Marten Coerts

Simultaan uit de oude doos

By Published On: 5 mei 2023Categorieën: Analyses, Overige partijenViews: 3810 Reacties on Simultaan uit de oude doos

Bij het doorspitten van de zes verhuisdozen, afkomstig uit de nalatenschap van de in mei vorig jaar overleden Harry Peters, kwam ik toch nog een aantal interessante items tegen waaronder de notatieformulieren van een drietal simultaanseances van lang geleden. Behalve Harry’s eigen partijen tegen toenmalige toppers als Hans Ree, Loek van Wely en Jan Timman, zat er ook eentje tussen van Dirk Appel, vele malen clubkampioen van V.V.V. en naast Piet Seewald en Eddie Kayser behorend tot de grote drie van de oudste schaakvereniging van Alkmaar. Zoals het literaire wereldje in Nederland  het nog altijd heeft over Willem Frederik Hermans, Harry Mulisch en Gerard Reve was dit ook van toepassing op V.V.V. Het drietal verdeelde vanaf 1935 (de eerste titel van Appel) tot 2003 (zijn laatste titel!), onderling de clubtitels. Seewald werd maar liefst drieëntwintig keer kampioen, gevolgd door Appel met elf kampioenschappen en Kayser vijf keer: een totaal van negenenveertig clubkampioenschappen!

Dat D.B.A. Appel, oftewel ‘gewoon’ Dirk, heel goed kon schaken, zal voor een aantal oudgedienden bij De Waagtoren, geen nieuws zijn. V.V.V. dat er ooit in slaagde in de hoofdklasse te spelen, had dit o.a. aan hem te danken. Naast zijn elf clubkampioenschappen en vele externe overwinningen, was Dirk voor simultaangevers, waaronder Max Euwe, een gevreesd tegenstander, die (minimaal!) drie keer tegen Dirk het onderspit moest delven. Een prestatie die niet mag worden onderschat, gezien – in dit geval – het jaar dat onderstaande partij werd gespeeld: 1949. Euwe behoorde toen nog steeds tot de allerbeste spelers van de wereld getuige het feit dat hij een jaar daarvoor nog had meegedaan – met een bedroevend resultaat weliswaar – aan de strijd om het wereldkampioenschap. In een vijfkamp met Botwinnik, Smyslov, Keres en Reshevsky eindigde Euwe met slechts vier punten uit twintig partijen, roemloos onderaan. Een behoorlijke tegenvaller gezien het geweldige resultaat dat hij in het grootste schaaktoernooi na de oorlog, het Staunton-toernooi in Groningen 1946 had behaald. Met slechts een half puntje minder dan de als twee jaar later gekroonde wereldkampioen Michail Botwinnik werd hij ‘slechts’ tweede, maar liet topspelers als Vasili Smyslov, Miguel Najdorf, Lászlo Szábó, Isaac Boleslavski, Salo Flohr achter zich.

Het notatieformulier van Dirk Appel met zijn partij tegen Euwe, 17 oktober 1949

Max Euwe – Dirk Appel

Alkmaar(?), 17 oktober 1949

1.d4 d5 2.c4 e6 3.Pc3 Pf6 4.Lg5 c6 5.e3 Pbd7 6.a3 Le7 7.Pf3 0-0 8.Dc2 Te8 9.Td1 Pf8 10.Ld3 dxc4 11.Lxc4 Pd5 12.Lxe7 Dxe7 13.0-0 Ld7

De tekstzet is redelijk passief. De loper te ontwikkelen door 13..Pxc3 14.Dxc3 b6 of direct 13..b6 ziet er gezonder uit.

14.Pe5 Tad8 15.Pe4 f6 16.Pd3 Kh8

Een profylactische zet en eveneens de eerste keus van de computer.

17.Pg3 Pg6 18.La2

Direct 18.b4 met spel op de damevleugel en ruimtevoordeel was sterker.

18..Tf8

Voorbereiding van zijn volgende zet.

19.Lb1 f5 20.e4

Met 20.Tfe1 behoudt wit zijn voordeel.

20..Pf6 21.Pc5 f4!

De juiste reactie.

22.e5

Het begin van een afruil die zwart uiteindelijk geen windeieren gaat leggen.

22..fxg3 23.exf6 gxh2+ 24.Kh1

Zwart kan de f-pion nu op drie verschillende manieren terugnemen. Wat Appel doet is typerend voor zijn aanvallende speelstijl. Hij kiest voor de objectief minst goede, maar wél gevaarlijkste, optie.

24..gxf6(?!) 25.Pxb7 Tb8 26.Pc5 Tg8

Natuurlijk het achterliggende idee van zijn 24ste zet.

27.Dd2 Ph4

Lokt wits volgende zet uit met als gevolg een gatenkaas van zwakke witte velden rondom Euwe’s koning, hetgeen de oud-wereldkampioen uiteindelijk zal gaan opbreken.

28.g3 Pf3 29.Dd3 Pg5 30.b4?

Na 30.f4! moet zwart hard werken de balans te bewaren. Na 30..Ph3 31.Td2 of 31.g4 staat wit beduidend beter, zo niet gewonnen. 

30..Le8!

Activeert de tot nu toe passieve loper door deze over te brengen naar het veld van zijn dromen: h5!

31.Kxh2

Ook nu was 31.f4! mogelijk, hoewel ik me goed kan voorstellen dat Euwe deze zet – tijdens een simultaanseance! – niet zo snel doet. Na bijvoorbeeld 31..Lg6 32.De2 Lxb1 33.fxg5 (33.Txb1 Pf7 en wits voordeel is nihil) 33..Txg5! 34.Txb1 Txg3 35.Tb3 Tg1+ 36.Txg1 hxg1(D)+ 37.Kxg1 Tg8+ heeft zwart sowieso twee pionnen voor het stuk en staat zijn koning veiliger dan de witte monarch.

31..Lh5 32.Tc1?

De beslissende fout. Aangewezen was wederom 32.f4! Na 32..Lxd1 33.Txd1 kan het zwarte paard nergens naar toe en trekt wit nog steeds aan de touwtjes. Nu is het snel afgelopen.

32..Lf3!

Dit kon je Appel wel toevertrouwen. Euwe wordt nu achter elkaar van het bord gemept.  

33.Th1?

Een zoenoffer dat de zwartspeler (natuurlijk) niet (direct) aanneemt; hij speelt op mat!

33..Dg7! 34.Kg1 Lxh1 35.Kxh1 Dh6+ 36.Kg2 Dh3+ 37.Kg1 Tg6 0-1

Dertig jaar later speelt, de mijns inziens écht sterkste schaker die ons land ooit heeft gekend, Jan Hendrik Timman, eveneens simultaan. Deze keer mag hij zijn kunsten vertonen in De Rekere in Alkmaar met als sponsor de Nutsspaarbank West Nederland. Hieraan doen in ieder geval Harry Peters mee, én degenen die in staat zijn geweest (zie het krantenartikel) tegen Timman een half puntje te scoren te weten: Gerard van den Graaf (0-0-0), Egbert van Oene (0-0-0), Wim Oving (Pat Mat), Gerard Glas en ikzelf (abusievelijk geschreven als Martin..), van V.V.V.

Timman geeft simultaan in de Rekere, 24 maart 1979

Harry slaagde er niet in een halfje te scoren en moest na een misgreep op de 33ste zet Timman drie zetten later de hand schudden.

Jan Timman – Harry Peters

Alkmaar, 24 maart 1979

1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.Lb5+

De Moskou-(of Loperschaak)-variant, naast de Rossolimo (na 2..Pc6 en dan 3.Lb5) een geliefd systeem van Timman, die dit met name later in zijn carrière veelvuldig zal spelen.

3..Ld7 4.c4

Gebruikelijk is direct 4.Lxd7+.

4..a6

Of 4..Lxb5 5.cxb5 e5 6.a4 Pf6 en wits openingsvoordeel is minimaal.

5.Lxd7+ Dxd7 6.0-0 Pc6 7.d4

En zo komen we in een Maroczy terecht.

7..cxd4 8.Pxd4 g6 9.Pc3 Lg7 10.Le3 Tc8 11.b3 Pf6 12.f3 0-0 13.Tc1 Pe8

Te passief. Na 13..Pxd4 14.Lxd4 b5! staat zwart prima.

14.Dd2 Pxd4 15.Lxd4 Lxd4+ 16.Dxd4 e6?

Bezorgt zichzelf een zorgenkindje op d6. Timman weet er wel raad mee.

17.Tfd1 De7 18.Pa4 e5?

Maar dit is nog erger; zwart geeft, zonder enige compensatie, het belangrijke veld d5 cadeau.

19.Dd3 Dc7 20.Pc3

Op weg!

20..Td8 21.Pd5

Gearriveerd!

21..Dc5+ 22.Kh1 Td7 23.b4 Df2 24.Td2

Wit kan het nauwelijks verkeerd doen, maar direct 24.c5! was doortastender geweest.

24..Dh4 25.De3

25.c5!

25..f5!

Een juiste beslissing. Zwart zoekt zijn heil op de koningsvleugel.

26.exf5 Txf5 27.De2

Timman neemt geen enkel risico, maar ook hier was 27.c5 mogelijk.

27..Th5 28.h3?

Nu is het gemakkelijk een simultaangever, die het opneemt tegen maar liefst veertig(!) tegenstanders, waaronder veel ervaren clubschakers, te bekritiseren, maar 28.g4! was nu de aangewezen zet geweest. Na zowel 28..Tg5 29.De1! als 28..Th6 29.c5! staat wit vrijwel gewonnen. De tekstzet verpest echter weinig.

28..Pf6 29.Pxf6+

Wederom geeft de computer 29.c5 aan als beste optie.

29..Dxf6 30.De4 Th4 31.Dd5+ Kg7 32.c5

De cruciale stelling. Eindelijk speelt wit c5, maar dit is nu veel minder sterk (als zwart het goed doet..).

32..Txb4

Dit kan nog..

33.cxd6 Td4?

Maar dit niet meer. Na 33..Kh6! 34.Tcd1 Tb6! 35.a4 Tbxd6 36.Dxd6 Txd6 37.Txd6 Df4 had de vrede kunnen worden getekend.

34.Txd4 exd4 35.Tc7 Dd8 36.Dxb7 1-0

Zo trots als een pauw mocht ikzelf het genoegen smaken een (krankzinnige) remise te spelen tegen mijn schaakheld en topschaker Jan Timman! Met zijn Elo van 2625 stond hij toentertijd op de vijfde plaats op de wereldranglijst en was druk doende zich, o.a. door een oefenmatch tegen de Rus Poloegajevsky, voor te bereiden op het interzonale toernooi van Rio de Janeiro dat in september/oktober dat jaar zou plaatsvinden. Helaas eindigde hij daar uiteindelijk op een vreselijke vierde plek met een half puntje minder dan Portisch, Petrosjan en Hübner en Timman zich net niet plaatste voor de play-off, met als gevolg geen vervolg in de kandidatenmatches. Legendarisch zal Timmans partij zijn tegen de Joegoslaaf Dragoljub Velimirovic met het toren-lopereindspel dat hij binnen 50 zetten (en er ‘iets’ zou moeten worden geslagen), uiteindelijk wist te winnen.

Jan Timman – Marten Coerts

Alkmaar, 24 maart 1979

1.b3

Ook toen al – en niet alleen tijdens simultaanseances! – speelde Timman van alles en nog wat in de opening!

1..e5 2.Lb2 Pc6 3.e3 Pf6 4.Pf3 e4 5.Pd4 Lc5 6.Pxc6 bxc6 7.d3 d5 8.dxe4 Pxe4 9.Pbd2 Lb4!

10.c3 Df6?

Een hebberd ben ik nooit geweest, maar met het voor de hand liggende 10..Pxc3 11.Lxc3 Lxc3 12.Tc1 Lb4 had zwart zijn voordeel behouden.

11.Pxe4 dxe4 12.Dc2 Le7 13.Dxe4 Lf5 14.Df3

14..Dg6?

Mist 14..La3! 15.De2 Td8 en zwart staat vanwege wits ontwikkelingsachterstand beduidend beter.

15.Dg3

Wit wil met zijn pion meer graag dames ruilen.

15..Lg4 16.f3 Dh6(?!)

Alles of niets. Het eindspel met een pion minder zag ik niet zitten, dus dan maar de tekstzet, met als gevolg +3.57 voor wit. Er dreigt nu wel een kleinigheidje op h4, maar daar trapt Timman natuurlijk niet in.

17.Dxg4 Dxe3+ 18.Le2 Td8

Toch een gevaarlijke stelling voor wit, en hij het prompt verkeerd doet.

19.Td1

Een logische reactie om 19..Td2 tegen te gaan. Maar na 19.Dxg7 Td2! 20.Dxh8+ Lf8 21.De5+ Dxe5 22.Kxd2 Dg5+ 23.Kc2 was het punt naar wit gegaan. Een variant, die zelfs een Timman tijdens een dergelijk evenement snel over het hoofd ziet. Ook 19.De4 was een goede mogelijkheid en wit na 19..Dd2+ 20.Kf2 Dxb2 21.Dxc6+ Kf8 22.Dxc7 Te8 23.The1 g6 24.Kf1 Kg7 licht voordeel behoudt, maar niet meer dan dat.

19..0-0!

De beste zet! Het is nu zwart die beter staat.

20.Lc1?

Een zet die wit de kop had kunnen kosten. Noodzakelijk was of 20.De4 of 20.Txd8+ hoewel ook dan zwarte de beste papieren heeft.

20..Txd1+ 21.Kxd1

21..Td8+

Een logische en goede voortzetting, maar eerst 21..Dxc3 22.Dc4 en dan 22..Td8+ 23.Ld3 Txd3+ 24.Ke2 Dxc4 25.bxc4 Tc3 was veel sterker geweest.

22.Kc2 Dxe2+ 23.Kb1 Dd3+ 24.Kb2 Te8 25.Dc4 Dd6

Na 25..Dxc4 26.bxc4 Ld6 is de stelling in evenwicht. Gelukkig verpest de tekstzet vrijwel niets.

26.Te1 Dxh2 27.Dxc6 Kf8 28.Kb1 Dxg2

Met een remiseaanbod dat onmiddellijk werd aangenomen. De computer geeft 0.00 aan. ½-½

Simultaan in Bergen aan Zee

Zonder het ooit te hebben beseft, deden Harry en ik twee jaar later, op 30 mei 1981, wederom tegelijkertijd mee aan een simultaanseance, dit keer in het prachtig gelegen Nassau Hotel in Bergen aan Zee waar Euwe en Smyslov tegen kleine groepjes simultaannemers (ongeveer twaalf schakers tegelijkertijd) het opnamen. Dit in het kader van een wedstrijd tussen de Koningsclub Bergen en Desisco/Watergraafsmeer. De Koningsclub was eind jaren zeventig opgericht door de betonmagnaat Arnfried Pagel, die aan de Eeuwigelaan woonde. Hij was miljonair geworden na het uitvinden van sneldrogend betonmortel. Op 16 maart 2001 werd het TV-programma Het Zwarte Schaap aan hem geweid, en later belandde Pagel wegens drugssmokkel in de gevangenis van Manchester. Hij betaalde mensen graag met een briefje van 1000, waarover regelmatig problemen ontstonden.    

Arnfried Pagel

Of Harry tegen zowel Euwe als Smyslov aantrad weet ik niet, maar tegen laatstgenoemde moest hij vrij snel onder het juk door, ondanks dat hij in verloren stand nog bijna 20 zetten doorspeelde. Ikzelf had het geluk tegen beiden oud-wereldkampioenen te mogen spelen en slaagde er tot mijn eigen verbazing in (mede vanwege het redelijk hoge tempo) twee keer een remise uit het vuur te slepen.

Smyslov geeft simultaan in Bergen aan Zee, 30 mei 1981

Vasili Smyslov – Harry Peters

Bergen aan Zee, 30 mei 1981

1.d4 f5 2.Pc3

Een creatieve manier om het Hollands te bestrijden!

2..Pf6 3.Lg5 e6 4.e4 Le7 5.e5 Pg8?

Beter waren zowel 5..Pe4 als 5..Pd5, maar ook dan staat wit reeds beter.

6.Lxe7 Pxe7 7.f4

Smyslov doet het rustig aan en vertrouwt op zijn strategische inzicht. 7.Dh5+ Pg6 8.0-0-0 was een stukje scherper.

7..Pg6

Het zwarte paard staat hier niet geweldig. Wit heeft reeds na zeven zetten de beste papieren.

8.Dd2 b6 9.0-0-0 Lb7 10.d5!

10..0-0?

Een blunder.

11.Pf3?

En dit ook min of meer. Waarom niet gewoon op e6 genomen en zwart kan al bijna opgeven?

11..Pa6 12.Lc4 Pc5 13.De3 De7 14.h4

Weer op het rechte pad.

14..Pe4 15.h5

Eerst 15.dxe6 dxe6 en dan 16.h5 was eveneens heel sterk.

15..Ph8?

Een onbegrijpelijke terugtocht waarvan iedereen met enig gevoel in zijn lijf verdrietig zou worden. Na 15..Pxc3 16.bxc3 Da3+ 17.Kb1 Pe7 staat zwart eveneens heel slecht, maar leeft nog (een beetje..).

16.Pxe4 fxe4 17.Dxe4 Df7 18.dxe6!

Reeds de beslissing.

18..Lxe4 19.exf7+ Pxf7 20.Pg5

Goed genoeg, maar 20.Td7! had mooier gewonnen. Met een volle kwaliteit meer schuift Smyslov de partij nu moeiteloos achter elkaar uit.

20..Lxg2 21.Thg1 Lc6 22.f5 h6 23.Pxf7 Txf7 24.Lxf7+ Kxf7 25.Tg6 Te8 26.f5 Txe5 27.fxg7 Kg8 28.Tf1 Te8 29.Txh6 Te7 30.Tg1 Txg7 31.Txg7+ Kxg7 32.Tg6+ Kh7 33.Kd2 Lf3 34.Tg5 Kh6 35.Tg8 Kxh5 36.Tc8 c6 37.Tc7 Lg4 38.Txa7 Kg6 39.a4 Kf6 40.Tb7 1-0

Vasili Smyslov – Marten Coerts

Bergen aan Zee, 30 mei 1981

1.e4 d6 2.d4 Pf6 3.Pc3 g6 4.f4 Lg7 5.Pf3 0-0 6.Ld3 c6

Zwart doet het rustig aan. 6..c5 is de natuurlijke voortzetting.

7.0-0 Lg4 8.Le3 b5 9.Dd2

Ook Smyslov speelt niet op het scherpst van de snede. Met 9.e5! Pe8 10.h3 had hij een beetje meer olie op het vuur kunnen gooien.

9..Pbd7 10.e5

Dus toch..

10..dxe5 11.fxe5 b4 12.Pe2 Pd5 13.Lh6 f6 14.Lxg7 Kxg7 15.exf6+ exf6

Tot dusver hebben beiden partijen allemaal goede zetten gedaan. De stelling is volledig in balans.

16.b3?

Een zet die ik eerlijk gezegd niet begrijp. Na zowel 16.a3 als 16.c4 staat wit volgens de computer een tikkeltje beter.

16..Lxf3

Een onnodige ruil. Veel logischer was met 16..Te8 de e-lijn te bezetten.

17.Txf3 De7

Ook nu niet de allersterkste zet. Beter was 17..f5!

18.Pg3 f5(?)

19.Te1

Een zet die niet slecht kan zijn, maar Smyslov mist hier de interessante mogelijkheid 19.Lxf5! gxf5 20.Pxf5+ Txf5 21.Txf5 De3+ 22.Dxe3 Pxe3 23.Tf2 a5 24.a3 Td8 25.axb4 axb4 26.Ta7 Kg6 en zwart lijkt het te kunnen houden.

19..Dh4?

Wederom gaat zwart met zijn dame naar het verkeerde veld met als gevolg dat dezelfde combinatie mogelijk is, die ook nu niet op het bord komt. Na zowel 19..Df7 als 19..Dd8 staat het volkomen gelijk.

20.Df2?

Me een simpele dreiging, die makkelijk te pareren is. Na wederom 20.Lxf5! gxf5 21.Pxf5+ Txf5 22.Txf5 Tf8 23.Txf8 Kxf8 24.Te6! had zwart het nu wel zwaar te verduren gehad.

20..Kh8 21.Pf1 Dxf2+ 22.Kxf2 Tae8 23.Txe8 Txe8 24.Pe3 P7f6 ½-½

Na afloop kwam ik Smyslov tegen bij het koffiezetapparaat en hij mij in gebroken Engels zei: ‘You played a very good game.’ Hetgeen ‘lichtelijk’ overdreven was (zie de zetten..) maar toch. Van een oud-wereldkampioen (1957-1958) dit te hebben gehoord, kan ik 44 jaar later toch nog steeds met veel plezier aan terugdenken.

Ook tegen Euwe werd het remise waar de 80-jarige nestor knorrend mee instemde; had hij het toch ergens laten liggen?

Max Euwe – Marten Coerts

Bergen aan Zee, 30 mei 1981

1.e4 d6 2.d4 Pf6 3.Pc3 g6 4.g3

Een variant die je zelden ziet, maar waar weinig mis mee is.

4..Lg7 5.Lg2 c6 6.Pge2 Pbd7 7.0-0 e5 8.f4

Op deze leeftijd speelde ook Euwe niet meer als in zijn jonge jaren. De tekstzet geeft wits openingsvoordeel grotendeels weg dat hij na 8.dxe5 dxe5 9.Dd6 wél had behouden.

8..exd4 9.Pxd4 0-0 10.h3 Pc5 11.Pb3 Pxb3 12.axb3 Te8 13.Tfe1 Le6 14.Le3 Dc7

Actiever was 14..d5!

15.Dd2 b5 16.Ted1 Ted8 17.Df2 b4 18.Pe2 Dc8 19.Kh2 a5?

Wederom was 19..d5 de aangewezen voortzetting geweest. Na 20.e5 Pe4 21.Lxe4 dxe4 22.Txd8+ Dxd8 23.g4 staat wit iets beter, maar niet meer dan dat.

20.Pd4

Eveneens mogelijk was 20.Lb6 Td7 21.Lxa5, hoewel wit na 21..Tda7 22.Db6 Lf8 Dxb4 d5 nauwelijks voordeel heeft.

20..d5

Eindelijk, maar zoals zo vaak, niet op het juiste moment gespeeld. 20..Te8!

21.Pxe6 fxe6 22.exd5

Waarom geen 22.e5 Pd7 23.c4 en wit staat veel beter?

22..exd5 23.Lb6 Te8 24.Txa5 Txa5 25.Lxa5 Da6 26.Lc7 Te2 27.Df3 Pe4

½-½

Een half jaar later, op 21 november 1981, zou Euwe tot een ieders verbijstering, plotseling komen te overlijden. Een einde van een tijdperk. Euwe, die altijd veel vertrouwen had in het schaaktalent van Jan Timman, zou helaas nooit meer meemaken dat diens ‘smalle pad’ naar de top bijna tot volle wasdom zou komen door in 1993 tegen Anatoli Karpov om de FIDE-wereldtitel te spelen. Het zal de vijfde wereldkampioen (1935-1937) allerminst hebben verbaasd. 

Leave A Comment