Martin Rep

Overpeinzingen van een bestuurslid

Enkele jaren geleden is tijdens onze ALV ons beleidsplan goedgekeurd. Na lang aandringen vanuit de ALV en ook vanuit een aantal individuele leden besloten we nu eens op te schrijven wat we wilden bereiken, hoe we dat wilden bereiken en waarom we de vereniging konden worden die we wilden zijn.

Er zijn enkele jaren voorbij en ik durf te stellen dat we zeer tevreden mogen terugkijken. Volgens ons beleidsplan, dat we presenteerden in 2020, wilden we met ons eerste team een stabiele eersteklasser worden, wilden we de jeugdafdeling groter krijgen met een substantiële doorstroming naar de senioren en lessen voor ieder niveau op basis van voldoende gediplomeerde jeugdtrainers en wilden we aanwezig zijn bij activiteiten ter promotie van de schaaksport in brede zin en de vereniging in het bijzonder.

Drie en een half jaar verder speelt ons eerste in de Meesterklasse, hebben we een bloeiende jeugdafdeling met meer gediplomeerde trainers dan we ooit hadden en is onze clubavond langzamerhand een regionale bezigheid vanwege toestroom uit de regio Groot-Alkmaar en daarbuiten. Daarnaast organiseren we enkele grote en breed bezette toernooien, waarvan ASK en het Kroegloperstoernooi de meeste aandacht krijgen.

Dat is allemaal niet vanzelf of zonder slag of stoot gegaan en nog steeds worstelen we met enkele vraagstukken. Vooral voor wat betreft ons eerste team hebben we vele gesprekken met diverse leden en krijgen we als bestuursleden vele diverse signalen. Er is nog nooit een kok gevonden die kan koken naar alle monden en dat is hier zeker van toepassing. Onze ambitie om een stabiele eersteklasser te worden was mede ingegeven door het feit dat we doorstromende jeugd op alle mogelijke niveaus een podium zouden willen bieden. Nu we echter al zijn gepromoveerd naar de Meesterklasse is de vraag of we er alles aan zouden moeten doen (of hebben gedaan) om die status vast te houden. Willen we een brede vereniging zijn voor alle niveaus, willen we ons richten op een sterk (of versterkt) eerste of zijn er nog meer varianten. Doen we het met spelers die al langer binding hebben met onze vereniging of kunnen we aan de slag met spelers van buitenaf? Die laatste variant vraagt ook praktisch nog wel wat inspanningen. Zoeken van sponsors, opmaken van contracten, hoe regel je betalingen op de juiste wijze? Zaak is echter om eerst naar de principiële kant te kijken (wat willen we zijn, wat willen we bereiken en wat hebben we er voor over?) en daarna de praktische zaken in te regelen met de expertise die daarvoor benodigd is.

Vragen die lastig te beantwoorden zijn en waarover ik ook benieuwd ben naar de mening van onze leden. En als we naar je mening luisteren dan betekent dat niet automatisch dat we je koers volgen, als bestuur maken we onze keuzes maar wel graag zodanig dat onze leden zich thuis blijven voelen bij onze vereniging en bij onze richting.

En ja, dan kan ik toch een glimlach niet onderdrukken als ik terugdenk aan een mailtje van de NHSB of we echt zoveel jeugdtrainers wilden aanmelden voor de (gesubsidieerde) opleiding? Of als we in de door de KNSB gepubliceerde aantallen zien dat we vorig jaar qua groei de vijfde vereniging van Nederland waren en dat we qua ledenaantal (159) tegen de top tien van Nederlandse verenigingen aan zitten (nummer 10 heeft 164 leden). Kortom, we zijn lekker op weg maar we staan ook voor lastige keuzes… En natuurlijk herhaal ik daarbij onze vraag en oproep om daar waar mogelijk je bijdrage te leveren. Want er komen nog zo veel zaken op ons af die we best zouden willen realiseren maar waarvoor we ook vrijwilligers nodig hebben. Op ons lijstje staan nog schaaklessen voor beginnende volwassenen, sneller ‘ja’ kunnen zeggen op verzoeken om uitleg over schaken te komen geven of demonstraties, teamleiders voor het groeiend aantal competitieteams, kortom, er is nog genoeg te doen. Wie springt er mee op de rijdende trein?

Leave A Comment