Eerste morst kostbare punten (VAS2 – De Waagtoren 1 4-4)
Gisteren mochten we het met meerdere teams opnemen tegen de traditieclub VAS uit Amsterdam, die aantrad met maar liefst 9(!) teams. Het was volle bak, maar wel sfeervol. De teamcaptain van VAS2, Joris van Vuure, had in zijn vooruitblik op deze wedstrijd al voorspeld dat het moeilijk ging worden, maar dat ze het wel uit allemacht gingen proberen. Zoals Tex de Wit me toevertrouwde: het tweede van VAS is eigenlijk sterker dan het eerste. Er werd in elk geval op elk bord strijd geleverd. Geen enkele partij eindige vreedzaam. Een zeldzaamheid. Geen oude-Rob-Hartoch-aspiranten, geen angsthazen, het remisevirus leek voor goed te zijn verdreven. Dat de wedstrijd vlak voor tijd in een gelijkspel eindigde, daar mochten we nog niet eens ontevreden mee zijn.
Het was een zware middag voor de onzen. Of het aan de vorm van dag, slaapgebrek, het RL-virus of wat dan ook lag: niemand leek controle over de partij te hebben. Laten we een rondje langs de velden maken. Ik had overigens mijn handen vol aan mijn eigen geknoei, dus heel veel heb ik niet meegekregen. Updates volgen later.
Bij het eerste rondje langs de borden zag ik dat Jos een doorschuifvariant van het Frans te verwerken kreeg. Nou had ik dat toevallig recentelijk nog uitvoerig bestudeerd met behulp van Giri’s chessablecursus (een aanrader voor adepten van het Frans!) alsmede de prima cursus van den onzen Vjeko en Jan Gustafsson Gustafsson’s agressive 1.e4. Zwart heeft meerdere bevredigende speelwijzen. Bijvoorbeeld na 1.e4 e6 2.d4 d5 3.e5 c5 4.c3 Pc6 5.Pf3 Ld7 6.Le2 Pge7!?

A. 7.dxc5?!
Vanaf hier kan het paard naar f5, maar vaker nog kan het naar g6. In principe kan wit pas voordelig slaan op c5 nadat het paard naar f5 is gegaan. Op 7.dxc5?! in het diagram volgt namelijk Pg6! en wit krijgt problemen met de zwakke pion op e5. Na 8.b4 heeft zwart hier sterk 8…a5! en pas na 9.Ld2 slaat zwart op e5.
B. 7.0-0 de hoofdvariant. Zwart heeft nu meerdere opties. Prima speelbaar voor wie het simpel wil houden, is bijvoorbeeld 7…cxd4 8.cxd4 Pf5 9.Pc3 a6 (een wachtzetje, Tc8 kan ook, maar het is praktischer om de toren nog even op a8 te houden) 10.Lg5 en nu is gek genoeg 10…Le7 de beste optie: ja, je ruilt wits ‘slechte’ loper, maar je wint wat manoeuvreerruimte en verwijdert een gevaarlijke aanvaller van de verzwakte zwarte velden af.. Na 11.Lxe7 Dxe7 12.Dd2 0-0 13.Tac1 is bijvoorbeeld Ph4 een prima zet om een gebalanceerde stelling op het bord te houden. Zie diagram.

Wat niet te doen: Zwart moet wel even oppassen niet te snel f6 te willen doen, dus geen 13…f6? vanwege de optie 14.g4 Ph6 15.exf6 en nu moet zwart wel erg creatief worden om geen materiaal te verliezen na 15…Txf6 16.g5 Tg6 en na 17.Ld3 Pf5 18.Lxf5 exf5 19.Te1 bereikt wit een positionele droomstelling. Nimzowitsch schreef het al: gedrongen stellingen moeten langzaam worden bevrijd.

Te vermijden: een te vroeg 13…f6. Voor wie dit niet dynamisch genoeg vindt (te veel geruil, het lijkt teveel op de Slavische slaapvariant), kan ook kiezen voor 7…Pg6 en daarna rustig ontwikkelen met 8…Le7. Pas als de ontwikkeling is voltooid zal zwart een keer moeten breken met f6 en na Lxf6 een keertje e5 moeten doen. Dat is een strategisch complex middenspel met kansen voor beide partijen.

De hoofdvariant gaat nu verder met 11.Ld3 a4 12.Te1: wit probeert klaar te staan voor een zwarte bevrijdingsactie in het centrum, die uiteindelijk uitmondt in deze stelling (analyse Vjeko en Gustafsson):

Jos koos voor een andere opzet: de ouderwetse hoofdvariant met 5…Db6 en 6…Ph6. Wit heeft daar meerdere goede opties, maar op zich was er in deze stelling nog niet veel aan de hand:

Pathak – Vlaming na 9.Lb2. Hier is een ontwikkelingszet als Ld7 aangewezen. Na Jos’ 9…a5 krijgt wit heel wat ruimte en tempi cadeau. En even later ging het al goed mis:

Hier speelde Jos het toch wat treurige 12…Pb8. Dat paard moet natuurlijk naar a5. Desnoods ten koste van een pion, want na 13.Dxa4 is het nog niet zo eenvoudig om de pion te houden. Zwart speelt Ld7, Le7 en 0-0 en heeft een min of meer voltooide ontwikkeling. Als wit te hebberig wordt, komt hij snel in de problemen. Toen ik langskwam, had het paard op b8 wel gezelschap gekregen van de sint op d8. Een fout komt zelden alleen, maar deze stelling is om te huilen. De computer geeft wit al +2.6.
Nou is Jos een groot fan van het zogenaamde achteruitschaak en komt zeker in aanmerking voor de Nimzowitschtroffee. Door hardnekkig niets-doen kwam de remisemarge weer in zicht. Dat niets-doen niet des Vlamings is, bleek toen hij met f5? de eigen stelling definitief open blies. Dat kostte materiaal en de partij. Jos zal er erg van hebben gebaald. Ik zou hem adviseren eens de chessable-app te downloaden op de telefoon en eens een cursusje of wat aan te schaffen. Er gaat een wereld aan informatie voor je open. (Maaike, je hoeft me niet te bedanken!)
Dat brengt me bij Yong-Hoon. Punctualiteit is niet zo zijn ding, maar tot nog toe heeft hem dat geen windeieren gelegd. Met tevredenheid zag ik hoe zijn openingsvoorbereiding op het bord kwam en telde in gedachten het punt al. Blijkbaar ging er toch iets ernstig mis. Wat dat precies is, zal voorlopig in de duisternis gehuld blijven. In enkele flarden die ik nog kon opvangen, ging de witte monarch het hele bord over.
Niet getreurd: Danny won soepel van voormalig krachtpatser en snelschaakkanon Aran Köhler, Robs partij kon alle kanten op, ik stond dramatisch aangekrant, Maaike stond beter, Frank stond OK en Michaël speelde tegen de aimabele en altijd solide Pim Ghijsen, waarbij je eigenlijk wel zeker kon zijn van een halfje. Althans…Michaël was blijkbaar – net als ikzelf – in training voor het WK tegen-jezelf-schaken.
Na een al wat moeizaam verlopen opening stond het zo:

Stelling na 19…Txa8. Toegegeven: de stelling is niet makkelijk meer. Wit moet terugnemen op c4, maar dan moet je wel een zet vinden in de stelling na 20.bxc4 Ta2 21.Tb1 Le4 22.Lxf6 Lxc2 23.Txb6 gxf6 24.Tb8+ Kg7.

Tsja, wat nu: zwart dreigt onder andere Ta1+ en Ld3 met winst. En 25.Tb7? faalt op Ta1+ 26.Lf1 Le4! 27.Txe7 Lxf3 en Le2 is niet te stoppen. Iets als 25.h3 dan maar en het is nog wel een beetje speelbaar, maar niet lekker natuurlijk. Michaëls oplossing 20.Pg5? was in elk geval geen verbetering. Dat was een kleine teleurstelling. Voortaan maar weer een opening waarin het iets sneller concreet wordt (ja, ik bedoel ‘best by test’).
Rob had een fraaie partij. De opening verliep succesvol en in onderstaande stelling en wederzijdse tijdnood was hij tactisch de handigste.

Kleeman-Konijn. De witspeler speelde hier 24.fxg4 en na Lxg4! had hij zich het vege lijf kunnen redden met 25.Pf5! Na het gespeelde 25.Df2? Lxd1 26.Txd1 volgde er een afwikkeling. Toen alle stofwolken waren opgetrokken bleef er van de witte stelling enkel een ruïnelandschap over, waarin de onveiligheid van de witte koning de doorslag geeft.

Zo stond het dus weer gelijk, terwijl ik verloren stond en Maaike overwegend. Maar aan het bord van Frank A. naast mij ontspon zich een drama. Eerst schudde Frank een prachtzet uit zijn mouw met 27…Pf3!
Daarna vervolgde de combinatieman sterk, maar ging vrij snel de fout in, in een stelling waarin hij de enige zet moest spelen. Blijkbaar dacht Frank dat er geen verschil was. Doodzonde.
Teveel partijen van Marten Coerts of Alex Albrecht nagespeeld, wie zal het zeggen?
Frank riposteerde met 32…Txe8?? en kwam in een matnet terecht. Dat betekende dus dat Maaike moest winnen, wat ze keurig deed met behulp van een sterke vrijpion.
Dat betekende ook dat ik mijn verloren stelling moest ombuigen. Vanuit de opening werd ik met een aantal interessante (en bekende) strategische concepten langzaamaan weggespeeld. 
Van Tellingen – Van Vuure na 11…Lg4?! De beste zet is 11…Le6 en die had ik ook verwacht. Nou heb ik dezelfde stelling wel eens met een paard op d5 gehad, tegen Erik van den Doel. Die speelde toen b3! Na 12.Pf1 kwam de volgende zet dus niet bepaald als een verrassing, ik dacht echter dat ik eenvoudigweg een gratis pion collecteerde. Maar de zwartspeler speelde hier nog grootmeesterlijk en vol zelfvertrouwen verder. Na 12…b3 13.cxb3 Pc6 (op weg naar d4) 14.Pe3 Lxf3 15.Dxf3 volgde niet Pd4 maar het interessante 15…Pb4.
Volgens de computer staat wit hier nog beter. 16.Lb1 ligt voor de hand, maar je wilt niet dat je lopers levend begraven worden. Voor zwart is het voordeel vooral dat de stelling veel makkelijker speelt. De kritieke stelling kwam enkele zetten later op het bord.
Lang heb ik hier zitten denken aan ideeën als 20.a5 benevens 21.Ta4 om het paard los te weken, maar het zag er allemaal wat krom uit. Ik was al niet zo tevreden over mijn beslissing met d3-d4 de pion terug te geven en dacht hier dat ik misschien een loper op c4 kon gaan zetten. Vandaar dat 20.Ld3 volgde. Na 20…a5 (Lg5 was al sterk) was ik aanvankelijk 21.Lc4 van plan, met als pointe dat Pc2 faalt op 22.Lxa5!
Hier had ik wel gezien dat teveel optimisme niet werkt: 24.Lxf7? lijkt sterk, omdat 24…Pxe1 faalt op Pg6+ met mat en 24..Pf6 eveneens op 25.Pg6+. Maar zwart heeft 25…g6! en wint. In deze stelling heeft wit echter sterk 24.Pc6!! (die had ik nog wel gevonden) en na 24…Pxe1 was ik gestopt met rekenen. Wit speelt dan echter 25.Dd1!, slaat eerst de toren en daarna staat het paard ingesloten. Nou hoeft zwart hier helemaal niet op in te gaan. Na Lc4 kan hij ook, net als in de partij, heel sterk 21…Lg5 spelen.
In arrenmoede besloot ik daarom Lc4 maar voor te bereiden en speelde de onbegrijpelijke zet 21.Tec1?? Na 21…Lg5 ging het snel bergafwaarts.

Wit is hier gedwongen 22.Lxg5 Dxg5 toe te laten. Na 23.Lc4 g6 24.Pg3 (wat anders?) Pg7 zag ik de bui hangen. Wat nu: zwart rustig zijn stelling laten verbeteren of een wanhoopspoging om de boel te compliceren? Ik koos voor het laatste, omdat ik dacht dat hem dat voor de meeste praktische problemen bij de conversie van het voordeel zou stellen. De zwartspeler bleef goed spelen, maar maakte het zichzelf moeilijk en kwam toen in grotere tijdnood dan ik zelf.
29…d5? Een klein sprankje hoop in een stelling waarin zwart alles in handen heeft. 30.exd5 (bedankt)! En de ironie wil natuurlijk dat deze pion later de nagel in de doodskist blijkt te zijn. 30…f5! (dat was het idee, maar dat had ook anders voorbereid kunnen worden) 31.Pg3 Dg5 32.gxf5 Txf5? een tweede onnauwkeurigheid, precies waar ik op gehoopt had. Zwart staat nog steeds gewonnen, maar heeft inmiddels ook zijn koning wat blootgesteld en moet eerst een tempo verliezen vanwege de dreiging Pf5+. Ook komen er trucs met hxg6 en Ph5+ of h6+ in de stelling.
32.Dg2 Tf4 33.Le2! (daarover was ik erg tevreden.) Mijn tegenstander, die ruim in zijn tijd zat, haalde me nu weer wat in (ik had nog ongeveer 6 minuten, hij een kwartier). 33…Pcd3? (weer een slechte. Pbd3! was aangewezen). 34.Tc7+! (objectief is de zet niet de beste, dat is hxg6, maar praktisch wel. In de partij dacht ik dat zwart 34…Kh8! 35.Taf1 Tf8 moest spelen, waarna wit 36.d6! heeft. Txf2? kan dan niet omdat aan het eind Da8+ met mat volgt. Daarom speelde mijn tegenstander na lang nadenken
34…Tf7? 35.d6?!!? Het is nu wel gelijk.
Met nog 3 minuten voor mij en 6 voor de zwartspeler volgde 35…Tfb8?? Nu staat wit gewonnen (correct was Pf4!). De partij was niet om over naar huis te schrijven, maar voor het vertrouwen is het goed om te constateren dat ik alle gegeven kansen nu zonder aarzelen inschoot. Na 36.hxg6 hxg6 37.Pe4! Dxg2+ 38.Kxg2 Pf4+ 39.Kf1! heeft wit opeens een mooi veld voor zijn paard, een relatief veilige koning en een beer van een vrijpion op d6, die zwart fataal wordt.

De pion wordt trouwens indirect gedekt door een Danny-trucje. Na …Txc7 40.dxc7 Tc8 heeft wit 41.Pd6! Txc7 42.Pe8+! en wint. De zwartspeler, ongetwijfeld aangeslagen door de wijze waarop zijn prachtstelling zo door de vingers had kunnen glippen, bood geen noemenswaardige weerstand meer. Na 40…Pfd5? (ook dat nog, na 40…d3! had ik in elk geval nog 41.Ld1! moeten vinden) 41.Txf7+ Txf7 42.Lb5! is het uit, de d-pion loopt door en na 42…Pf6 43.Pg5! Ta7 (gedwongen) 44.Tc1 Pbd5 45.Tc5 gaf zwart het op. Er dreigt onder andere Txd5, d7 en Pe6 met stukwinst en bovendien is het lastig voor zwart een zet te vinden. Een zware middag. Op 10 januari (een unicum?) mogen we de degens kruisen met Leiderdorp. Ook geen zwakke tegenstander.


Heeft het Eerste nog steeds de ambitie om 1e Klasse te spelen? Zo ja, dan dient het bestuur snel werk te maken van versterking van het team want met de bestaande spelers heeft het team weinig te zoeken in de 1e Klasse. Bovendien speelt men daar met 10 man en die 2 extra vindt je qua speelsterkte niet binnen de eigen vereniging. En als er dan toch 2 spelers uit het Tweede moeten komen wordt dat team weer verzwakt en vervolgens het Derde enz. en krijgen we een seizoen met degradaties. Lijkt mij niet raadzaam. Succes gewenst met het vervolg.
Laten we eerst maar eens na 7 rondes zien waar we staan, Jan. En natuurlijk hebben we een uitgebreide scoutinglijst. Bovendien is Mislintat straks wel weer beschikbaar om ons uit de brand te helpen.