Reactie op reactie op post W4 – ZSC3

By Published On: 14 maart 2020Categorieën: De Waagtoren K4 (2019-2020), Overpeinzingen1 Reactie

In mijn stuk geef ik aan niet meer de kracht te hebben.

Een tegenstander die begint te briesen en op een voor mij niet normale manier probeert zijn gelijk te halen, de stelling opgezet op een ander bord, de herhaling van zetten laten zien, een tegenstander die aangeeft dat zijn notatie niet klopt en doorgaat met briesen, ik laat mijn opengeslagen notatieboekje duidelijk liggen want ik sta op, ik sta op het punt in huilen uit te barsten, eindelijk volg ik de conventies want dit zijn toch de regels, loop zeer kort even weg om rust te vinden om vervolgens tot mijn stomme verbazing jouw conclusie te moeten aanhoren. Dat ik versteend en apathisch achter het bord ga zitten is slechts voor de vorm wat mij betreft. Ik probeer voor het team mijn gedachten en emoties in een laatje te stoppen, deze te sluiten en terug te keren naar de partij. Het lukt niet, mijn leven trekt aan mij voorbij. Wat doe ik hier?

In mijn leven is er één ding wat ik later heel goed heb geleerd, een leven waarin ik als mens ongelooflijk goed heb genoten, misschien wel te goed, en dat is dat mijn werkelijkheid en de gevoelsmatige beleving ervan niet altijd parallel loopt aan hoe anderen deze zien.

Als iemand de verbale strijd aangaat zonder met steekhoudende argumenten te komen dan is dit voor mijn vaak een signaal dat iemand zijn eigen ongelijk tracht te maskeren. Dit deed mijn tegenstander op een dusdanige manier dat het mij echter teveel werd. Dat ik dus hier een fout maakte door even een droog en veilig plekje te vinden en dat het nu tegen mij wordt gebruikt is mij om het even.

Enkele jaren geleden zat ik bij mijn psycholoog met zeer duidelijke klachten in een zoektocht naar een oplossing voor de vraag hoe het schip drijvende te houden en te trachten er sturing aan te geven. Een mogelijk antwoord leek te liggen in het proberen weer eens iets uit je verleden te doen en er iets positiefs uit te halen. Het werd schaken.

De afgelopen competities heb ik een aantal aspecten van benadering, beleving en oplossing uitgeprobeerd.

Wat mij vooral het beste is bijgebleven is de opmerking  ‘je moet rekenen’ terwijl ik juist gevoelsmatig heb getracht te schaken. Liever zo af en toe een klein spontaan kunstwerkje creëren dan vastlopen in de angst voor iets wat achter de horizon van mijn eigen rekencapaciteit ligt. De doelen die ik mijzelf soms stelde waren onrealistisch. Een voorbeeld is dat ik twee jaar geleden vijf partijen achter elkaar heb gespeeld waarin het primaire doel was om in ieder geval tijdens de partij een stuk te offeren. Dit gebeurde soms in een potremise stelling.

Van het afgelopen seizoen (met een 1566 als 22ste geëindigd!!) herinner ik mij bijvoorbeeld dat ik aan het einde van het seizoen een partij tegen Rob Freer speelde. Er kwam een potremise stelling op het bord waarin ik in plaats van de remise te pakken besloot om maar eens te kijken hoe het zou zijn om een eindspel van Loper en Paard versus Toren te spelen. Je kunt nu wel keihard zeggen “Kiek, dat is dom!” maar als ik straks dood ben heb ik tenminste zelf de beslissing genomen om dingen te proberen, te overwinnen en winnen. Het was een weloverwogen keuze die bracht wat ik wilde “kijken of het speelbaar is en valt de stelling te verdedigen?” Nee dus, maar het gaf mij wel het gevoel dat ik heel bewust een keuze kon maken. De remise had ik in mijn hoofd al behaald, dat er daarna een nederlaag volgde was echter voor mij niet meer relevant. Ik had zelf de keuze gemaakt.

Bij het door jou geplaatste opmerking over de zettenreeks en stellingsbeoordeling het volgende, je ziet achter elkaar dezelfde zetten van lopers van wit en zwart, heen en weer schuiven zij tussen twee velden. Heen en weer als in een dans. Geen chaos, een beweging die een response krijgt en zich herhaalt. Het lijkt haast of zowel wit als zwart partners zijn geworden, het is fijn. Maar schijn bedriegt omdat de zwarte loper de witte loper meelokt en vervolgens zegt de zwarte loper: “Genoeg, ik stop ermee, ik ga naar huis.” De witte loper wordt boos want het was zo fijn. Maar regels zijn regels en de witte loper kan niet anders dan zich erbij neerleggen. In mijn hoofd krijg ik duidelijk het beeld van een zeer statische positie waarin op twee lopers na niets beweegt en puur en alleen de lopers iets doen maar eigenlijk ook niets. Mocht je nu denken dat er een mogelijk andere geforceerde zet in de reeks had kunnen volgen dan zou er sprake van een onreglementaire zet zijn geweest en was dit door een van de twee spelers zijn opgemerkt.

Jan, mijn oprechte excuses voor het feit dat jij je aangevallen voelt. Dit was niet mijn bedoeling. Je bent een fijn mens waarvan ik weet hoeveel jij voor je hobby over hebt. Maar nog belangrijker is hoe jij jezelf ondergeschikt maakt aan het plezier van anderen. Elke keer maar weer ben je er. Dat is wat ik zie. Opoffering en toewijding.

Ik dacht dat de teneur van het beschrevene duidelijk was. Hoe ik daar opgesloten in mijn verdriet en emoties naar de wereld kijk. Een wereld die ik nooit zal begrijpen.

Nog een paar potjes dit seizoen. Dan de vakantie en dan………..

One Comment

  1. Peter van Diepen 14 maart 2020 at 14:07

    Schaken is een wrede sport. Emoties worden altijd afgestraft. Stug doorspelen in verloren stelling werkt. En zo voort. Ratio heerst: misschien maakt mijn tegenstander een fout. Als je een fout maakt, moet je meteen je emoties aan de kant schuiven en verder gaan.

    Als je ziet dat je tegenstander heen en weer speelt en je bent tevreden met remise, moet je anders gaan analyseren. Woensdag in Hoorn speelde ik tegen Gerard Kuijs en ik stond echt verloren. Maar ik zag nog een eeuwig schaak mogelijkheid of misschien 3 keer dezelfde stelling met dezelfde speler aan zet. We hadden nog maar een paar minuten. Gerard zocht naar zetten om te ontsnappen aan eeuwig schaak. Ik beperkte mijn analyse tot kijken in mijn notatie of de zet die hij had gespeeld al eerder op het bord was geweest en als ik die vond, speelde ik gewoon dezelfde zet. Volgens deskundige (?) omstanders achteraf had ik in die en die stelling beter dat en dat kunnen spelen. Maar ik liet me dus niet meeslepen door mijn emotie om “betere” of “mooiere” zetten te spelen. Ik speelde bewust de zet die ik eerder had bedacht, zodat ik tijd won.

    Een groot verschil met de partij van Kiek was dat het bij mij niet nodig was om remise te claimen. Mijn tegenstander zag in dat het remise was.
    Toen de wedstrijdleider bij Kiek moest beoordelen of het inderdaad remise was, was Kiek er niet bij om te laten zien op welke momenten 3 keer dezelfde stelling met dezelfde speler aan zet waren geweest. Bovendien waren er verschillen tussen de notaties van Kiek en zijn tegenstander.

Leave A Comment