Thema: Het Snorrende Poesje

By Published On: 15 mei 2013Categorieën: Analyses, Interne Competitie15s Reacties

Frequente bezoekers van deze website zal het niet zijn ontgaan dat vorige week opeens een stukje was geplaatst over de partij Van Oene – Niewenhuis. Eén van de spelers had de moeite genomen om zijn creativiteit op papier te zetten over de door hen gespeelde partij in de interne competitie.

Het stukje genaamd ‘Thema: Het Bange Konijn’ ging over bange konijnen of iets dergelijks. Blijkbaar had de schrijver net de film ‘Fear and Loathing in Las Vegas’ gekeken. Was terstond De Egmonderhout in gerend op zoek naar paddestoelen en was thuis achter zijn pc gekropen, muziekje van Jefferson Airplane opgezet (White Rabbit), de versgeplukte paddo’s naar binnengewerkt om vervolgens af te wachten hoe het creatieve proces zich zou voltrekken en het stukje er uit zou komen te zien.

Als een waar kunstwerk liet dit stukje op de website zich niet in één keer doorgronden. Nu snap ik sowieso weinig van kunst, als je daar al iets van kunt snappen natuurlijk, maar ik doorzag wel direct dat hier iets ‘grootsers en hogers’ was gecreëerd dan een normale sterveling kan bevatten.

Afgelopen zaterdag bij het NHSB-snelschaakkampioenschap werd mijn vermoeden bevestigd. Clubgenoten die het stukje ook hadden gelezen hadden allemaal andere associaties. Kijk! Dan moet het wel kunst zijn! Is het niet één van de kenmerken van kunst dat iedereen iets anders in het kunstwerk ziet?

Vrij snel werd gespeculeerd over andere thema’s : ‘De Blaffende Hond’, ‘Het Hijgende Hert’, ‘De Kruipende Slang’ en welk één vlucht de schaakjournalistiek zou kunnen nemen na dit Bange Konijn. Andere clubgenoten hadden meer primaire reacties op Het Bange Konijn. Het kon niet anders dan dat dit stukje eigenlijk over een Belgisch restaurant ging. Zo’n titel pas immers perfect in de traditie van restaurants als ‘De Vergulde Karper’ (red: prima visrestaurant in Ieper), ‘De Gouden Leeuw’ (red: aan de Grote Markt in Aalst) en wildrestaurant ‘Het Brieschende Paard’ in Sint-Niklaas.

Hoe teleurgesteld waren wij toen de schrijver (die ook in Hoorn rondliep) ons uit de droom hielp. Een zelfde ‘teleurstelling’ als toen ik als kind vernam dat Van Gogh niet zijn hele oor had afgesneden maar slechts een stukje moest ik verwerken toen ik begreep dat Het Bange Konijn geen enkele diepere betekenis had dan een duiding van het spel van de tegenstander. Weg kunstwerk… weg thema… weg alles! (zelfs het oorspronkelijk geplaatste stukje is ondertussen weg, begreep ik gisteravond).

Gisteravond had ik het genoegen om in de interne competitie tegen Ruud Niewenhuis te spelen. Sinds Ruud 3 weken geleden is gestopt met het geautomatiseerd indelen van de clubcompetitie omdat hij het handmatig beter denkt te kunnen mag ik hem graag wijzen op het feit dat hier sprake is van competitievervalsing. Ruud vindt van niet. Nu is er voor schakers natuurlijk geen betere plek te bedenken om hun onderlinge strijdjes te beslechten, dan achter het schaakbord.

Ik weet niet of hij ons om die reden tegen elkaar had ingedeeld, dat maakte mij eigenlijk ook niet zoveel uit. Met de gedachten aan ons onderlinge treffen tijdens het ASK (waar ik jammerlijk verloor) verheugde ik mij op een spectaculaire partij. En koos daarom voor de Caro-Kann.

 

Het Snorrende Poesje komt uit een Kung-Fu lessenserie van Kung-Fu opleidingsinstituut ‘Kruipende Tijger – Verborgen Draak’. Lees het stuk van Willem Andriessen over Bloedgevaarlijke Rommelaars waarin het gaat over gerommel en dat een partij tegen een rommelaar pas over is als deze, Cruijffiaans gezegd, over is. Waar het om gaat is je realiseren dat je tegenstander, hoe slecht hij ook staat, tot het einde toe zal azen op aanknopingspunten voor een wanhoopsuitbraak.

In mijn partij afgelopen dinsdag op de clubavond tegen Ruud Niewenhuis gespeeld ,voltrekt zich het Snorrende Poesje-drama. Ruud mist in deze partij m.i. het vermogen om het af te maken omdat hij 1. zoveel mogelijkheden heeft dat het moeilijk kiezen is hoe hij de partij het beste kan winnen en 2. door ongeduld verzuimt zijn verdediging op orde te houden (nooit Kung-Fu lessen gevolgd?) en 3. omdat hij als een Snorrend Poesje onvoldoende rekening houdt met de R-factor (red: rommelfactor, niet te verwarren met de K-factor in de ratingverwerking).
Het is de tweede keer in korte tijd dat ik Ruud in een officiële wedstrijd aantref, beide keren waren het spectaculaire partijen.

15 Comments

  1. Jan Poland 15 mei 2013 at 20:45

    Het partijtje naspelend lijkt Ruud meer op een Krachteloze Kat na de bronsttijd.
    Ik heb Ton inderdaad horen discussiëren met Ruud over de indeling. Is er een technische reden? Of is Ruud aan het freewheelen? Graag de reden van het met de hand indelen.

  2. Ruud Niewenhuis 15 mei 2013 at 21:41

    Geen commentaar!

  3. Frank van Tellingen 15 mei 2013 at 21:43

    Ton, Ton, spectaculaire partij en Caro-Kann in één zin durven te vermelden is op z’n best een contradictio in terminis en in het ergste geval blijk van een schrijnend gebrek aan inzicht. Voor je het weet ga je nog beweren dat Hans Kraay Junior een spectaculaire voetballer was en Bergkamp slaapverwekkend. Weet je zeker dat die paddo’s waar je het eerder over had alleen door Ruud waren gegeten? Je weet er wel verdacht veel van, moet ik zeggen. Maar even serieus: een spectaculaire partij kan natuurlijk wel, maar dan toch wel voor WIT. Zwart mag hopen dat wit niets weet te bereiken en dan een eindspel uitvegen.

  4. Frank van Tellingen 15 mei 2013 at 21:48

    Overigens kan ik me niet voorstellen dat Dirk een rare zet als 15.c3 zou spelen. Waarom zou wit vrijwillig zijn koningsstelling verzwakken. Ik zou zwart willen aanraden zich te verdiepen in het concept ontwikkeling.

  5. Peter van Diepen 16 mei 2013 at 07:17

    Prachtige partij. Jammer dat 26.Txe7+ niet op het bord kwam.

    De zwartspeler weet blijkbaar veel zetten van de Caro-Kann uit zijn hoofd, maar krijgt daarna een slechte stelling op het bord zoals de witspeler spectaculair aantoont.

    Het is goed dat dit allemaal op de website staat, zodat we allemaal iets kunnen leren van de opmerkingen in de reacties. In dit geval dus van Frank, die overigens sowieso leerzame stukken schrijft. Zie zijn stuk “Hoe worden wij beter” over restrictie.

    Publiceren is dus goed voor de club. Daarom moeten we Ton (en Ruud en Frank en zo voort) dankbaar zijn. Ton is een echte clubman. Ik vind eigenlijk ook dat Ton in het bestuur hoort. Maar publiceren heeft natuurlijk ook het nadeel dat de hele wereld nu weet van die Caro-Kann van Ton. Ton moet dus hard aan het werk om iets beters te verzinnen. Misschien Spaans, Siciliaans, Frans, Leeuw of Poesje? Of misschien toch gewoon bestuurslid.

  6. Frank van Tellingen 16 mei 2013 at 09:15

    Oh welnee, gewon Caro-Kann blijven spelen, dan wordt ie alleen maar beter. Het is toch niet zo dat ze in Aartswoud meer van de Caro-Kann weten dan Ton?

  7. Ruud Niewenhuis 16 mei 2013 at 10:19

    Ik ben benieuwd naar het volgende thema in deze reeks, het moet haast wel uit de rommelhoek komen en er zich weer een drama voltrekt….wie komt er uit de kast?

  8. Danny 16 mei 2013 at 12:45

    Wim weet heel veel van rommel partijen!

  9. R.Heijink 16 mei 2013 at 14:55

    waarom is dat eerste stukje eigenlijk weg? zo slecht was het toch niet?

  10. Frank van Tellingen 16 mei 2013 at 15:33

    Welk stukje?

  11. R.Heijink 16 mei 2013 at 18:33

    De partij van Ruud tegen Egbert

  12. Danny 16 mei 2013 at 19:43

    Het was te goed!

  13. Frank van Tellingen 16 mei 2013 at 20:01

    Mein System lijkt me echt het boek voor je Ton, als ik je nog een serieus advies mag geven. Of de uitstekende nieuw-uitgave My System. Dan leer je die pionnengraaierij wel af.

  14. Danny 16 mei 2013 at 21:32

    Wat een rommelpartij zeg

  15. Frank van Tellingen 17 mei 2013 at 14:37

    Nou, ik vind dat Ruud best tevreden mag zijn over de partij als hij maar Txe7 had gedaan. Wat Ton betreft, goed doorgespeeld in hopeloze stelling, dat is ook een kwaliteit…

Leave A Comment