Inloggen

PW79 – Leren van de toppers

Door |2017-06-02T21:21:49+02:0023 maart 2014|Analyses, Partij van de Week|

Je boft natuurlijk als je als aanstormend talent lid bent van een vereniging waar in de interne competitie spelers meedoen als Danny, Frank en Jos. Daar kun je wat van opsteken, want spelers van dit niveau kunnen je duidelijk maken waar je kennis van het spel nog te kort schiet. Vandaar eens aandacht voor de confrontaties van de twee jongedames, die zich in de strijd om de bovenste plaatsen in de ladder mengen, met de meeste ervaren speler van genoemd drietal, Jos Vlaming. Maaike en Shannon speelden tot de 22e ronde bij elkaar acht keer tegen genoemd drietal, waarbij Maaike één van haar vijf partijen won (Jos) en Shannon van haar drie confrontaties er één remise maakte (Frank).
Boeiend en leerzaam was de partij uit de twaalfde ronde tegen Maaike. De opening ging als volgt, met Maaike achter de witte stukken:  1.e4 e6 2.d4 d5 3.e5 c5 4.c3 Pc6 5.Pf3 Ph6 8.a3 f6 De combinatie van de laatste twee zetten lijkt me zeer gewaagd, maar Maaike liet zich niet uit de tent lokken met een weerleggings poging, waarna even later de volgende stelling ontstond

imageDiagram na 14.Pdf3 uit Keetman-Vlaming

Een minder sluwe speler dan Jos zou nu wellicht 14…La6 doen, om de korte rokade te verhinderen. Maar na 15.Dd2 Tf4!? (leuk geprobeerd) 16.0-0-0 Te4 komt 17.Pd7 en Pc5 met voordeel voor wit. Jos zou Jos niet zijn als hij hier niet een slimmer zetje had bedacht, namelijk direct  14…Tf4!?  Dreigt Te4 en op de korte rokade is La6 de bedoeling. Wat te doen? Maaike deed 15.0-0-0 waarop Jos de damevleugel met 15…c5 openbrak en in de aanval won. Voelde Maaike het onheil aankomen toen zij lang rokeerde of was ze te optimistisch? Hoe dan ook, als ze de stelling langer had bestudeerd had ze wellicht gezien dat ze toch kort had kunnen rokeren, want na 15.0-0! La6 heeft ze 16.Dd2 met aanval op de toren en wit behoudt een plusje.
In de 21e ronde was het de beurt aan Shannon om te laten zien of zij zich kon verweren tegen de inzichten van Jos. Ook in dit geval werd het een Franse partij met Jos natuurlijk achter de zwarte stukken. Net op het moment dat het leek alsof Jos zijn strategisch inzicht de doorslag zou geven brak Shannon met enkele krachtzetten de koningsvleugel open. Het werd zelfs heel benauwd voor Jos, maar toen hij aan de grootste gevaren wist te ontsnappen kantelde de partij langzaam maar zeker. Van groot voordeel voor Shannon slonk het voordeel naar een klein plusje. Daarna stond het een poos gelijk, maar ook dat wist Shannon niet vast te houden. Een nederlaag met ere en zeker een waar je wat van kunt opsteken, net als u die hier de partij desgewenst kunt bestuderen. Het commentaar is zowel van mij als van Shannon zelf.

 4

PW78 – Danny en Frank leveren een schitterend gevecht

Door |2017-06-02T13:59:14+02:0029 december 2013|Analyses, Partij van de Week|

Kortgeleden nomineerde ik de overwinning van Maaike Keetman op Dirk van der Meiden (PW77) voor de partij van het jaar. Maar het waarlijk schitterende gevecht tussen Danny de Ruiter en Frank Agter uit de interne (12e ronde), verdient zeker ook zo’n nominatie. Om en om gaan ze in deze partij voor de winst en proberen ze elkaar in vindingrijkheid te overtroeven. Uiteindelijk culmineert hun strijd in de volgende stelling.

imageDiagram na 53…Ta6 uit Agter-De Ruiter

Nadat kort hiervoor Frank zijn stelling had overschat en zichzelf daarmee in verliesgevaar had gebracht, meende Danny nu met de matdreiging  53…Ta6  de partij in zijn voordeel te hebben beslist. Maar hierop was het Frank, die het beste van zich voor het voetlicht wist te brengen met  54.f6!! Txf6 55.Tf7!!  Een beteuterde Danny moest nu na  55…Txf7 56.a8D Tf3  uiteindelijk met remise genoegen nemen.
U mag zich deze partij niet laten ontgaan, die u hier in zijn geheel kunt vinden.

 6

PW77 – Een droompartij van Maaike

Door |2017-06-02T11:43:12+02:0024 november 2013|Analyses, Partij van de Week|

Magnus Carlsen staat misschien ook wel te wachten, wat Bobby Fischer in de jaren vijftig overkwam. Het Russische grootmeestergilde ontdekte op een gegeven moment een zwak punt in zijn openingsrepertoire, hij bleek namelijk geen goed wapen tegen de Caro-Kann te hebben. Vooral in het kandidatentoernooi van 1959 kwam dit duidelijk naar voren. Een van zijn lievelingsvarianten was 1.e4 c6 2.Pc3 d5 3.Pf3 waarop de Russen allemaal 3…Lg4 speelden. Keres won er tweemaal mee tegen Fischer (in dit toernooi speelde je vier keer tegen elkaar, dat waren nog eens tijden!), Petrosjan won één keer en tegen Smyslov moest Fischer alle zeilen bijzetten om remise te maken. Het is te hopen dat er nog eens een deukje gevonden wordt in het openingsrepertoire van Carlsen, want de manier waarop hij Anand verpletterde was al te pijnlijk.
De Caro-Kann is over het algemeen ook een uitstekend wapen tegen overmoedige jeugdspelers. Als Dirk van der Meiden had gedacht dat hij daarmee Maaike Keetman kon verrassen, dan kwam hij  bedrogen uit. Maaike liet juist zeer beheerst spel zien en nadat aanvankelijk de partij van Fischer tegen Petrosjan uit 1959 werd gevolgd, culmineerde dat in de volgende stelling:

imageDiagram na 14…Pa5 uit Keetman–Van der Meiden

Er volgde 15.Pb1 Pc4 16.c3 Le7 17.Lc1 Hoogst opmerkelijk maar volledig verantwoord ook al levert dit wit objectief gezien geen voordeel op. Maaike houdt echter van stukkenspel en daarin bleek zij Dirk duidelijk de baas. Het is bijna niet te geloven maar de partij was tien zetten later al in wits voordeel beslist en kunt u hier bewonderen.
Deze partij zou kandidaat kunnen zijn voor ‘de partij van het jaar’, als die prijs, die Dirk eerder won, nog bestond!

 1

PW76 – Pieter Spaander dompelt zich in de Fritz-variant

Door |2017-06-02T11:37:08+02:0020 november 2013|Analyses, Partij van de Week|

In een eerdere bijdrage kwam de kennis of vermeende kennis van de openingstheorie al eens ter sprake. Toen bleek dat je niet alles hoeft te weten als je maar meer weet dan je tegenstander. Maar dat laatste weet je natuurlijk nooit van te voren en daarom ben je wel verplicht je met kennis te wapenen als je je met een theoretisch spektakel in wilt laten.
Toen ik de partij tussen Henk Kleyn en Pieter Spaander onder ogen kreeg vroeg ik me af tot waar het theoretische kennis betrof en waar de inspiratie begon. De volgende stelling is in elk geval nog bekend uit de theoretische handboeken.

imageDiagram na 11…Kd8 uit Kleyn-Spaander

Dit is een stelling uit de meer dan honderd jaar oude Fritz-variant   (1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lc4 Pf6 4.Pg5 d5 5.exd5 Pd4 enz.). Het voormalig VVV-lid en bekend theoreticus  Bram van der Tak  heeft in deze variant veel geanalyseerd en hij geeft hier 12.0-0 als beste voor wit, wat ook in verschillende partijen is voor gekomen. Henk Kleyn deed echter 12.Da4. Een huisvariantje of inspiratie aan het bord? Na een lange afwikkeling leverde dat zwart een prettige stelling op, waarbij Pieter Spaander zich van zijn beste kant liet zien (zie analyse). Of beiden nu nog meer op deze variant moeten studeren, laat ik in het midden, maar toekomstige tegenstanders zijn gewaarschuwd.

 0

PW75 – Konings-Indisch voor gevorderden

Door |2017-06-02T10:11:29+02:0031 oktober 2013|Analyses, Partij van de Week|

Je ziet tegenwoordig nogal wat mensen die op latere leeftijd het roer radicaal omgooien en bijvoorbeeld een nieuw leven in Afrika beginnen om een achtergestelde bevolkingsgroep te helpen. Er zijn er ook, die meer op zichzelf gericht zijn en in een al of niet ver land hun geluk beproeven. De tv maakt daar gretig gebruik van en laat zien hoe die avonturiers zich jaren uit de naad werken om van een bouwval een klein paleisje te maken. Wij schakers zijn wel wijzer en als wij de deur uitgaan dan toch het liefst om ergens anders te kunnen schaken. Doet zich dan toch de behoefte voor eens wat anders te proberen, dan uit zich dat meestal in het zoeken naar andere opening. Het oog is gevallen op een nieuw openingsboek met een pakkende titel of een partij uit het grootmeesterkamp die tot de verbeelding spreekt.
Iets dergelijks moet Dirk van der Meiden zijn overkomen. Hij de Grünfeldman, die zijn hele leven weinig anders dan het Grünfeld-Indisch heeft gespeeld, komt ineens met het Konings-Indisch op de proppen. Of dit uitstapje naar vreemde openingsverten stand houdt, weet ik niet, maar dat er hard gestudeerd moet worden voordat je een nieuwe opening volledig onder de knie hebt, staat wel vast. Dirk liet in zijn partij tegen John Kramer in de zevende ronde van de interne zien behoorlijk wat af te weten van het Konings-Indisch, maar de echte finesses zijn nog niet allemaal zijn deel.

(meer…)

 0

PW74 – Maaike verdringt Ton Fasel van de koppositie

Door |2017-06-02T09:44:35+02:0020 oktober 2013|Analyses, Partij van de Week|

Ton Fasel had het helemaal aan zichzelf te wijten dat hij slechts één ronde van zijn uitzicht aan de top van de ranglijst kon genieten. Na een met bewonderenswaardige zelfbeheersing gespeelde partij tegen John Kramer liep hij uiteindelijk toch nog met open ogen in een zeer doorzichtige valstrik.

imageDiagram na 43.f5 uit Fasel-Kramer

In deze glad verloren positie deed Kramer –waarschijnlijk met de ogen dicht- 43…h5 en het laat zich raden welke zet Ton uit zijn vingers liet glippen, die hem tot de volgende ontboezeming bracht:  ‘Ik begin te begrijpen hoe mijn tegenstanders zich voelen, als ik weer eens met gerommel ontsnap’. Misschien had hij zelfs na 44.Dxh5?? Txg2+ 45.Kf1 Df7 46.f6+ Kg8  nog winstkansen, maar die kwamen er in elk geval niet uit.
Ruimte dus voor een nieuwe leider. Bij afwezigheid van Frank Agter zou dat de andere A-speler uit de top kunnen zijn, hoewel  Jos Vlaming  steeds meer moeite met Maaike Keetman blijkt te hebben. Vorig seizoen won hij weliswaar met 2-1 in de interne van haar, maar die uitslag had net zo goed andersom kunnen zijn, want de derde partij in april van dit jaar had hij eigenlijk moeten verliezen. Jos koos overigens nu voor dezelfde opening als in laatstgenoemde partij. Aanvankelijk speelde hij volgens bekende voorbeelden, maar toen hij begon te improviseren sloeg hij al snel de plank mis. Maaike wist er wel raad mee en liet Jos vervolgens alle hoeken van het bord zien, zoals u dat hier kunt bewonderen. En zo kreeg de Waagtoren een veertienjarige als leider in de laddercompetitie. Ik vraag me af of er ooit bij een van de Alkmaarse schaakverenigingen een jeugdspeler op zo’n jonge leeftijd van zich heeft doen spreken. Mij schiet wel een andere jongedame in gedachte, Corrie Bouwman. Begin jaren vijftig wist zij bij V.V.V. in meerdere opzichten de aandacht op zich te vestigen. Een romance met een van de leden luidde halverwege de jaren vijftig hun beider vertrek uit Alkmaar in. Hoe goed zij in haar tienerjaren als schaakster was, weet ik niet, wel dat zij in 1960 (toen was ze al dertig) voor het eerst kampioene van Nederland werd en daarna voor tientallen jaren bij de dames met Fenny Heemskerk aan de top stond. Maaike is in haar schaakontwikkeling ongetwijfeld verder dan Corrie Bouwman indertijd, maar de concurrentie bij de meisjes/dames is daarentegen nu veel groter.

 3

PW73 – We mogen wel van een dipje spreken

Door |2017-05-31T12:22:39+02:0013 oktober 2013|Analyses, Partij van de Week|

Drie van de vijf partijen verliezen in de laddercompetitie is natuurlijk heel bijzonder voor Danny de Ruiter en zeker als clubkampioen. Vorig seizoen verloor hij één partij in de hele competitie, dus mogen we wel van een dipje spreken. Gezien het unieke ‘van Diepenladdersysteem’, kreeg Danny achter elkaar allemaal concurrenten voor de titel, maar tegenstand van die aard is hij natuurlijk wel gewend, daar kan het niet aan liggen. Waaraan dan wel? Ik zou het niet weten, daarom lijkt het verstandig de partijen voor zichzelf te laten spreken. Zijn ondergang tegen Frank Agter zag u reeds (PW70), hier dan een bespreking van zijn partij tegen de voormalige clubkampioen Jos Vlaming. Uit een Flankopening kwam voor de derde keer tussen hen beiden een Anti-Grünfeld opstelling op het bord.

imageDiagram na 10.Txb7 uit Vlaming-De Ruiter

 

In een eerdere partij (ASK 2012) tegen Jos was Danny na 10..Pd4? 11.Dc4 Le6 12.Dc5! dankzij een klein wonder nog met remise ontsnapt. Nu had hij  10…Dc8 11.Lxc6 Dxb7 12.Lxb7 Lxa4 13.Lxa8 Txa8 voorbereid. Heeft zwart voldoende compensatie voor de pion? In bijgaande analyse van deze spannende partij komt u daarover meer te weten, alsmede ook over de opening, die zwart misschien toch anders moet spelen. U vindt het allemaal na een doorklik hier.

 3

PW72 – Opzienbarende ranglijst na de vijfde ronde

Door |2017-05-31T11:58:57+02:006 oktober 2013|Analyses, Partij van de Week|

Als het de bedoeling is geweest van de bedenkers van het aangepaste laddersysteem om de zaak eens flink op te schudden, dan moet worden vastgesteld dat hun opzet volledig is geslaagd. De ranglijst na de vijfde ronde biedt een unieke aanblik en is waard om voor het nageslacht vastgelegd te worden. Ton Fasel als de trotse nummer één met een score van 4½ uit 5. Ton voldeed perfect aan de opzet van het nieuwe systeem; zelf een C-tje zijnde behaalde hij zijn punten tegen vier evenwaardige C-tjes en één speler uit de B-categorie. Andere verrassingen aan de top waren John Kramer (D) derde met een score van 4 uit 4, Ruud Niewenhuis (D) achtste, met 4 uit 5. Een zelfde score behaalde Peter Duijs, die daarmee gedeeld elfde werd als beste uit de F-categorie. De toptien toont na de vijfde ronde een fraai gemêleerd gezelschap, bestaande uit 2 spelers uit de A-categorie, 3 uit B, 2 uit C en 3 uit D.

(meer…)

 5

PW71 – Een leerzaam Flankspel

Door |2017-05-31T11:46:57+02:0027 september 2013|Analyses, Partij van de Week|

Met verbazing en zelfs lichte verbijstering volg ik de laddercompetitie, maar ik houd hierover angstvallig mijn mond om niet weer een lawine aan reacties te veroorzaken. Daarom snel over naar het echte schaken.
Het overkomt ons allemaal wel eens dat je direct vanuit de opening totaal wordt overspeeld zonder dat je de indruk hebt een directe fout te hebben gemaakt. Zo’n geval deed zich ook voor in de derde ronde van de interne tussen  Ronald Groot  en  Dirk van der Meiden.  Ronald, nota bene met wit, leek zich op normale wijze te ontwikkelen, maar was toch binnen tien zetten in een weinig benijdenswaardige positie verzeild geraakt. Het begin van de partij was als volgt:  1.c4 e5 2.g3 Pc6 3.Lg2 Pf6 4.Pc3 Lb4 5.e3 Lxc3 6.bxc3 0-0 7.d4 Te8 8.Pe2

imageDiagram uit Groot-Van der Meiden

Wit heeft –naar het lijkt- alleen maar normale zetten gedaan en toch zit hij in een onaangename stelling. Dat zit hem in de statische structuur van de witte centrumformatie veroorzaakt door de dubbel pion op de c-lijn. Wat is eigenlijk wits plan? Uit de statistiek blijkt dat de meeste witspelers niet weten hoe ze de stelling moeten behandelen. De stelling na de 6e zet trof ik 15x aan in mijn databank; wit won daarvan 2x speelde 3x gelijk en verloor 10 partijen, een schamele 23%!
Als u denkt dat u toch nooit te maken krijgt met een dergelijke positie, dan wil ik u even wijzen op het spiegelbeeld van deze stelling die ontstaat na 1.e4 c5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5 e6 (of g6 of d6) 4.Lxc6 dxc6 Een voorbeeld hiervan is de partij van Maaike Keetman tegen Gerard de Geus uit de interne, november 2011, die u ter bestudering kunt vinden onder PW34.
Terug naar de partij van Ronald en Dirk. De grootmeester van de Flankspelen, Mihail Marin merkt over de witte opstelling  het volgende op (….) I have the feeling that Black’s counter-chances are too strong and often unpredictable. In de analyse van voornoemde partij, die u hier kunt vinden, hoop ik u het een en ander te kunnen verduidelijken.

 1

PW70 – Spannende strijd tussen kampioenskandidaten

Door |2017-05-31T11:09:01+02:0015 september 2013|Analyses, Partij van de Week|

Het ergste wat je aan het begin van de laddercompetitie kan overkomen is een paar partijen verliezen. Je tuimelt dan niet alleen een ontzettend eind, zoals Leo van Steenoven en Ronald Groot naar respectievelijk de 74e en 76e plaats van de 79, maar het is vooral  een hele toer om op je oude niveau terug te keren want de tegenstanders op dat niveau hebben een aanzienlijk lager waardecijfer. Om juist de top voor dergelijke tuimelingen te behoeden werd in de eerste ronde een andere formule toegepast (zie punt 5 van het reglement voor de interne) wat tot gevolg had dat een aantal spelers werd opgediend als kanonnenvoer voor de toppers. Piet Pover, Alex Albrecht en de al eerder genoemde Leo waren hiervan het al of niet willige slachtoffer.
Tegenover verliezers staan natuurlijk winnaars. Zo steeg bijvoorbeeld Peter Duijs (sub-groep F) met twee overwinningen naar de 7e plaats en John Kramer (D) zelfs naar plaats 4. Dat had hij mede te danken aan een ‘vertraagde’ inval in de volgende partij.

imageDiagram na 20.Df3 uit Bouma –Kramer

Zwart staat duidelijk beter en had nu met 20…f5! de witte stelling op kunnen blazen. In plaats daarvan deed hij bedachtzaam 20…f6, waarop Dick Bouma met 21.f5 voorlopig het ergste had kunnen voorkomen. Die deed echter  21.Lb2, waarop John Kramer alsnog tot het besef kwam dat het tijd voor actie was en hij Bouma met  21…f5!  op de pijnbank legde.

In de tweede ronde stonden wel een aantal ontmoetingen tussen ‘de toppers’ op het programma. Jos Vlaming werd aan het nieuwe lid Erik Schoehuijs gekoppeld en moest na een lang gevecht in remise berusten, maar de meeste belangstelling ging natuurlijk uit naar het duel tussen twee andere kampioenskandidaten, Danny de Ruiter en Frank Agter. We kennen Frank hoofdzakelijk als een gevaarlijke tacticus, maar in deze partij liet hij zien ook het positiespel te beheersen. Hij wist een  paar timide zetten van Danny bekwaam uit te buiten en boekte een meer dan verdiende overwinning die u hier kunt volgen.

 0

PW69 – Strafkorting voor afbericht

Door |2017-05-31T11:06:57+02:008 september 2013|Analyses, Partij van de Week|

Ook dit seizoen hoop ik u te kunnen verpozen met enig analysewerk. Dat kan uiteraard alleen als u meewerkt en mij interessante partijen uit de interne competitie toestuurt. Schroom niet, ook al zal ik u lang niet altijd een pluim op de hoed kunnen steken en in tegendeel uw partij vaak van kritische noten moeten voorzien.
In een heel korte samenvatting van de Jaarvergadering meldt de nieuwe secretaris op deze site enkele wijzigingen van de interne. Eén ervan is een nieuwe regeling betreffende ‘de vergoeding voor een afbericht’. Ook voorgaande jaren werden er al pogingen gedaan een strafkorting te geven voor degenen die minder vaak speelden. Gelukkig was men steeds zo verstandig zo’n regeling af te wijzen, maar kennelijk is het nu gelukt die regeling er door te jassen. Wie zich nu vaker dan drie maal afmeldt krijgt in het vervolg een strafkorting! Hoera, hoera, waarom? De oude regeling, waarbij je slechts langzaam zakte op de ranglijst bij veel afzeggingen, was niet voor niks zoals die was. Die ging uit van de gedachte dat een ieder steeds een zo gelijkwaardige speler als tegenstander moest treffen. Door de strafkorting ben je binnen de kortste keren afgedaald tot het niveau van Bob de Mon en het is bekend dat die aan een ‘omlaag gevallen topper’ net zo’n hekel heeft als aan een hangjongere in zijn voortuin. Een dwaze regeling  die zondigt tegen een van de basisregels van een laddersysteem. Wat is in vredesnaam het nut hiervan?

(meer…)

PW68 – Een vrolijke afsluiting van het seizoen

Door |2017-05-28T21:51:19+02:0021 juni 2013|Analyses, Partij van de Week|

Door enig lichamelijk ongemak was ik dit seizoen niet in staat deel te nemen aan de interne competitie en daarom had ik zelf ook geen zicht op bijzondere prestaties die daar verricht werden. Gelukkig kreeg ik van deze en gene materiaal toegestopt en sommigen reageerden positief op mijn verzoek de partijnotatie toe te zenden, terwijl  een enkeling zijn partij zelf analyseerde.
Er werd natuurlijk weer heel serieus gespeeld in de interne, wat niet wil zeggen dat het er af en toe vrolijk lichtvoetig aan toe ging. Zo viel bijvoorbeeld in de laatste ronde het volgende openingsspel te noteren: 1.g4 d5 2.Lg2 Lxg4 3.c4 c6 4.cxd5 cxd5 5.Db3 Pf6 6.Dxb7

imageDiagram na 6.Dxb7 uit Frank Agter – Maaike Keetman

Zwart kan nu met 6…Pbd7 voor complicaties gaan, maar Maaike haalde de angel uit het witte spel met 6…Dc8 en gedwongen door de tegenaanval op Lc1 moest Frank wel in dameruil berusten en maakte Maaike uiteindelijk keurig remise in een toreneindspel met minuspion.

Ook lichtvoetig ging het eraan toe in de partij Albrecht-Niewenhuis, waar u hier een analyse van aantreft. Nu verwacht je van deze twee spelers ook niet anders dan dat ze zo snel mogelijk op avontuur gaan en het was dan ook geen wonder dat de kansen een paar keer wisselden in deze partij. Nadat Alex een tamelijk voor de hand liggende afwikkeling had gemist, was het Ruud tenslotte die in een gezonde stelling een fataal familieschaak over het hoofd zag.
Over de verliezer van deze partij zijn enige woorden wel op zijn plaats. Ruud nam de meest ondankbare taak van de club, te weten het interne wedstrijdleiderschap van Jan Drewes over. En hoewel de indeling misschien niet altijd geheel vlekkeloos verliep verdient Ruud een groot compliment voor de enthousiaste wijze waarmee hij zich van zijn taak kweet. Hij nam daarbij het risico op zich dat zijn taak ten koste van zijn eigen spel zou kunnen gaan. Ik heb daarom eens even gekeken naar zijn resultaten de laatste drie seizoenen. In 2010/11 eindigde hij als 28e met een score van 11 uit 22. Ook vorig jaar (2011/12) kwam hij precies uit op vijftig procent (10 uit 20) maar werd daarmee 14e. Nu (2012/13) was zijn score 8 uit 22! en duikelde hij naar de 26e plaats in de eindrangschikking. Er valt kennelijk niets aan te doen, het wedstrijdleiderschap gaat ten koste van je persoonlijke verrichtingen.

 0

PW67 – De Waagtoren Toppers

Door |2017-05-28T21:20:36+02:0029 mei 2013|Analyses, Partij van de Week|

Al vrij spoedig werd duidelijk dat het clubkampioenschap 2012/13 zou worden uitgevochten door het drietal Frank Agter, Jos Vlaming en Danny de Ruiter. Even leek het er op dat Dirk van der Meiden zich in de strijd zou mengen nadat hij in de vierde ronde Jos verslagen had, maar daarmee bleek hij zijn kruit grotendeels verschoten te hebben. Ook Peter Hoekstra viel spoedig af. Nadat hij in ronde 6 tot en met 11 had genoten van een vakantie verloor hij bij terugkomst van zowel Jos als Danny. Die laatste partij reglementair omdat hij vergeten was zich af te melden! Daarna hebben we nog weinig van hem vernomen.
Toen lag dus de weg voor het genoemde drietal open. U weet inmiddels hoe die strijd af gaat lopen. Danny zal het clubkampioenschap niet meer ontgaan. Hij was vooral genadeloos voor de ‘subtoppers’. Alleen John Leek wist hem een punt af te pakken door twee keer remise te maken. Interessant was de onderlinge strijd van de toppers. Opmerkelijk genoeg eindigden al die ontmoetingen in 1½ – 1½. Frank en Danny speelden drie boeiende partijen tegen elkaar die alle drie in remise eindigden. Maar Jos zorgde voor meer spektakel. Naast een remise verloor en won hij zowel tegen Danny en Frank een partij. De laatste pas in de 31e ronde, waarmee Frank definitief op een onoverbrugbare achterstand op Danny werd gezet.
Jos is voor velen een raadselachtige speler op wiens spel ze maar geen grip krijgen. Neem de volgende stelling:

image

 

 

 

 

 

 

Zie diagram hierboven (na 17.fxe6 uit Agter-Vlaming). Zou Jos, die in de regel graag een pionnetje mee snoept, hier de toren op a1 gepakt hebben of veiligheidshalve op e6 teruggeslagen hebben?  Houdini geeft na  17…Lxa1  de volgende variant:  18.Df3 fxe6 19.Dxf7+ Kd8 20.Dxe6 Tb7  en de witte aanval loopt dood. Houdini geeft daarbij aan dat 17…fxe6 nog sterker is. Wat Jos deed kunt u in de volgende analyse van zijn hand hier vinden.

 1

PW66 – Hemmen en verharren in de interne?

Door |2017-05-28T17:00:40+02:0017 april 2013|Analyses, Partij van de Week|

Zoekend naar leerzaam studiemateriaal voor mijn leerlingen grijp ik meestal terug op voorbeelden uit mijn leergierige jaren. Zo nam ik kortgeleden het boek ‘Schaken met Grootmeesters’ weer eens ter hand en raakte daarbij geboeid door de bijdrage van Bent Larsen. Uiteraard was Nimzowitsch, die de laatste twaalf jaar van zijn leven in Denemarken woonde zijn grote voorbeeld en het is dan ook begrijpelijk dat hij in dit boek een partij van Nimzowitsch als voorbeeld gaf van een meesterwerk uit de schaakgeschiedenis. Het betreft de partij P.Johner-Nimzowitsch (Dresden 1926) en hij behandelt daarin het begrip ‘Hemmen’ of in zuiver Duits ‘Hemmung’. Een mooi Nederlands woord bestaat daar niet voor, maar Hemmung laat zich het best omschrijven als ‘in bedwang houden’ .

imageDiagram na 12…Ld3-e2 uit P.Johner-Nimzowitsch

Dit is de stelling waar het om draait. Als Hemmen, in bedwang houden is, dan moeten we allereerst vaststellen wat wits plan is of zou kunnen zijn. Heeft u na bestudering van de diagramstelling enig idee wat wit dreigt te spelen? Juist  13.g2-g4! Dan is er ook maar een zet waarmee dat is te verhinderen en dat is de Hemmungszet 12…Dd8-d7!! Het zou te ver voeren hier de hele partij te behandelen, maar ik kan u aanraden hem op te zoeken en dan zult u zien hoe Nimzowitsch het witte spel op de koningsvleugel helemaal lam legde en hij uiteindelijk het initiatief op die vleugel helemaal overnam.

Een ander begrip waar ik bij herhaling aandacht voor heb gevraagd is het begrip ‘verharren’, zover mij bekend door Euwe in het schaakspel geïntroduceerd. Ik moest bij deze begrippen denken toen ik de partij Poland-Kögeler uit de interne onder ogen kreeg.  Zowel Jan als Aart zouden bij hun schaakopvoeding nog iets van Nimzowitsch en Euwe meegekregen moeten hebben. In de partij tussen hen, die we hier onder de loupe nemen komt het begrip Hemmen niet voor, maar Aart laat een levensgrote kans om te ‘verharren’ aan zich voorbij gaan (17…Pbd7). Ik leg het nog één keer uit. Als je slecht staat, moet je je zo stil mogelijk houden. Geen wilde tegenacties, geen dubieuze combinaties. Leg de druk bij de tegenstander, die vaak uit meerdere goede zetten moet kiezen en in die situatie lang niet altijd de beste zet selecteert.  Pas als je de kans krijgt tot een verantwoorde tegenactie, sla dan toe.
In de genoemde partij Poland-Kögeler komt het er niet van. Nadat Aart met een wilde tegenactie alleen zichzelf maar heeft geschaad, is er geen houden meer aan, zelf niet nadat Jan de eenvoudigste winst laat liggen.

 2

PW65 – Een nieuw gezicht aan de (sub)top: Guido Florijn

Door |2017-05-28T16:58:12+02:0015 april 2013|Analyses, Partij van de Week|

Het belooft een spannende strijd te worden om het clubkampioenschap tussen Frank Agter en Danny de Ruiter. Jos Vlaming lijkt te ver achter geraakt om zich nog in deze strijd te kunnen mengen. Verrassend is echter dat we daarna bijvoorbeeld niet Dirk van der Meiden, Gerard de Geus of Peter Hoekstra op de ranglijst vinden, maar C-spelers als John Leek en Guido Florijn. John (zie PW59) eindigde vorig seizoen als 18e en Guido zelfs als 21e. Een mooie progressie dus van beiden, als ze deze plaatsen vast weten te houden tot het eind van het seizoen, want ze krijgen bijvoorbeeld nog met Frank en Danny van doen.
In de 24e ronde moest Guido zijn hoge positie verdedigen tegen Jos Vlaming. Na gewaagd openingsspel, welk Jos wat te rustig bestreed, kreeg hij zelfs het initiatief in handen en na een fout van Jos kreeg hij ook nog een pion te pakken. Winst heeft er waarschijnlijk nooit ingezeten en Guido was allang blij met remise tegen zijn gerenommeerde tegenstander. De partij kunt u hier vinden.

 2
Ga naar de bovenkant