze kompetitie.

De samenstellers zullen het op prijs stellen als abonnees en geintresseerden zelf ook partijen en algemene schaakinformatie voor publikatie inzenden.

Schaakbulletin wordt dermate belangrijk voor hem dat hij in 1971 zijn baan als cartograaf aan de Landbouwhogeschool in Wageningen opgeeft en definitief verder gaat met het ontwikkelen, zowel wat betreft vorm als de inhoud, van dit bijzondere schaakblad.

Een belangrijk gegeven hierbij is dat dit vrijwel synchroon loopt met de opkomst van Jan Timman, die lange artikelen schrijft over zijn schaakreizen en gespeelde partijen en later hoofdredacteur zal worden en een van de belangrijkste medewerkers.

En ook Donner zou, volgens Hans Ree,  in Schaakbulletin zijn ware stem vinden, dat van een provocerende, schertsende bralaap. Tim Krabbé begon met zijn schaakcuriosa, Max Pam met interviewverslagen en Alexander Münninghoff schreef over het Sovjetschaak. Maar wie er ook werd benoemd; Schaakbulletin was altijd het blad van Wim Andriessen. Hij was de eigenaar, de schrijver en redacteur en in tijden van crisis degene die de knopen doorhakte.

En hoewel Ree zelf in het eerste nummer van augustus 1968, dat ooit is beschreven ‘als een beminnelijk vodje gedrukt op gerecycled WC-papier met een kaft met daarop een vervormd en leeg schaakbord, ontworpen door een dronken designer en bestond uit slechts zestien pagina’s, geloofde hij geen moment dat dit blaadje levensvatbaar zou blijken te zijn. Wat kan een mens zich vergissen..

 

Schrijver en trainer voor de jeugd

Na het jarenlang te hebben geschreven van tientallen verslagen, en artikelen in het clubblad het Hoornse Paard van Lange Rokade, heeft Wim hetzelfde vele malen gedaan voor de Waagtorensite, met altijd hetzelfde doel: anderen beter te maken. Wim was dat betreft een onderwijzer bij uitstek.

En ook op latere leeftijd blijkt zijn grote didactische talent als hij zich als schaaktrainer van formaat ontpopt bij het begeleiden van talentvolle jeugdspelers, onder wie Danny de Ruiter en Maaike Keetman, die veel van hem hebben geleerd. Vooral aan de strategische kant van het schaken wordt de nodige aandacht besteed; het beter leren begrijpen van verschillende soorten stellingen. Iets wat hem goed ligt, omdat hij behalve over reeds eerder genoemde didactische vaardigheden, beschikt over een enorme schat aan ervaring en hijzelf altijd meer gecharmeerd is geweest van de strategie van het schaakspel dan het tactische aspect hiervan. Bijkomend voordeel is dat hij dit beiden niet of nauwelijks hoeft bij te brengen, omdat ze dit onderdeel reeds meer dan voldoende beheersen.

Het koesteren van talent en het tot volle wasdom komen daarvan door keihard te werken;   hijzelf heeft nooit anders gedaan. We mogen een voorbeeld nemen aan Wim Andriessen en hem hier dankbaar voor zijn.