Een aangeschoten toren
Bij het opzetten van de stukken voor een recente partij in de interne competitie bleek één van mijn torens een kanteel te missen. Nu staat er over beschadiging van stukken bij aanvang van een partij niets in de reglementen en we kunnen gevoegelijk aannemen, dat de waarde van dergelijke stukken niet afwijkt van die van hun onbeschadigde gelijken. Toch speel ik liever niet met een beschadigd stuk.
Een licht beschadigde kroon van een dame of een scheur in de mijter van een loper kan ik nog wel hebben, maar een paard dat een oor mist en een aangeschoten toren geven me het gevoel dat de gevechtskracht van mijn stukken niet optimaal is.
Dat ik niet de enige ben met zulke gevoelens, leid ik af van het behandelen van stukken door tegenstanders. Zo sloeg ik onlangs een pion, waarna mijn tegenstander deze pion oppakte en weer op het bord zette op de plaats van een randpion, die een stuk van zijn kraag miste en die hij vervolgens naast het bord plaatste. Ik denk niet dat de schaakreglementen in deze handeling voorzien, maar goed, hij zei j’adoube en die beschadigde pion stoorde hem waarschijnlijk behoorlijk.
Terug naar de beschadigde toren, waarmee ik dit verhaal begon. Ik bestempelde hem bij het opzetten als aangeschoten. Tegelijkertijd leidde onze voorzitter de schaakavond in met wat mededelingen, onder andere wees hij op het komende kroegloperstoernooi . Ons trouwe lid , Jan van Gijsen, die naast me zat, meende daarop droog dat de toren mogelijk aangeschoten was geraakt tijdens het kroegloperstoernooi van vorig jaar. Kijk, na zo’n opmerking kan mijn schaakavond niet meer kapot. Een defect geraakte toren lijkt mij een vermakelijke kandidaat voor de poedelprijs van het Waagtoren kroegloperstoernooi.
De aangeschoten toren in mijn partij functioneerde trouwens naar behoren, hij stond na enige beschietingen nog op het bord toen de vrede werd getekend.

Leuk stukje Frits.