Inloggen

Spelregels

Door |2019-02-07T12:24:00+01:0031 januari 2019|Overpeinzingen, Theorie|

Tijdens een van de vele ‘afterparty’s’ in de bar van de Moriaan ten tijde van de TATA tienkampen liet ik mij terloops ontvallen dat ‘door de vlag gaan terwijl je op het punt staat mat te geven niet automatisch betekent dat je hebt verloren’. Kreten van ongeloof (wat een waanzin, is die gozer wel goed bij zijn verstand) en de wat minder uitgesproken schakers waren vol scepsis over mijn bewering.

‘Morgen zal ik jullie bewijzen wat ik bedoel’ was mijn antwoord en wie wil er nog een rondje?

(meer…)

Leren van de oude en moderne meesters…

Door |2018-12-26T12:54:38+01:0026 december 2018|Analyses, Opgaven, Theorie|

Het is weer kerstvakantie, de tijd voor TATA, en daarom bij uitstek een moment om je eens te verdiepen in de techniek van ons edele spel!
In deze tijden van artificiële intelligentie, stokvissen en AlphaZero’s vergeten we nog wel eens dat er voor de komst van superengines door sommige mensen ook wel aardig geschaakt werd. Een goede trainingsmethode die moderne techniek en historisch besef combineert is het gebruik van chessbase om partijen van de oude meesters na te spelen (u begrijpt, ik heb een contract bij CB). Als je een partij laadt en dan het tabblad Training opent, dan zie je alleen de laatste zet van een partij. Je kunt vervolgens hardop raden wat de volgende zet zou moeten worden. 
Training via ChessBase

(meer…)

 0

Houd de koning in het midden – basistechniek, deel 1

Door |2017-06-10T12:16:27+02:0011 mei 2016|Analyses, Theorie|

Met interesse volg ik de belevenissen van het jeugdteam – en haar spelers en dat bracht me op het idee dat zelfs zeer beperkte kennis van bepaalde principes al hele punten kan opleveren. Eén van de belangrijkste aanvalstechnieken die iedere schaker onder de knie moet krijgen die naar 2000-niveau toe wil, is de techniek van het profiteren van een ontwikkelingsvoorsprong.

(meer…)

 8

Maaike, Mikhail en Magnus en het geheim van de Engelse aanval

Door |2017-06-07T15:31:31+02:0029 november 2015|Analyses, Overige Toernooien, Theorie|

U heeft natuurlijk de verrichtingen van Maaike in het Griekse Porto Carras op de voet gevolgd. En hoewel Maaike net niet met de topborden meedeed in het WK voor meisjes, was haar rol toch belangrijk genoeg om regelmatig op een van de ‘live-borden’ te figureren. U kunt de partijen overigens nog steeds op ChessBomb vinden.
Het was lastig een partij van haar te kiezen om hier haar strijd te illustreren. Sommige overwinningen waren degelijk, maar niet spectaculair (zie bijvoorbeeld Sapale-Keetman uit ronde 10) en spannende partijen gingen soms verloren. Een daarvan was die tegen de Zwitserse Lena Georgescu in de vijfde ronde. Na een interessante opening, waarover later meer, ontstond op de twintigste zet de volgende stelling.

image

 

Diagram na 20…La3 uit Keetman-Georgescu

 

Zwarts laatste zet laat wit ogenschijnlijk weinig keus en lijkt 21.b3 af te dwingen. Dat deed Maaike dan ook, maar al tijdens de partij werd in de analyseruimte het spectaculaire  21.Pb3!!  gevonden. Na  21…cxb3 22.axb3  ontstaat een hoogst curieuze stelling. Er hangen plotseling niet minder dan drie zwarte stukken en ernstig nadeel valt niet te vermijden. Helaas ontging Maaike deze wending en tot overmaat van ramp glipte haar later de gelijkstaande partij ook nog door de vingers, zoals u hier in de analyse kunt vinden.
Ook de opening van deze partij was interessant. Zwart bediende zich van de oude Richter-Rauzer variant van het Siciliaans. Een variant vooral populair in de jaren vijftig, zestig, niet in het minst omdat de toenmalige wereldkampioen Botwinnik zich er van bediende. Een gevolg van ouder worden is, dat je beter weet hoe het vroeger was dan nu en dus kan ik me nog heel goed herinneren hoe de meeste partijen verliepen; loper naar g5 benevens f2-f4. Maar Maaike speelde Lg5 in combinatie met f3. Dit verbaasde me in eerste aanleg zeer. Deze pionzet is tegenwoordig de aanzet tot een bestorming met g- en h-pion, de zogenaamdeEngelse-aanval. Maar het opmerkelijke daarbij is dat de loper op g5 nu in de weg staat. Toen ik Maaike daarmee confronteerde vertelde ze me dat dit de moderne behandeling van de Rauzer is en dat ze een partij van De la Villa Garcia gevolgd had die hij behandelt in zijn eigen boek  Dismantling the Sicilian. Tijd voor mij, mijn kennis van de moderne theorie bij te spijkeren. Maar eerst dook ik eens in de geschiedenis; wie speelde als eerste f3 in combinatie met een loper op g5? Heel verrassend dook daarbij als een van de eersten de naam van Mikhail Tal op! Opmerkelijk is zijn partij tegen de toenmalige Joegoslaaf Anton Deze uit Novi Sad 1974 (zie de analyses), een onversneden Engelse-aanval, nota bene met een tempo minder, want Tal haalde vrijwillig zijn loper terug van g5 om de g-pion vrij baan te geven.
Lang voor de Engelsen deze variant in praktijk brachten, bediende Tal zich dus al van deze aanval. Het zou een schitterend eerbetoon zijn geweest als hij de naamgever van deze aanval zou zijn geworden.  Niet minder verrassend was dat ook de huidige wereldkampion zich ooit eens van de Engelse aanval bediende. Dat liep trouwens bijna verkeerd voor hem af.

image

 

Diagram na 17.Kb1 uit Carlsen-Vladimirov

 

Drie maanden nadat Magnus als dertienjarige in Wijk aan Zee 2004 zijn eerste GM-resultaat had behaald, veroverde hij in het Dubai open, waar deze partij uit stamt, zijn derde norm en werd daarmee de jongste grootmeester ter wereld.  Het ging niet helemaal van een leien dakje, want Vladimirov verraste hem met  17…Pxf3!  Het paard is onkwetsbaar (18.Pxf3 Pc3+!) maar Magnus was toen ook al onverzettelijk en vond met  18.Df2!  het beste tegenspel en wist zelfs de partij nog naar zijn hand te zetten. Deze partij alsmede die van Tal en Maaike kunt u hier vinden.


Nawoord:
Ik ben nog steeds verbaasd. Tal en Carlsen en vele tien- of zelfs honderdtallen met hen speelden vrijwillig de loper van g5 weer terug om de g-pion doorgang te verlenen. Een kras tempoverlies ten aanzien van de oorspronkelijke opzet van de Engelse-aanval. Het ontbreekt mij aan  inzicht dit te begrijpen. Wie verschaft opheldering; een van de Franken misschien?

 3

Profylaxe voor beginners

Door |2017-06-05T14:23:19+02:0029 november 2014|Analyses, Theorie|

Wim Andriessen gaf in zijn stuk over de fraaie overwinning van Maaike een stille hint omtrent de analyse – of liever het gebrek daaraan – van partijen van het eerste team door eerste-teamleden. Ik wil de gelegenheid aangrijpen om een partijanalyse te combineren met instructie.

(meer…)

Oh oh Scheveningen…

Door |2017-06-02T13:55:33+02:0028 december 2013|Analyses, Theorie|

Toen ik dertien jaar oud was, ik was toen net een jaartje lid van schaakclub RSR in Rotterdam, kreeg ik voor Kerst een bijzonder cadeau: The Sicilian Scheveningen door Nikitin en Kasparov. Mijn eerste openingsboek. Veel te ingewikkeld voor me, dat wel. Maar je begint toch eerst met schaken door de zetten van GM’s te imiteren, zonder je veel vragen bij het waarom te stellen. Ik zie aan het aantal keer dat het artikel over het gesloten Siciliaans is gelezen dat er een soort behoefte bestaat bij de clubleden om de enorme hoeveelheid informatie die er over openingen bestaat in grote lijnen, met hier en daar wat details, tot zich te nemen. Daarom voel ik me geroepen om met U te delen wat ik zelf in de loop der jaren aan informatie heb verzameld. Mijn stille hoop is dan, dat het niveau waarop bepaalde openingen worden gespeeld ook omhoog gaat. Bovendien zou ik niet willen dat u zich rond oudjaar zoudt gaan vervelen.

(meer…)

 0

Gesloten Siciliaans of: Sicilianen aller landen, verenigt U!

Door |2017-06-02T13:50:22+02:0024 december 2013|Analyses, Theorie|

Toen Daan Geerke, Martin Munnik en ik een jaar of 15/16 waren, vonden we het altijd vervelend om het gesloten Siciliaans tegen ons te krijgen (althans, Daan niet zo). De stelling is niet open en hoe kun je je eigenlijk optimaal opstellen? Daarom staken we er een paar analysemiddagen in, waarbij we gewapend met Gary Lane’s boek met de schandelijke titel “Winning with the Closed Sicilian” – een boek dat eigenlijk “Drawing with” zou moeten heten en een heel aardig boekje over zijvarianten tegen het Siciliaans van Paul Boersma uit de jaren 80. De waarde van het boek van Lane zit hem overigens vooral in het zelfvertrouwen dat de witspelers ervan moeten krijgen – er staat geloof ik één enkele remisepartij in voor zwart en behalve ellenlange (en slaapverwekkende) zettenreeksen, staat er weinig uitleg in. Nee, dan is Winning with the Najdorf van Daniel King een schoolvoorbeeld van een goed boek dat iedere clubschaker gelezen moet hebben en het boek van Lane … enfin, het is niet mijn bedoeling hier tot een boekverbranding op te roepen. Naast de deprimerende werking van het boek op de gemotiveerde Siciliaanliefhebber, spoorde het Daan en mij wel aan om zelf nieuwtjes te bedenken. Dat was in het pré-computertijdperk nog een heel andere sport.

(meer…)

 3

Hoe worden we beter?

Door |2017-05-28T21:07:12+02:0017 mei 2013|Analyses, Theorie|

Update: zie hieronder de oplossingen zoals gespeeld:

Karpov-Nogueiras, Brussel 1988
Capablanca-Ragozin, Moskou 1935

Onlangs laaide deze discussie op na de laatste wedstrijd van het seizoen. Het antwoord op deze vraag is eigenlijk kinderlijk eenvoudig: door beter zetten te doen. En we doen betere zetten als we betere beslissingen nemen. Nou is dat natuurlijk helemaal niet makkelijk. Er zijn veel geëigende paden die je kunt bewandelen. Tactiek is de basis – zonder tactisch inzicht geen kans. Partijen van goede spelers naspelen helpt ten dele – de moeilijkheid is – en ik spreek uit ervaring – om er de goede dingen uit te halen, waar je wat van leert. Wie kent niet het gevoel bij het naspelen van bijvoorbeeld Fischers partijen, dat alle zetten zo logisch en voor de hand liggend lijken, dat we ze zelf hadden kunnen bedenken? En daarin schuilt het verraderlijke. Het is bovendien essentieel dat je partijen bestudeert die door de speler zelf worden becommentarieerd (met fouten in de analyse etc.) of door een uitmuntend analyticus zoals Timman, Hübner, Dvoretski, Kasparov etc.

Andere auteurs doen het nog wel eens voorkomen alsof alle beslissingen van grote spelers het gevolg zijn van een volledig uitgedachte lange-termijn strategie. Dat komt echter maar zeer zelden voor en is bovendien vaak nogal een subtiele zaak en vaak ook helemaal niet nodig. In de praktijk gaan partijen meer van moment tot moment, fragment tot fragment. Het is in theorie dus niet nodig om alles te overzien, als je in elke afzonderlijke stelling maar een goede zet vindt. En dat is natuurlijk wel vaak gebaseerd op hoe diep je de stelling hebt doorgrond, of hoe goed je hebt gerekend. Schaken is een moeilijk spel. Maar we kunnen het oplossen van problemen wel vereenvoudigen.

(meer…)

Modelpartijen uit het Damegambiet

Door |2017-05-25T11:47:28+02:002 mei 2012|Analyses, Theorie|

cl6chess04Het eerste is gepromoveerd naar de tweede klasse, het tweede naar de derde klasse. Op een bepaald moment voldoet het niet meer om altijd dezelfde oude vertrouwde openingsopzetjes van stal te halen. Vandaar dat ik voorstel dat we elkaar behulpzaam zijn en een Waagtoren Openingsarchief opbouwen, waar een ieder zijn of haar lijfvarianten, huisanalyses en speciale ‘eigen’ theorie kan bespreken. Vertrouwen in een opening is goed, een beetje variatie is misschien nog beter!

 

In deze serie nog geen geheimen uit eigen keuken (wellicht de volgende keer). Het valt me tijdens externe wedstrijden op hoe vaak er niet dezelfde stelling op het bord komt bij dezen of genen (mezelf overigens niet uitgezonderd). Daarom in de serie ‘een halve opening is een goed begin (maar da’s logisch)’ eerst een uiterst solide opening die ook door menigeen op de club wordt gespeeld. Omdat je in het moeras van varianten ergens moet beginnen drie modelpartijen uit het Damegambiet die historisch zijn gerangschikt. De volgende modelpartijen bouwen hierop voort – door de partijen in een historisch overzicht te plaatsen hoop ik duidelijk te maken hoe bepaalde varianten zich hebben ontwikkeld en waarom bepaalde zetten wel / niet meer gespeeld worden of zijn vervangen door verbeteringen. De analyses zijn absoluut niet uitputtend en vaak geciteerd van commentatoren (met verwijzing). Niet alleen is het storend, maar ook uiterst misleidend als je een partij becommentarieert ziet waarin Karpov Pb1! speelt en vervolgens de partij in één stuk door lijkt te winnen, terwijl de tegenstander zich nog vele malen beter had kunnen verdedigen. Alsof de hele partij na Pb1! een logisch gevolg is van deze ene manoeuvre (en niet bijvoorbeeld van de vele fouten die er nog gemaakt worden in combinatie met het sterke spel van de andere partij).

 

Ik wil dus niet pretenderen dat de gegeven varianten goed voor wit of zwart etc. zijn, maar laat het aan de lezer over om eerstens kennis te maken met bepaalde ideeën en wendingen in de besproken partijen en ten tweede daarna zelf te bepalen of men dit wel eens wil uitproberen. Ik beveel het u wel aan met bepaalde varianten te experimenteren (niet tot in de eeuwigheid natuurlijk, anders beklijft er niets) en af en toe 1.e4, 1.d4 en 1.c4 afwisselen is ook zeer vruchtbaar om iets bij te leren.

 4

Flank 6 – In de voetsporen van Bent Larsen

Door |2017-05-20T19:02:32+02:0022 oktober 2011|Analyses, Theorie|

Toen Jos Vlaming tegen mij in de zesde ronde van de interne met 1.c4 c5 2.f4 opende meende ik mij te herinneren dat Bent Larsen zo ooit eens tegen Barendregt had gespeeld. Bij nader inzien bleek die partij toch iets anders begonnen te zijn, namelijk 1.f4 Pf6 2.Pf3 g6 3.b4

imageDiagram

Die partij vond plaats in het Hoogoventoernooi van 1961 en werd door Larsen in 33 zetten gewonnen. Bij controle in mijn databank bleek Larsen deze openingsopzet nog een paar keer met wisselend succes te hebben toegepast, maar veel navolgers heeft hij niet gekregen.

Ik geloof niet dat dit voorbeeld van Larsen Jos bewust inspireerde om ook onze partij op beide flanken te openen. Het was meer improvisatie achter het bord. Of zijn opzet veel navolgers zal krijgen weet ik niet,  maar degenen die ook wel eens iets anders willen spelen kunnen wellicht hun hart ophalen bij de volgende analyse.

 0

Flank 5 – Een gelukt experiment

Door |2017-05-19T16:22:57+02:0023 juni 2011|Analyses, Theorie|

De volgende diagramstelling zullen doorgewinterde aanhangers van het Botwinnik-systeem tegen de Flankdraak, zoals Jos Vlaming en Henk Westerman en waar ik mezelf ook toe reken, direct herkennen als een van de standaard stellingen van dit complex.

image

Diagram na 11…Tf7

Botwinnik speelde hier zelf Tae1 en f2-f4 (bijvoorbeeld tegen Petrosjan in 1966), maar als voorbeeld voor de behandeling van deze variant gold lange tijd de partij waarin Botwinnik opmerkelijk genoeg deze variant met zwart speelde, te weten Benkö-Botwinnik uit 1968. Dat ging als volgt 12.Tae1 Taf8 13.f4 fxe4 14.dxe4 Pc8. Botwinnik won uiteindelijk die partij, zoals hij in die tijd vrijwel alles won en daarmee verdween de witte opstelling toch een beetje van het tapijt.

(meer…)

 2

Flank 4 – Flankspelen en experimenten

Door |2017-05-19T16:06:11+02:0014 juni 2011|Analyses, Theorie|

Bladerend door enkele oude nummers van Schaak in Alkmaar, uit beginjaren tachtig, stootte ik op een partijtje dat al lang uit mijn geheugen was gewist. Het begon als volgt: 1.c4 e5 2.g3 Pf6 3.Lg2 d5 4.cxd5 Pxd5 5.Pc3 Pb6 6.Pf3 Pc6 7.a3 a5 8.d3 Le7 9.0-0 Le6 10.Pe4

image

Deze stelling ontstond in mijn partij tegen Henk Kleyn (zwart), uit de laatste ronde van de interne competitie van V.V.V. 1981/82. Ik schreef indertijd het volgende commentaar bij deze stelling: ‘Het strategische idee voor wit is op c5 de zwartveldige lopers te ruilen en vervolgens druk uit te oefenen op de half-open c-lijn. Wit kan dit plan met Pc3-a4 uitvoeren en zo heb ik het al vele malen gedaan, maar kortgeleden had ik een partij van Portisch gezien, waarin hij de tekstzet deed en onder het motto ‘wat goed is voor Portisch, is zeker goed voor mij’ deed ik zonder veel nadenken Pe4’.
Er volgde nu 10…f5 11.Peg5 Lg8! waarop ik reageerde met:  ‘Dit kon nooit de bedoeling van Portisch geweest zijn en het drong nu pas tot me door dat hij Pe4 gedaan moet hebben in een positie waarin zwart al had gerokeerd’.
Dat blijkt te kloppen, niet alleen hadden de tegenstanders van Portisch gerokeerd ook had zwart geen a7-a5 gespeeld en stond er een witte pion op b4, zodat het paard ook op c5 een vluchtveld had. Een wel zeer slordige waarneming indertijd van mij, maar het experiment liep mede dankzij enige hulp van de tegenstander toch nog goed af.
Onze openingskennis bestaat als regel uit variantjes die we hier en daar opgepikt hebben en waar we zelf wat aan toegevoegd of wat aan gewijzigd hebben, om het beheersbaar te houden.
Een geslaagd voorbeeld van een eigen aanvulling c.q. inbreng op de bestaande openingstheorie toonde Willem Meyles in een tweetal partijen in de interne. Zijn idee Pc6-d4 is niet onbekend in sommige varianten van het Engels en ook Marin maakt er in zijn standaardwerk melding van, maar op een later moment. In de databank van 1.5 miljoen partijen heb ik geen voorbeeld van Willems zet kunnen vinden en ook Rybka die ik de zet liet onderzoeken bijt er zijn tanden op stuk!
Willem won er mee van Frank Agter, de partij die u hier kunt volgen, en kwam er tegen Dirk van der Meiden voortreffelijk mee te staan. Die laatste partij verknalde hij echter omdat Willem er vaak meteen op los wil timmeren, terwijl hier een rustige uitbouw van zijn plusje op zijn plaats was.

Was Pc6-d4 een experiment, een goed doordachte voorbereiding of had Willem de zet opgeduikeld in een mij onbekende publicatie? Hoe dan ook, het lijkt mij een mooie uitdaging voor volgend seizoen deze variant  nader uit te proberen.

 1

Flank 3 – Flankspelen en overgangen

Door |2017-05-19T16:02:51+02:0011 juni 2011|Analyses, Theorie|

Ik wil deze zomermaanden enige aandacht aan de flankopeningen besteden. Om te beginnen deze keer het dilemma van de Flankspeler, de overgang naar andere openingen. Ik zie nogal eens een begin als 1.c4 c6, waarna de witspeler toch snel overgaat na het Slavisch met 2.d4 d5. Is dat omdat men graag tegen het Slavisch wil spelen of weet men geen beter alternatief? (2.Pf3 d5 3.b3!?) Ik weet het niet.
Een andere stelling waar de Flankspeler voor een dilemma staat is de volgende: 1.c4 Pf6 2.g3 g6 3.Lg2 Lg7 4.Pc3 0-0 Zwart wil kennelijk wel een Konings-indische partij, die na 5.d4 d6 ontstaat, maar de Flankspeler heeft een alternatief. 5.e4 d6 6.Pge2  Nu volgt vrijwel zonder uitzondering 6…e5 waarmee de witspeler zijn beoogde Botwinnik-systeem op het bord heeft gekregen. Maar zwart heeft hier een interessant alternatief, te weten 6…c5 7.d3 Pc6

(meer…)

 9

Flank 1 – Flankspelen voor wie het niet boven de pet gaat

Door |2019-12-06T15:12:41+01:0026 februari 2011|Analyses, De Waagtoren 1 (2010-2011), Theorie|

De subtiliteiten van de Flankspelen gaan sommigen boven de pet en tot die categorie schakers wil ik mij dan ook niet richten, want dat is toch vergeefse moeite. Voor de overige schakers wil ik, zover dat in mijn vermogen ligt,  af en toe eens wat toelichten op de geheimen van de Flankspelen. Een goede gelegenheid daartoe biedt mij de partij van Frank Agter uit de laatste wedstrijd van het Eerste, die op leerzame wijze een Flankspel tot winst wist te voeren.

Willem Andriessen

 0

Nalimov over Van Oene – Van Diepen

Door |2017-05-12T14:55:09+02:0010 januari 2011|Analyses, Interne Competitie, Theorie|

In 1970 bedacht Thomas Ströhlein dat je vanuit alle mogelijke matstellingen met koning plus dame tegen koning alle mat in één stellingen kunt vinden, vervolgens weer een zet terug kunt gaan en zo steeds verder. Zo maakte hij met de computer een complete database van alle stellingen voor koning plus dame tegen koning, koning plus toren tegen koning en nog een aantal eindspelen. Bij elke stelling in die databases staat in hoeveel zetten het mat is. Dit waren natuurlijk nog relatief eenvoudige eindspelen. Sindsdien hebben andere mensen  met steeds snellere computers dit onderzoek voortgezet. De meest bekende was Eugene Nalimov. Zie Wikipedia

Tegenwoordig staan alle databases voor eindspelen tot zes stukken gewoon op het internet. Iedereen kan daarom eenvoudig onderzoeken hoe je een eindspel perfect kunt spelen.
Een mooie en gemakkelijke website is deze Nalimov EGTB

Door middel van deze website ontdekte ik dat Egbert van Oene zijn partij tegen Peter van Diepen theoretisch kon winnen.

(meer…)

 0
Ga naar de bovenkant