Inschikkelijk als ik ben, heb ik me enkele jaren geleden gecompromitteerd aan de afspraak met het thuisfront dat de Tata-tienkamp slechts eens per twee jaar op het programma staat. De andere jaren moet ik genoegen nemen met de weekend vierkamp, zo ook dit jaar. Gelet op het slechte resultaat van vorig jaar, en de niet in extreme vorm aanwezige schaaklust, kwam dat overigens niet eens zo verkeerd uit.

De laatste twee keer dat ik meedeed aan de weekend vierkamp (2014 en 2016) werd ik 1e in een van de groepen 2, maar aangezien er steeds een jaar tussen zit, promoveerde ik niet automatisch naar groep 1. Gelukkig bleek mijn rating ditmaal (ofschoon 35 punten lager dan een jaar geleden) voldoende om in groep 1A te mogen aantreden.

In de eerste ronde stond de op papier makkelijkste partij op het programma, tegen de gepromoveerde Tyro Bekedam. Maar iemand van 16 met een rating van 2078 is zeker niet te onderschatten. Gelukkig ligt mijn spelletje jeugdspelers over het algemeen niet erg. Dat bleek ook ditmaal. Kort na de opening kreeg ik de mogelijkheid een pionnetje mee te snoepen op b7. Hoewel hij wel compensatie kreeg voor het kleinood, zag hij hem nooit meer terug. Ik wikkelde af naar een eindspel waarin de dreiging van datzelfde pionnetje, om onvervaard naar de achterste linie te trekken, zwart de kop kostte.

In schaaktaal:

In de tweede ronde stond de zwaarste partij op het programma. Met zwart tegen de eerste geplaatste David van Kerkhof (2367). Ik zag hem op vrijdagavond vanuit een Morra als een ware Tal tekeer gaan en ten koste van enkele pionnen een furieuze koningsaanval op touw zetten. Niet geheel correct wellicht, maar genoeg om zijn tegenstander te verpletteren. David is het prototype van wat Cyrus Lakdawala typeert als de ‘Chess Hawk’, met de onvermoeibare drift om aan te vallen. Het verbaasde me dus niet in het minst dat hij ook tegen mij fel ten strijde trok. Ik was al na een zet of 4 op onbekend terrein, zodat ik -met grote tegenzin- mijn onderontwikkelde rekenkwaliteiten diende aan te spreken. De havik deed zijn naam weer eer aan en deed het ene na het andere overtollige materiaal in de aanbieding, op jacht naar mijn dappere koning. Zelfs in een stelling waarbij ik een toren, een kwaliteit en een pion voorsprong had, ging hij eeuwig schaak uit de weg, op zoek naar een vol punt. Natuurlijk valt dit te prijzen, maar in dit geval overspeelde hij zijn hand, en kon ik afwikkelen naar een gewonnen eindspel, met een kwaliteit en pion meer. Helaas had het vele rekenen mij te veel energie gekost en miste ik een van de vele manieren om het voordeel te behouden, zodat wit alsnog met een blauw oog de remisehaven kon bereiken. Zo hield ik toch nog een nare nasmaak over aan dit enerverende potje. Geniet mee, maar don’t try this at home!

Zo ging ik de laatste ronde in als medekoploper, samen met havik Van Kerkhof. Mijn laatste tegenstander was Ricardo Klepke, die we nog kennen van de confrontatie met Spijkenisse vorig seizoen, toen hij Danny met zwart eenvoudig op remise hield. Deze partij indachtig hinkte in een beetje op twee gedachten, en dat is nooit goed. Ik hoorde mezelf tijdens de partij tegen Jos (die aanwezig was als toeschouwer) zeggen: ‘Vandaag moet ik niet verliezen’. Nu we het toch over de ‘chess hawk’ hebben, is dit typisch een uitspraak voor wat Lakdawala een ‘dove’ noemt. Een angstige schaker die complicaties vermijdt en niet wil verliezen. Met zo’n instelling schaakte ik ook.

Zo eindigde ik dus met 2 uit 3. Omdat de havik ook niet verder kwam dan remise, was een gedeeld eerste plaats mijn deel. Jammer dat ik in de tweede partij mijn kans niet pakte, maar daarentegen had ik in de derde partij niet te klagen. Al met al niet ontevreden. Hopelijk is het de opmaat voor een beter schaakjaar dan 2017. Als prijs mocht ik een boek uitzoeken ter waarde van 20 euro. U kunt wel raden welke ik koos natuurlijk. Chess for Hawks!