Nico Hauwert

Zsc-Saende/Het Witte Paard Combinatie 1 – De Waagtoren 2, uitslag: 3 – 5

Wat deed iedereen zaterdag 16 december weer enorm zijn best!

Met drie auto’s, vanaf het WCO, station Alkmaar Noord en ten slotte Haarlem, togen we naar de Zaanstreek.

In volgorde van beëindigen dan maar:

Bord 1

Nico (met wit) tegen Chris de Saegher, dacht ik vooraf. Zoals in het verre verleden in de onderlinge competitie, toen ik nog bij Het Witte Paard speelde  (dat nu dus een fusieclub is), meerdere malen gebeurd was.

Niets ervan. J. Abcouwer wachtte me op en groef zich met een nogal passieve maar uiterst stevige stelling in. Met drie en later vier pionnen ging ik naar voren. ‘Zo ken ik je helemaal niet’, merkte Gerard later aan de bar op. Niet met zwart nee, maar nu had ik wit en het gedrukte zwarte spel maakte de drang naar voren in me wakker.

Hoe dan ook, het duidelijke (ruimte-)voordeel gaf me nog geen helder winstplan. Na een onvoorzichtige actie van hem reageerde ik onnodig defensief. Het remise aanbod dat ik spoedig liet volgen, nam hij aan in een stelling die inmiddels vrijwel gelijk was. Pas thuis zag ik hoe eenvoudig mijn stelling verder te versterken was geweest. Over deze partij later nog meer.

Bord 5

Bijna gelijktijdig kreeg Gerard (met wit) remise aangeboden door E. Woudt. Aangezien die een gezonde pion meer had in het eindspel, was er geen reden dit te weigeren (1/2).

Met een aardige wending was wit pion h3 ontnomen door Lc8. Als g2xf3 was geantwoord, won zwart met Pe5-f3+ en Pf3xd4 een volle dame, vandaar.

Toen ik Woudt naderhand vroeg waarom hij niet doorgespeeld had -niet dat ik dat graag had gezien, overigens-  gaf hij slechte vorm als reden op.

Na deze twee puntdelingen lachte vrouwe Fortuna ons toe, zonder hiermee overigens de serene stilte in de speelzaal te verstoren.

Bord 6

Het pionoffer dat Ronald (met zwart) tegen C. Molenaar bracht, was dan wel onbedoeld -zoals hij me aan de bar toevertrouwde- maar pakte wel zeer goed voor hem uit! Zijn paard op e4, gesteund door pion f5, was de slechte witte L op h4 verre de baas. Wits pionnen op de zwarte velden, vooral d4, e3 en f4 (1.f4 was de beginzet.) hinderden wel de eigen loper, maar lieten het paard ongemoeid.

De zwarte toren stond op g6 dreigend naar g2 en de witte koning gericht. Met afwachtend spel was er echter nog niets beslist. Wit hield dit echter niet vol en na de noodlottige opmars d4-d5, om de pluspion te gelde te maken, besliste de zet Da4-c2, met dubbelaanval op een toren op d5 en g2 de partij meteen.

Terugkijkend denk ik dat onbedoelde pionoffers soms de beste zijn.

Op bord 8 speelde Daan (zwart) een vroeg eindspel, dat was ingeluid door R. van der Meer, die zeer vroeg op d1 zijn dame liet ruilen, zodat de koning terug moest slaan. Dit had tot een goed speelbare stelling voor zwart moeten leiden. Maar spoedig kreeg wit een geweldig initiatief op de damevleugel. Daans onnodige reactie a7-a5 als antwoord op a2-a4 was zeer verplichtend. Ook zwarts koning leverde nu de rokade in door via d8 op c7 de kwetsbare punten te dekken. Nodig maar het onderstreepte wits voordeel.

Vervolgens rukte wit krachtig op met f3-f4, ruilde af met f4xe5 om ten slotte eenvoudig de pion op e5 te winnen. Verwachtte ik.

Maar nee! In plaats deze laatste logische stap, verovering van de pion, offerde wit zelf een kwaliteit, voor niets!

Daan wikkelde feilloos af en het overwicht van toren tegen loper bleek spoedig teveel van de witte stelling gevraagd. Zeker toen een zwarte vrijpion onhoudbaar werd.

Invaller Ton ( wit) hield op bord 7 met omzichtig spel zijn iets gedrukte stelling keurig bij elkaar. Ook een verzwakking in de vorm van geïsoleerde dubbelpionnen op h3 en h4 bleken geen probleem, aangezien de witte koning ze in het eindspel eenvoudig verdedigde.

Y. Eijks centrumoverwicht leverde ten slotte niets concreets op en remise werd later het resultaat.

 

Dirk, Perez en Vincent hadden in mijn optiek de spannendste en zeker de langste partijen en daarover gaat nu het licht schijnen.

Bord 3

H. Galjé probeerde zijn lichte centrumoverwicht tegen Dirk (wit) uit te buiten. In het eindspel van toren en paard met vrije

b-pion van wit tegen toren en loper met vrije d-pion (!) vond ik de kansen moeilijk in te schatten. Dirk vond echter een prachtige tactische wending die hem prompt een kwaliteit opleverde!

Zorgvuldig en vooral niet te snel – wie zou er niet wat langer van zo’n stelling willen genieten? – verzilverde hij vervolgens deze winststelling.  Terloops werd zo, net als in Daans partij, het eindspel van toren tegen loper onderzocht. Hierin had de laatste figuur het, zoals te verwachten was, heel moeilijk.

 

Bord 2

C. de Saegher speelde vlotjes naar een eindspel tegen Hebert (zwart) van alweer toren en loper, tegen toren en paard van zwart.

Toen de witte vrijpion op a4 vrij baan had, leek de winst niet veraf. Hebert nam zijn tijd -voor de toeschouwers was dit misschien wel spannender dan voor hem zelf?!- en bleek vervolgens een goede verdediging te hebben ontworpen. Na enkele pionnen te hebben geslagen spoedde zijn toren zich met een omtrekkende beweging terug in de richting van het promotieveld a8!

Juist toen ik dacht: hoe gaat wit straks de zwarte f en g pionnen tegenhouden, werd er tot remise besloten. Hebert vond het teambelang te groot om het aanbod af te slaan. We stonden toen immers al twee punten voor.

 

Ten slotte speelden op bord 4 Vincent (zwart) en J. Moes een zeer lange en ingewikkelde partij.

Nadat hij al vroeg een pion verloor, wist Vincent zijn tegenstander voortdurend bezig te houden met allerlei tegenspel:

dan weer op de onderste rij, dan weer over de h lijn, richting wits koning. Compensatie volop, voor een pionnetje.

De vele kleine en grotere beslissingen kostten beide spelers zichtbaar veel tijd en energie. Ten slotte ondernam wit, die inmiddels twee pionnen voor stond, met de koning een ondernemende tocht over het centrum naar de zwarte stelling. Hier bleek deze veilig te staan, na vele schaakjes te hebben verduurd. Helaas zat er juist geen pat in voor Vincent, die ten slotte, na heroïsche tegenstand, de enige nederlaag van het team opliep.

Al was hun gemiddelde rating slechts zo’n 30 punten hoger, toch wisten we vooraf dat het deze middag niet eenvoudig zou worden. Met de 5 – 3 overwinning waren we dus uiterst tevreden.

 

‘De portier is een invalide.’

De openingszin uit het boek Nooit meer slapen van de schrijver-uit-het-verleden Willem Frederik Hermans vormt een wat gezochte, maar naar later zal blijken passende overgang van schaken naar het dagelijkse leven. Ik beveel dit boek trouwens van harte aan aan de jeugdige clubleden die hun literatuurlijst aan het invullen zijn.

De volgende beschouwing, die niet meer als verplicht leesvoer kan worden beschouwd, is meer voor de liefhebber van beschrijvingen van onvermijdelijk optredende en ongewenste randverschijnselen bedoeld.

Terug naar zaterdagmiddag, Zaandam. De speelzaal, Boko in Zaandam, is ruim genoeg, maar een aantal  ongebruikte stoelen in het looppad, waar ze kennelijk geen kant mee op konden, versperden een vlotte doorloop. Analyseren achteraf, uiteraard verboden in de speelzaal, werd ook niet meteen aangemoedigd in de biljartzaal ernaast. Het luttele meubilair dat je daarvoor uit de hoek bijeen kon rapen en opnieuw groeperen getuigde hiervan.

Voorts drijft de lokaliteit op vrijwilligers. Hiervoor staan nog enkele vacatures open, zag ik, waarvoor de kandidaten elkaar kennelijk niet verdringen.  Het is mij echter wat te ver en zo lang ik me nog in dienstverband bevind, begin ik er toch al niet aan. Eerlijk gezegd kan ik het tappen van een verantwoord biertje ook beter aan kundiger handen dan de mijne overlaten.

Maar over schenken van bier tijdens schaken heb ik nog wel iets te melden. Ook al zal de aandacht hiervoor bij de lezer, nu het schaken gedaan is, wat op de proef gesteld worden. Het zij zo.

Het volgende ongelukkige voorval deed zich voor, toen de partijen enkele uren gaande waren.

De strijd op ons bord spitste zich toe en ik besloot ons beiden iets te drinken te verschaffen. Zo stond ik aan de bar en bestelde bij een dame op leeftijd een kopje koffie en een alcoholvrij biertje. Deze versnaperingen zeulde ik mee langs de genoemde overbodige stoelen en verdeelde ze over beide spelers.

Zijn koffie en mijn koele drank waren spoedig op de plaats van bestemming beland. Na enige tijd voelde ik een aangename sluimer in me opkomen en stelde vast dat Heineken een prettige alcoholvrije dronk op de markt heeft gebracht. Niet van bier te onderscheiden.

Met een zweem van achterdocht draaide ik het groene flesje met witte letters maar eens om: ‘5 %’, las ik. Geen wonder dat mijn drankje niet van bier te onderscheiden was, want het was bier!

Het gaat me te ver om mijn niet winnen van de voordelige stelling hier volledig op te schuiven. Het is echter niet mijn gewoonte om me tijdens een schaakpartij in dranknevelen, hoe gering ook, te hullen en ik raakte dan ook wat uit balans. Er ontglipte me, zoals al beschreven, een mindere zet en ik was blij dat mijn aanbod het punt te delen werd aangenomen.

Bij de analyse in de biljartzaal werd er luid om gelachen. Met de ondergane spanning van de eigen partij werd zo en passant komaf gemaakt.  Eén van de Zaanse spelers beaamde nog de bestelling: ‘alcoholvrij bier’

te hebben gehoord.

Geen moment overwoog ik hierover mijn beklag te doen bij het bedienend personeel. Evenals ikzelf was de bardame hardhorend, zoals me al eerder was opgevallen. Een baan als deze, ook vrijwillig uitgeoefend, is dan een wel heel grote uitdaging. Mijn waardering voor het vervullen ervan, door deze Zaanse lotgenoot, bleef echter recht overeind.

Van schaakontmoetingen als deze zou zonder inzet van vrijwilligers weinig sprake meer zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

Leave A Comment