TF

Overpeinzingen van een huisschaker #2 – naar een club

Roland Punt (oud-Waagtorenspeler en tevens oud-cameraman bij het Tata Chess Tournament) maakte jaren geleden de zeer kijkenswaardige schaakdocumentaire “Gens Una Sumus”. Verwonderd over deze Latijnse titel, zocht ik indertijd meteen op internet waar hij de inspiratie voor deze titel had opgedaan. Het bleek een rechtstreekse verwijzing naar het door de FIDE gehanteerde motto, dat zoveel betekent als “wij zijn één volk/familie”.

Ik moest hieraan denken tijdens het schrijven van deze tweede overpeinzing. Want, hoe juist dit motto ook moge lijken (blijven we niet allemaal even staan kijken als er ergens een spelletje schaak wordt gespeeld?), toch hoeft dat niet door iedereen zo te worden ervaren.

Toen ik als huisschaker voor de tweede keer in mijn leven eens ging kijken bij een schaakvereniging (de eerste keer, ruim 15 jaar daarvoor, rende ik gillend weg na een kennismaking met een, in mijn ogen, totaal ongeïnteresseerde haast afstandelijke interne wedstrijdleider), leek die schaakfamilie toch wat meer bloedgroepen (naast huisschakers, ook clubschakers) te herbergen dan je binnen één familie zou verwachten.

Nee, de stap van huisschaker naar clubschaker is geen gemakkelijke. Opeens word je geconfronteerd met schakers die zoveel meer weten en zo anders met het spelletje omgaan dan jij, dat je werkelijk het idee hebt dat je op een andere planeet zit. Een miniplaneet wel te verstaan. Mijn eerste seizoen (2002 bij VVV) heb ik welgeteld 1,5 punt gehaald. 1 punt tegen een andere huisschaker (die slechts 1 maand lid bleef om zich vervolgens gedesillusioneerd op een andere hobby te storten) en een remise tegen een speler, ene Arie, die al jaren vrijwel puntloos de rode lantaarn van de interne competitie droeg. Mijn overtuiging dat de kracht van een vereniging niet enkel ligt in de sterkere spelers maar misschien wel meer in de spelers die de lat bepalen voor nieuwkomers, stamt uit die tijd. Alle credits hiervoor gaan naar Arie!

Dankzij de opsteker van die remise tegen Arie en de noeste inspanningen van toenmalig clublid Rob Spaans om mij iets meer te laten begrijpen van de schaakbeginselen, besloot ik toch maar te blijven schaken. Langzaam, heel langzaam, verloor ik wat minder vaak en werd ik blijvend gegrepen door het spelletje.

Hoe leuk was het toen ik een paar jaar geleden eens bij oud-lid Pieter Spaander thuis een avondje aan het schaken was en hij met een grijns op zijn hoofd een notatieboekje uit de kast trok. “Weet je dat wij ooit in 1993 (dus vele jaren voordat ik clubschaker werd !) in de Soos tegen elkaar hebben gespeeld?”, vroeg hij mij. Ik herinnerde mij de door een enthousiaste PABO-student georganiseerde schaaksessies in de plaatselijke studentensociëteit. Deze PABO-student (zo later bleek, was dit Pieter zelf) won overigens van alle deelnemende huis- en kroegschakers (toen ik onderstaande partij onlangs bij hem opvroeg, had hij overigens geen actieve herinneringen meer aan die Soos-partijen).

Met plezier speelden we de partij na. En omdat wederom 1 partij meer zegt dan 1000 woorden zal ik u deze partij niet onthouden. Natuurlijk omdat deze, wat mij betreft, vrij illustratief is voor de haast onmogelijke eerste stappen van een huisschaker in het domein der clubschakers (en omdat het de eerste geannoteerde partij van mij ooit is).

Afgelopen rapidavond stapte ik de schaakzaal van Wijkcentrum Overdie binnen en zag tot mijn vreugde een vrij grote groep enthousiaste nieuwe leden de les van Jos volgen. Ik had later die avond het genoegen te mogen spelen tegen Bas, één van de relatief nieuwe leden. Na afloop van de partij ontstond aan de bar een gesprek over de moeizame eerste stappen als clubschaker en hoe je in vredesnaam die enorme berg moet beklimmen. U zult gegeven mijn recente overpeinzingen begrijpen dat ik nog geen pasklare antwoorden had. Ik ben immers sinds afgelopen Tata bewust onbekwaam.

Dat ik na al die jaren toch een beetje kan meespelen is enkel te danken aan al die schakers die iets van hun kennis en schaakgeheimen wilden delen. Zoals Jos dat nu weer iedere dinsdagavond voor aanvang van de reguliere schaakavond doet met alle nieuwe leden. En ik weet dat Jos als geen ander de kloof tussen huis- en clubschakers weet te dichten! Blijkt dan uiteindelijk toch: Gens Una Sumus ?

3 Comments

  1. Frank van Tellingen
    Frank van Tellingen 3 maart 2023 at 15:14

    Nou ja, Ton. Het is een hele stap inderdaad. Maar wat een schat aan informatie is er tegenwoordig, die ook nog veel beter onderzocht en gecorrigeerd is dan die paar schamele boekjes waar je het vroeger van moest hebben. Wat mij opvalt bij mijn leerlingen, massaal zitten ze op chess.com, is dat ze 100x zoveel tijd aan openingsstudie besteden dan aan tactisch beter worden. Dat laatste is het enige wat helpt. Gelukkig hebben we de stappenmethode, maar je moet natuurlijk wel zin hebben om exht kilometers te maken.

  2. Peter van Diepen
    Peter van Diepen 3 maart 2023 at 16:36

    Mooi paardoffer van Pieter Spaander!

  3. alexalbrecht
    alexalbrecht 12 maart 2023 at 14:20

    Leuk stuk, Ton ! , ik hoop dat dit anderen ( en mijzelf ? ) ook inspireert tot het schrijven van een stukje.

Leave A Comment