TACTIEK met NIEK 2 – vervolg SCHIJNOFFER

In TACTIEK 1 maakten we kennis met twee stellingen waarin een schijnoffer van de zwarte dame op h3(!) zeer sterk was.

Ditmaal een wat ingewikkelder voorbeeld.

Dit is een fragment uit een onlinepartij van mij uit 2022 tegen Rekosheten (wit). Ook al mochten we voor iedere zet 3 dagen de tijd nemen, dit betekende niet dat er foutloos gespeeld werd.

Met 25.Kh2 verdedigde wit zich tegen de dreiging Pg6-f4+ met damewinst. Het valt op dat beide koningen niet zo veilig staan.

VRAAG:

a. Welk schijnoffer kan zwart nu uitvoeren?

b. Probeer nog een zet of 5 verder te gaan.

c. Hoe beoordeel je de stelling die dan is ontstaan?

ANTWOORDEN:

Speel de volgende zetten maar eens na.

(De zetnummers kloppen niet helemaal. Moet ik nog eens bijstellen, maar dat lukt me nog niet. Gelukkig is daar dan weer Peter van Diepen.)

Dit is bijna precies zoals het in de partij ging. Hiermee zijn vragen a en b beantwoord.

Het is wel zeer frappant dat ik nog eens op h3 mijn zwarte dame (in schijn) offer. Wanneer je al ging denken dat dit een succesformule is: ditmaal was het niet goed!

Wat c betreft: zwart staat zo goed als verloren! Het zeer sterke paard op d5 overheerst de stelling volkomen. De ongelijke lopers, waarop zwart zijn hoop had gevestigd, helpen wit juist in zijn aanval, want de sterk opgestelde Lb3 heeft geen opponent meer.

In de partij besloot zwart met 29..Pf4 de geweldenaar op d5 af te ruilen. Hij raakte van de regen in de drop na:

30.Pf4: ef 31.d4 Lb6 32.Tg1+ Kh8 33.Tg4 Lc7 34.Ld5! Nadat de loper het paard heeft afgelost op het sterke veld d5, heeft zwart een uitzichtloze stelling. Pion f4 valt al en verder heeft hij nog meer zwaktes, die spoedig werden aangevallen (1 – 0).

Laten we eens terug gaan naar de beginstelling, wetende dat zwart uit een heel ander vaatje zal moeten tappen.

VRAAG:

d. Wat was na 25.Kh2 het beste antwoord geweest voor zwart?

ANTWOORD:

De ene koningszet wordt met de andere beantwoord! Nu kan een paardschaak op d5 of f5 steeds met Ke7-d8 worden beantwoord.

Hier zal de zwarte koning zeer veilig staan. Na een eventueel c7-c6 en Kd8-c7 worden de torens weer verbonden.

In plaats van de kansloze afwikkeling naar een eindspel, een soort schijnveiligheid(?), verbetert zwart de positie van zijn koning.

Nu is 26.Pd5+ niet zo sterk na

26..Kd8! 27.f4 c6! 28.f5 Ph8! 29.Pe3 Kc7 30.Tf3 Tg8

Zwarts paard komt spoedig uit de hoek met f7-f6 en Ph8-f7 en zwart staat al beter. Wit kan het ook  sterker spelen:

26.d4! en nu bijvoorbeeld 26..La7 27.Pf5+ Kd8 28.f4 Pg6 29.fe Pe5: 30.Pg6 met ongeveer gelijk spel.

Geef een reactie