Met Betonnen schoenen kom je niet ver…..

Deze week ging de les van Jos wederom over het middenspel.
Vorige keer hebben we gekeken naar Aanval op de koning en matbeelden.

Deze keer ging het over insluiten. Om dit goed te begrijpen is wat voorkennis nodig.
Termen als activiteit, veilige velden, mobiliteit en “het Centrum”zouden bekend moeten zijn. Deze n]zijn namelijk de kern van postionele strategie.

Op een rijtje de termen  en waarom ze ertoe doen:

Het Centrum.

De heilige viereenheid van het schaken, te weten e4, d4, e5 en d5. Wie het centrum beheerst, heerst vaak over de rest van het bord. Voordeel is dat je de stukken sneller van de dame vleugel naar de koningsvleugel kan verplaatsen en vica versa.
Het centrum kan beheerst worden door pionnen. Dit is de klassieke manier. Tegenwoordig doet met dit vaker ook indirect met lopers en paarden.
Nog een voordeel van het centrum, Ruimte! Controle over het centrum biedje je meer bewegingsvrijheid voor je stukken en beperkt die van de tegenstander.

Mobiliteit:

Een stuk heeft veel velden waar het heen kan(Kwantiteit van zetten)
Mooi voorbeeld een loper op een open dioganaal heeft een hoge mobiliteit en een loper die vast staat achter zijn eigen pionnen heeft dat niet

Veilige velden:

  • velden waar het stuk heen kan en het niet aangevallen staat. Hier komt nog een mooie term bij, namelijk Prophylaxe. Dit is het proces van het creeren van veilige velden, of voorkomen dat de tegenstander ze krijgt.
  • Buitenposten. een speciaal veilig veld wat gedekt kan worden door een eigen pion en niet aangevallen kan worden door een vijandelijke pion.

activiteit:

  • Dit is relatieve kwaliteit en invloed van een stuk op de stelling Voorbeelden: Druk zetten, een stuk kan mobiel zijn(zie boven) maar niet actief als het niets nuttigs doet. Een actief stuk valt zwaktes aan, verdedigt viatle punten of hindert de tegenstander. Hierbij offeren spelers soms materiaal op  voor “activiteit”. De overgebleven stukken worden zo krachtig door het offer dat ze de materiele achterstand compenseren.
  • Het verschil tussen mobiliteit en activiteit is dus eigenlijk:
    Mobiliteit is hoeveel velden kan je bereiken en activiteit is hoe effectief die velden zijn om de tegenstander onder druk te zetten.Goed met dat onder de riem gaan we naar Jos zijn thema van vandaag, insluiten.

Insluiten.

Laten we beginnen met wat het is. Met insluiten beperk je een stuk van de tegenstander op zo’n manier dat het geen veilige manier meer heeft om naar uit te wijken. Het stuk heeft dus eigenlijk een gebrek aan mobiliteit. Want elk veld waar het naar toe zou kunnen gaan wordt gecontroleerd door stukken van de tegenstander, of de eigen stukken staan in de weg.

De winst

Zodra een stuk eenmaal is ingesloten dan volgt er meestal een aanval op dat stuk. Gezien vluchten niet meer kan gaat er materiaal verloren. Voorbeelden hiervan  zijn bijvoorbeeld de dame. Dit kan gebeuren als de dame te vroeg in het spel “op rooftocht”gaat en achter vijandelijke linies klem komt te zitten. Een ander bekend voorbeeld is de Noah’s ark trap. Hierbij wordt een lopen ingesloten door oprukkende pionnen die steeds dichterbij komen.

Manieren van insluiten

Er is tactisch insluiten. Hierbij lok je een stuk naar een veld en sluit je de weg terug af. Ook is er strategisch insluiten. Hoewel het stuk nog op het bord staat, doet het technisch gezien niet meer mee. Dit noemt men ook wel een slecht stuk.

Voorbeelden
Nog een paar voorbeelden om het inzichtelijk te maken. De lopers op g7 en b7 lopen het risico om ingesloten te worden als zij via fianhetto worden opgespeeld en vijandelijke pionnen die diagonaal volledig blokkeren.
Randpaarden. Een paard aan het rand van het bord heeft minder velden. Het loopt dan risico om met een effectieve loper zet volledig buiten spel gezet te worden.

Al deze kennis deelt jos met ons in 45 minuten via diverse praktische voorbeelden. Ook krijgen we weer stellingen mee naar huis waarmee we kunnen oefen. Want oefening baart kunst.

Eigen Ervaring.

Een van de voorbeelden van Jos ging over de siciliaanse opening. Ik dacht nog bij mezelf, daar heb ik te weinig tegen gespeeld. Nou in deze Interne ronde ging ik het onbekende tegemoet. al op de eerste zet was ik al in onbekende wateren. Tijdens de les gaf Jos een voorbeeld waarbij de opening 1 e4 – c5. was.
Hierbij dacht ik nog “dat ben ik nog niet tegen gekomen, lijkt wel een mafia opening.” Nou na al het insluiten in de les van Jos kreeg ik deze opening daadwerkelijk tegen me op het bord tijdens de interne competitie. Wat volgde was een wilde partij, waarbij insluiting, ruimte controleren de boventoon voerde.

Computer zegt prima!

Na een computer analyse kan ik eigenlijk niet geloven dat ik in een onbekende opening het tot zet 24 eigenlijk best goed heb gedaan. Het opsluiten van de loper(zet 16) was bijna voltooid, 2 zetten later vloog de loper ook daadwerkelijk van het bord, ingesloten en afgevoerd.

Maar de Mafia zegt dat het tijd is om met de vissen te slapen…

Helaas daarna verdampte mijn voordeel en een paar blunders later zaten de betonnen schoenen als gegoten. Had ik toch maar de Mafia moeten betalen toen ze aanboden om wat “advies’te geven. Op zet 25 had ik dat waarschijnlijk wel kunnen gebruiken .Want na zet 26 was het klaar. Ik was blijkbaar verblind door angst en na een paar blunders had mijn tegenstander me keurig mat gezet.

Conclusie

Bij deze wil ik Dovran bedanken voor een prettige partij. Het was intressant om een voor mij onbekende opening te spelen. Ook leuk om te zien dat ik daadwerkelijk wat Jos leert kan toepassen in de Interne.

Volgende week gaat Jos het eindspel behanden, Wie weet tot dan.

 

Geef een reactie