Hoe worden we beter? Eenvoudige, maar geen gemakkelijke keuzes (of: leren van lichess)

By Published On: 26 december 2021Categorieën: Analyses, Computer2s Reacties

De titel van dit stukje is een nogal kromme vertaling van Jacob Aagaards ‘Simple, but not easy decisions.’ Ook moest ik denken aan een serie artikelen die onder aanvoering van Wim Andriessen eerder op de site verscheen onder het motto: hoe worden we beter? Zie onder andere:

Worden we beter? (17-07-2012)
Hoe worden we beter? (31-07-2012)
Hoe worden we beter? (17-05-2013)
Profylaxe voor beginners (19-11-2014)

De inspiratie ervoor komt uit een paar partijen die ik op het laatste online Blitztoernooi op lichess tegen Ton speelde. Ik hoor u hardop denken: ‘Fasel die inspireert? Is dat geen contradictio in terminis, iets als een vloeiende aanvalspartij van Ruud Adema, Rob Konijn die zijn tegenstander door de vlag jaagt, een soepel gewonnen eindspel van L vs. P aan de hand van Rob Freer of een technisch fraai uitgespeelde partij van Peter van Diepen? etc. etc.’

En toch…laat ik maar met de deur in huis vallen.


#1. Ton Fasel – Frank van Tellingen, Stelling na 20…axb6

In deze partij hebben zowel Ton als ik al vele discutabele beslissingen genomen. Goed, het is een snelschaakpotje waarin ik me van de berserkmodus heb bediend – een dubbele inbreuk op Nezhmetdinovs wet “Gij zult geen snelschaakpartijen analyseren.” Wat voor waardevolle conclusies kun je hier nou uit trekken?

En toch wil ik juist oproepen dat wel te doen…we leven immers in 2021/22 en niet in 1960. Juist het snelschaak is bij uitstek geschikt om je
eigen intuïtieve keuzes eens kritisch onder de loep te nemen. Goed er is niet altijd tijd om nauwkeurig te rekenen, je neemt veel beslissingen op basis van een enkele variant hier of daar, het meeste gaat op intuïtie. Het gaat me in dit geval niet om tactische blunders, die er legio worden gemaakt – dat is inderdaad weinig zinvol om te bestuderen, hoewel ook dat wat zegt over het spelniveau.

Het gaat om een correcte inschatting van de stelling en daaruit voortvloeiend de eliminatie van zetten die ‘in elk geval niet in aanmerking komen.’ Het valt me bij de snelschaaktoernooien namelijk vooral op, dat juist die inschatting van ‘hoe het staat’ en wat in elk geval niet gedaan en dus wel gedaan (kandidaatzetten) moet worden, zo bepalend is voor het niveau van het spel en de partijen. Een gesimplificeerde voorstelling van het denkproces:
‘Is er tactisch iets aan de hand?’ Nee. Is er iets noodzakelijk? Nee. Speel een zet die je stelling verbetert of in elk geval niet die van je tegenstander.’

De keuzes die je in een milliseconde maakt zijn vaak gebaseerd op een razendsnelle inschatting van de stelling.Nu terug naar de partij hierboven: Ton dacht hier 10 seconden na en kwam toen met een verbazingwekkende zet op de proppen:


Fasel – Van Tellingen, Stelling na 21.Txf6??

Een snelle evaluatie van de stelling: Wit staat hier duidelijk beter tot technisch gewonnen. Zwart heeft een lelijke pionnenstructuur met zwaktes op e6 en b6, zijn stukken werken niet goed samen en daarnaast is wit in staat om een vrijpion op de damevleugel te creëren vanwege zijn pluspion. Vrijwel alle eindspelen zijn voor wit gewonnen. En toen kwam 21.Txf6?? Een zeer instructieve fout en een zet die getuigt van een schromelijk gebrek aan positioneel inzicht. Maar zonder gekheid: de fout is om twee redenen instructief.

Ten eerste heeft de witspeler natuurlijk met een blik op de stelling gezien dat hij beter stond en wilde de partij ongetwijfeld in de volgende fase brengen: van zeer duidelijk beter, tot eenvoudig gewonnen. De neiging bestaat om dan koste wat kost wat ‘te willen doen‘ (forceren), terwijl in zo’n geval ‘niets doen’ het devies is. Dat wil zeggen: als wit met simpele middelen zijn stelling verbetert, daarbij oplettend steeds tegenspel van zwart te verhinderen, wordt het heel lastig voor zwart om überhaupt lang tegenstand te bieden. Wit kan daarom het best natuurlijke zetten spelen die zijn stelling verbeteren, zonder daarbij iets te forceren. Een zet als 21.Tad1 ligt voor de hand en heeft geen in het oog springend nadeel.

Ten tweede verbetert 21.Txf6?? de zwarte stelling: het lost volstrekt onnodig een dubbelpion op en herstelt nodeloos de zwarte pionnenstructuur.
Op algemene gronden kan de zet dus worden verworpen.

Schaken is natuurlijk een lastig spel: concrete berekeningen moeten worden afgewisseld met evaluaties op basis van algemene gronden en vaak wisselt dit proces zich af. Maar een snelle evaluatie van een niet-gedwongen zet (wiens stelling wordt er beter van?) kan wel degelijk helpen om betere beslissingen te nemen.

Een tweede voorbeeld uit dezelfde partij:


Stelling na 22.Td1

Hier staat wit nog steeds iets beter: zijn structuur is beter en zwart heeft meer zwaktes in zijn stelling. Zwart heeft hier geen enkele keus: liever zou je de torens op het bord houden, maar 23.Td7 of 22…Pe5 23.Td6! kun je niet toelaten. Ook een kwestie van snel evalueren: helaas pindakaas, het kan niet anders, 23…Td8 is noodzakelijk. Als je zoiets ziet, moet je er ook niet te lang over treuren. Na 24.Txd8 Pxd8 ontstond de volgende stelling, waarin wederom een ‘ongedwongen’ keus voorligt:

Aagaard onderscheidt in zijn interessante boek ‘Strategic Play’ tussen vier soorten beslissingen (als het dus niet om belangrijke tactische zaken gaat):
– Automatische zetten: vergewis jezelf ervan dat er echt geen andere optie is en speel de zet relatief snel. (Een valkuil die hier op de loer ligt, is dat je een sterke tactische tussenzet overziet).
–  Eenvoudige, maar geen gemakkelijke keuzes: (de basis van het ‘positiespel’ of wat in de stappenmethode ‘klein plan’ heet). Hier gaat het erom dat je de stelling correct evalueert aan de hand van de drie basisvragen. Waar zijn de zwaktes? Wat is het slechtst staande stuk? Wat wil mijn tegenstander? (Dit zijn drie heel belangrijke vragen, andere vragen zijn bijvoorbeeld: welke stukken moet ik ruilen? Welke moet ik op het bord houden?).
– Strategische beslissingen: hierbij gaat het om ‘lange-termijn-denken’. Volgens Aagaard de moeilijkste categorie, omdat het een vergaand inzicht in de stelling vergt. Je legt bijvoorbeeld een pionnenstructuur vast, om er later in de partij van te profiteren. Daarbij gebruik je ook je rekenvaardigheid en intuïtie, kortom: je waagt wat hij noemt een ‘weloverwogen gokje’ (qualified guess).
– Critical moments: hier komt het aan op nauwkeurig rekenen. De keus die je maakt is het verschil tussen een half punt. Het lastige van dit type beslissingen is aan te voelen, wanneer er een kritiek moment is bereikt, wanneer je echt tijd moet investeren om te zoeken naar de goede kandidaatzetten en scherp te rekenen (wat lastig genoeg is).


Fasel – Van Tellingen na 24…Pxd8.

Het gaat in het snelschaken vaak om de tweede categorie: zo ook hier. Wit aan zet kan simpelweg een zwakte bij zwart onder schot nemen en een eigen stuk activeren door 25.Lf3 te spelen. Daarbij zal zwart in elk geval moeten rekenen (waarvoor met 30 seconden de tijd beperkt is) of het pionneneindspel na 25…Pc6 26.Lxc6 bxc6 wel speelbaar is (aangezien wit een vrije a-pion kan maken, ziet dat er op het eerste oog verloren uit) en anders in elk geval veel tijd moeten verliezen door de koning naar c7 te brengen, alvorens het paard geactiveerd kan worden. Kortom: met eenvoudige middelen kon Ton het me nog flink lastig maken. Nou is het pionneneindspel toevallig remise, maar dat is niet zo makkelijk in te schatten.

Een algemeen eindspelprincipe is ‘niet haasten’, maar ook: als je niets beters te doen hebt, centraliseer je koning. Daarbij is het handig om je voor te stellen (zoals bij doorgeefschaak), waar je je stukken het liefst zou hebben, als je ze daar in een keer neer mocht zetten. De koning staat dan centraal het best. Een goed plan (zie onder) was dan ook het overbrengen van de koning naar d4 (via c3, vanwege een reden die zo duidelijk wordt).


Fasel – Van Tellingen na 25…Pe5

Ton speelde hier de niet noodzakelijke zet 26.h3 waarna zwart in elk geval definitief uit de problemen is. Het laatste interessante moment volgt hierna, want net als 21.Txf6? en 25.Kf2 koos Ton nu voor een zet die weliswaar zijn plan ondersteunt (koning naar d4 brengen) en volgens Stockfish de evaluatie van de stelling niet verandert, maar om principiële redenen onjuist is. Na 27.e4? zet wit namelijk nog een pion op de kleur van zijn eigen loper en beperkt deze dus behoorlijk in zijn bewegingsvrijheid en activiteit. Bovendien betekent het ook dat zwart zich minder zorgen hoeft te maken om de zwakte op b7. Enkele zetten later stond het zo:


Fasel – Van Tellingen, Stelling na 29.Kd4

Hier speelde ik 29…Pc6+, wat nog correct is en door Nimzowitsch ‘de wisseling van de wacht’ wordt genoemd: het paard heeft zijn taak op het sterke veld e5 verricht en maakt plaats voor de koning. Die mogelijkheid wist ik vakkundig om zeep te helpen door met 30…e5? een pion op het veld te zetten dat voor de koning was bedoeld. Weliswaar schep je er ook een sterk veld mee op d4, maar principieel is de zet niet juist. Daarna volgde er weer een discutabele beslissing, die voortkwam uit het feit dat ik, na het consolideren van mijn stelling, ook graag wilde winnen.


Fasel – Van Tellingen na 31.Ld1

Hier speelde ik 31…f5? Principieel onjuist, omdat wit nu zijn lelijke pion op e4 kan oplossen. En na 32.exf5 gxf5 33.g4! wist ik de zaak zo niet nog erger te maken door Ton gratis een vrijpion te geven. De stelling is vooral interessant omdat het de machteloosheid van het paard tegen een randpion fraai in beeld brengt:

Hier had Ton kunnen profiteren van mijn nietsontziende drang om te winnen middels 37.g5!! hxg5 38.h5! bijvoorbeeld 38…Pd8 39.h6 Pf7 40.h7 Ke6 41.c5! of 40…Ph8 41.Lg4! Een stelling die de machteloosheid van het paard tegen de loper en de dominantie op de witte velden fraai illustreert.

Een volgende partij tegen Ton was nu eens van een veel hoger niveau (althans in beginsel), de opening was goed gespeeld. Alle lof voor Ton, dat hij deze partij wist te profiteren van enkele onnauwkeurigheden en onnodige blunders van mijn kant (wellicht speelde de hete adem van Parasiet in mijn nek hier ook een rol…):


Fasel- Van Tellingen na 6…Lb4.

Hier was 7.Tc1 inderdaad de aangewezen zet. Ton speelde 7.a3? – een zet die principieel onjuist is. Zwart wil de witte damevleugelpionnen juist verdubbelen, om zo een blijvende zwakte (immobiliteit) te creëren en op termijn een van deze zwakke pionnen (of bij voorkeur allemaal) te belegeren en op te halen. Nimzowitsch placht in zulke stellingen zelfs niet-geprovoceerd op c3 te slaan. Wim heeft Henry Veneman eens zodanig bekritiseerd voor een dergelijke zet (en de kennelijke onbekendheid met de klassiekers) dat deze zijn plek in het eerste team opgaf en zijn lidmaatschap opzegde.
Zo zie je maar! Ook Stockfish is het trouwens met Nimzowitsch eens op dit vlak, na 7.a3? Lxc3+ wordt de stelling reeds als duidelijk beter voor zwart beoordeeld. Ik kan overigens iedereen aanraden Mein System eens te lezen, hoewel veel opvattingen natuurlijk nogal dogmatisch zijn en het klakkeloos navolgen van Nimzowitsch absoluut af te raden is, staan er toch wel veel zaken in die de moeite van het kennisnemen waard zijn.


Hier speelde Ton 12.d5? en dat is nu juist precies wat zwart wil uitlokken (zoals Nimzowitsch betoogt!), want daardoor zijn de pionnen op c3 en c4 echt ten dode opgeschreven (blijvend immobiel). Helaas moest de oude meester nu hoofdschuddend toezien hoe de zwartspeler hier 12…Pe7?! produceerde, waar met 12…Pa5 de strategische kroon op het werk kon worden gezet.

Kortom – een goede oefenmethode lijkt me, tegen alle adviezen van mijn voormalige trainers in: speel Blitz serieus, bestudeer je partijen – eventueel met behulp van de computer, maar vooral om te controleren of je goede of slechte simpele doch niet gemakkelijke keuzes op de juiste evaluatie gebaseerd zijn.

 

 

2 Comments

  1. Peter van Diepen 2 januari 2022 at 14:03

    Definieer een technisch fraai uitgespeelde partij. Zelfs de wereldkampioen maakt het niet altijd af.

    Ik ben overigens zeer blij met dit soort prachtige kopij op onze website. Dank je wel, Frank!

  2. TF 4 januari 2022 at 09:42

    Ha Frank, nog een verlate reactie (ik ben druk met het verbouwen van de website). Dank voor de tips. Hiermee geef je invulling aan tip 9 van de 55 schaaktips van Klaas ( https://www.waagtoren.nl/2017/10/02/55-schaaktips-van-drs-klaas-jan-silver-msc/ ). Natuurlijk gaat het bij mij al fout bij (onder andere) tips 12 en 23.
    Gelukkig had ik tip 30 al goed bestudeerd, anders had ik je nooit kunnen wegvagen 😉

Leave A Comment