Herinneringen

By Published On: 3 maart 2020Categorieën: Analyses, Overige partijen0 Reacties

Op Schaaksite memoreerde Wim Westerveld afgelopen maand zijn ontmoeting vijf jaar geleden in het toilet van De Moriaan tijdens het Tata Steel Chess Tournament en hij naast Ton Sijbrands stond te plassen, die het jaar daarvoor het wereldrecord blindsimultaan dammen op 66-jarige leeftijd scherper had gesteld. Bij het handenwassen had een wat oudere man Sijbrands eerbiedig aangesproken met de woorden: ‘Ik heb nog tegen u gespeeld’ en Sijbrands vriendelijk had gevraagd hoe de man heette. Na het noemen van zijn naam had de geniale dammer gezegd: ‘Ah ja, u was één van mijn tegenstanders in 1987 toen ik in IJmuiden mijn tweede wereldrecordpoging ondernam.’ Zowel de mond van de man als die van Westerveld was opengezakt toen Sijbrands, helemaal uit zijn hoofd, verder ging met het reproduceren van de bewuste partij en hier en daar aangaf waar de man beter had kunnen spelen.

Dat mijn eigen geheugen ‘ietsje’ minder goed ontwikkeld is dan dat van Ton Sijbrands zal niemand verbazen, maar dat ik tot de dag van vandaag met  – denk ik – 80 tot 90% zekerheid kan zeggen tegen wie ik ooit heb gespeeld, inclusief de onderlinge score (zonder de rapid- en vluggertjes mee te tellen, dat dan weer niet..), mag toch ook wel even worden gememoreerd..

Wat ik met name (helaas!) weet te herinneren, zijn de bijzonder pijnlijke nederlagen uit een soms eveneens ver verleden. Hetgeen klaarblijkelijk niet zo vreemd is. De Leidse grootmeester John van der Wiel heeft meermalen aangegeven dat nederlagen ons veel langer bijblijven dan overwinningen, omdat de pijn van het verlies vele malen groter is dan het zoet van de zege.

Moeder der nederlagen

Een van de ergste, zo niet dé ergste, nederlaag, die ik ooit heb ervaren, is mijn partij tegen Siem Roet tijdens de derde ronde in het Tata Steel Chess Tournament uit 2014. Op dat moment stond ik met 2 uit 2 fier bovenaan in groep 3E van de tienkampen en een derde zege lag in het verschiet.

Siem Roet (1947) – Marten Coerts (1867)

Na 36.Ld4 staat de volgende stelling op het bord:

En ja mensen, het diagram waar u nu naar kijkt, is écht de juiste stelling. Zwart staat écht een vol stuk voor en wit heeft hiervoor geen enkele vorm van compensatie. Het enige wat hij echter wél heeft en ik niet – u raadt het al – is meer tijd op zijn klok..

Vraag is nu hoe zwart – met een razendsnel slinkende tijd – verder moet komen. 36..Pxf3 is onmogelijk vanwege 37.Tg7+, maar 36..Lf2 was ruim voldoende geweest . Oh, had ik op dat moment maar even een engeltje op mijn schouder gehad (of nog beter in mijn hoofd!), die mij had toegefluisterd: ‘Het is mat in twee..’ Of: ‘Als Tg7+ dreigt na Pxf3, waarom gooi je dan niet eerst die nare g-lijn even dicht?’ Dan had ik het ongetwijfeld gezien. Of nog beter: had ik maar héél even het volgende matpatroontje voor ogen gehad:

Maar helaas pindakaas; ik zag het niet en speelde de nietszeggende zet 36…Te2? Terwijl 36..Lg3!! de partij op schitterende wijze had beslist na 37.hxg3 (wat anders) 37..Pxf3! En het matpatroon in het vorige diagram is op het bord verschenen! Nu ging de partij als volgt verder:

37.b6!

Een goede zet, die zwarts tijdnoodproblemen significant doen toenemen.

37..cxb6?

37..Lg3!

38.cxd6 Txh2+?

38..Lg3!

39.Kxh2 Pxf3+ 40.Kh3 Pxg1+ 41.Kxh4

En ook hier had ik – nu met nota bene zeeën van tijd tot mijn beschikking, omdat de 40e zet was gehaald – wederom dat reeds eerder genoemde engeltje bijzonder goed kunnen gebruiken, die mij zoiets had gezegd als: ‘wanhoop niet; kijk eens goed naar de witte koning die bijna in een matnet zit!’ Hetgeen klopt als een bus: na 41..Kg6!! had zwart de partij alsnog op zijn naam kunnen schrijven. Als wit nu teveel haast zou hebben gehad zijn d-pion zo snel mogelijk te laten promoveren na 42.d7?? volgt het prachtige mat 42..Pg2+ Kg4 h5+! Een prachtig matbeeld!

Vandaar dat wit maar één goede zet heeft, namelijk door in plaats van 42.d7?? 42.Lxe3 te doen, maar ook dan trekt zwart uiteindelijk aan het langste eind na: 42..fxe3 43.d7 e2 44.d8(D) e1(D)+ 45.Kg4 De4+ 46.Kg3 Df3+ 47.Kh2 Df2+ 48.Kh1 Pf3! 49.Dg8+ Ke7 50.Dh8+ Kd6 52.Df8+ Ke5 53.Dg7+ Ke4.

En zwart loopt uit de witte schaakjes.

Maar ook nu, door alle goede goden verlaten, groef ik mijn eigen graf door het vreselijke:

41..Pf3+? 42.Kh5 Pxd4 43.d7 Pxe6 44.dxe6 (1-0).

Bijzonder jammer is dat op dit soort momenten er (bij mij althans!) zelden of nooit een klein stemmetje in je hoofd zegt: ‘Niet opgeven hoor, je staat nog steeds straalgewonnen, het duurt alleen een beetje langer dan dat je verwacht had.’ En dat het ook vaak zo lijkt te zijn dat alle opgedane kennis die je daarvoor urenlang in je hoofd denkt te hebben gestamd totaal – maar dan ook totaal – vergeten en afwezig lijkt te zijn. Ik kan me nog herinneren dat ik een paar maanden voor het begin van het toernooi met veel enthousiasme de Engelse vertaling van het werkelijk fenomenale boek van Victor Henkin 1000 Checkmate Combinations (2011) had bestudeerd met op de achterkant de tekst: This truly outstanding book, first published in Russian in the 1970s and regarded as a classic, contains everything you need to know about how to deliver checkmate. It contains a wealth of elegant and sophisticated chess tactics as well as systematic instruction. Each chapter covers a different piece of combination of pieces that is able to bring about checkmate, and provides illustrative templates for just about every mating formation.

Laten we in het kader van het voorafgaande Hoofdstuk 10. Two Knights er eens bij pakken. Het mooie (en tevens meest leerzame!) van dit boek is dat Henkin altijd eerst het patroontje laat zien, daarna gevolgd door een aantal partijvoorbeelden, en elk hoofdstuk eindigt met oefeningen. Het meest unieke paardenmat is ongetwijfeld het volgende en je je niet of nauwelijks kunt voorstellen dat dit ooit op het bord zou komen. Het tegendeel is echter waar.

Volgens Henkin een stelling die maar liefst 600 jaar oud is.

Tijdens een simultaanseance in 1970 staat er op een gegeven moment de volgende stelling op het bord:

Zaitsev – Storozhenko (1970)

1.Dg4+ Kd6 2.e5+ Kc5 3.Lxa3+ Pxa3 4.Pe4+ Kb5 5.Pec3+ Ka6 6.Da4+ Pa5 7.Db5+! Pxb5 8.Pb4+ Kb6 9.Pa4 mat!

Henkin: ‘We moeten deze stelling voor de eeuwigheid bewaren door middel van een diagram.’

Toen deze partij in print verscheen in Moscow Chess had Zaitsev van tevoren tegen de redacteur gezegd: ‘Na de simultaanseance heb ik expres de naam van mijn tegenstander opgeschreven, omdat je anders niet zou geloven dit een werkelijk bestaande stelling zou zijn geweest…’

De les: wanhoop nooit. Vaak is er licht aan het eind van de tunnel..

Leave A Comment