Frank van Tellingen

Eerste team laat steekje vallen: BSG2 – de Waagtoren 4-4

In Naarden-Bussum trad het vlaggenschip aan tegen de vermaarde club BSG, die momenteel met het eerste team hoge ogen gooit in de meesterklasse en onder anderen oude bekende (van Daan, Frank A en mij dan) uit de jeugd GM Ruud Janssen, NiC-medewerker en eeuwig talent Frank Erwich in de gelederen heeft. (Gisteren verspeelden ze de koppositie door 5-5 tegen degradatiekandidaat Stukkenjagers te spelen). Jammer genoeg voor Danny, uitegerust met foto voorzien van handtekening speelde zijn grootste Bosnische fan gisteren niet mee bij de Bussummers. In elk geval was de atmosfeer in het denksportcentrum een aangename en na een warm welkom konden we net op tijd met een voltallig team aan de start verschijnen – Bussum beschikt maar liefst over drie parkeergarages en dat leidde schijnbaar tot wat keuzestress bij onze non-playing teamcaptain. Zonder Yong-Hoon en Maaike waren we uiteraard wel een klein beetje gemankeerd, maar desondanks was iedereen optimistisch over onze kansen. Het partijverloop leek al snel in ons voordeel uit te pakken, maar niets was minder waar.

Aan bord 7 speelde Rob met de witte stukken tegen tweevoudig deelnemer aan het NK (’69, ’70) en verre familie van onze FM, Tom de Ruiter. Een door de wol geverfde speler, die van alles speelt, maar bij wie de jaren natuurlijk ook zijn gaan tellen. Rob kreeg een buitenkansje in de volgende stelling, een van mijn persoonlijke guilty pleasures in online-bullet-schaak, maar kende de weerlegging niet:

 

Wit aan zet speelt hier het door Negi aangegeven: 10.Lxf6! Lxf6 11.e5! dxe5 12.Pxe6! (de eerlijkheid gebiedt me te bekennen, dat me dit detail ook was ontschoten) 12…Lxe6 13.Dxb7 waarna wit geforceerd een kwaliteit wint met duidelijk betere stelling, waarin zwart nog wel wat rommelmogelijkheden heeft. Goed, dat kunnen we Rob niet kwalijk nemen en hij leek rustig aan te sturen op een stelling waarin hij ook voordeel had. In het middenspel ging het echter lelijk mis en had zwart een sterk loperpaar met een pion meer. Rob moest dan ook buigen.

Frank Agter had zich intussen weer van een van zijn huisvariantjes bediend en zat tegenover een tegenstander die zich daar absoluut geen raad mee wist. Van verharren had de beste man ook nog nooit gehoord (hoewel hij toch de gehele partij uitzicht had op het portret van de grandmaître zelf) en hij besloot zijn minuspion terug te slaan en vervolgens als een dolle met zijn koning naar g5 te rennen. Wel jammer dat Frank het mat in 10 miste, maar alvorens hij mat in 12 kon gaan geven stortte de witspeler uit pure walging zijn koning omver.

Jos had intussen ook het punt binnen. In zijn vertrouwde stijl zorgde hij voor een openingsaanpak waar ik, gezeten aan het aangrenzende bord, nu zowaar iets van begreep. Wit speelde iets te ambitieus en kreeg daarvoor de rekening gepresenteerd. Er bleef niets anders over dan een eindspel met een isolani, die door Jos vakkundig werd omsingeld, belegerd en veroverd. De rest werd vakkundig uitgespeeld en na een gezellige slotblunder mompelde de overigens sportieve tegenstander nog iets als ‘wat een verschrikkelijke partij’. Wel vroeg de speler aan het naastgezeten bord zich nog af of Lc8 i.p.v. Le6 niet een extra tempo had opgeleverd. Maar dat terzijde.

Dan komen we nu bij de invallers: Peter kwam goed uit de opening en in het middenspel kon hij een pionnetje meepakken. De verdere notatie is wat lastig te ontcijferen, maar uit de analyse bleek dat beide spelers de stelling lastig vonden in te schatten. Remise is derhalve zeker geen onterechte uitslag en ook voor het team een prima prestatie van Peter. (Om de beroemde filosoof J.C. nog maar eens te citeren: als niemand verliest, dan win je). Hebert speelde een partij waarin de evaluatie in het middenspel per zet veranderde, helaas was het de witspeler die als eerste zijn kans waarnam en greep. (Db7 i.p.v. Ld7 was een handige manier om eerst de dame naar het strijdtoneel te verplaatsen geweest). Na afloop was dit nog een aardig moment, waarop Hebert de witspeler weer had kunnen foppen:

Van der Heijden – Perez Garcia, stelling na 31.Lc4+

Hier had Hebert nog 31…Kd6 kunnen proberen met het oog op de listige valstrik: 32.Td1+?? Kc5 33.De7+ Kb6! en zwart wint. Het is Db2 mat of Txd1+ wint de dame terug. Helaas is het lastig om in tijdnood scherp te zijn. De stand was op dat moment gelijk, Danny stond een pionnetje voor in een remise-achtige stelling, ik stond op winst en Daan leek op z’n minst niet te gaan verliezen. Dat zou betekenen dat we de matchpunten zouden binnenslepen. Daan had zich degelijk tot de 48e zet voorbereid op Yme Brantjes en op een zekere niet-bestaande Frans Brom. Weliswaar had zijn tegenstander wel een bij zijn niet-bestaande naam passende snor, maar bleek de naam van deze professor in de linguïstiek toch anders te worden gespeld. De teleurstelling(en) te boven gekomen leek Daan toch overwegend uit een door zijn tegenstander passief behandelde opening te komen. Na de onverteerbaar eentonige opening volgde een monotoon middenspel dat niet te verliezen leek. Een positionele misser van zijn opponent bood opeens actief tegenspel. Na zoveel langdradig manoeuvreren is het lastig om opeens agressief te worden. Daan was bovendien toch in ietwat lichtere tijdnood dan zijn tegenstander – het is toch wel een kunst om op de kritieke momenten tijd over te hebben en niet op zet 8 een half uur te dubben over de verborgen subtiliteiten van 8.Le2 of 8.Ld3 en raakte in deze stelling helaas het spreekwoordelijke spoor bijster:

Geerke – Borm na 22…Kg7.

Hier miste onze man een waanzinnig goede kans met 23.f4! de zwarte stelling onder zware druk te zetten. Mijn engine vindt het consequente 23.b4! overigens nog sterker (maar wel pas op diepte 33). De Zwart zal in elk geval de nodige moeite hebben om hier te overleven gezien de zwaktes op b6 en e7, het ruimtegebrek en de passieve loper op b7. De breekzet b5?! wordt steeds met cxb5 benevens Pc3 beantwoord en zwart zal de nodige moeite hebben tegenspel te scheppen alsmede zijn stelling te consolideren. Gezien de stand in de match en mijn stelling ook een tactisch mooi moment voor een eventueel diplomatiek vredesaanbod.

Bij Danny, die in een experimentele bui was, verscheen een als remise-achtig bekend staande stelling op het bord, waarin Danny eerst door listig spel een pion wist te veroveren en vervolgens door minder listig spel in een moeilijk eindspel dreigde te belanden. Danny heeft echter wel de ervaring om tijdig remise aan te bieden, hetgeen door zijn tegenstander – een doorgewinterde remise-schuiver – gretig werd geaccepteerd. Blijft mijn partij over – ik wil er niet teveel woorden aan vuil maken: de eerste 16 zetten waren identiek aan mijn partij tegen Krimpen van vorig jaar en kwamen redelijk vlot op het bord. Weliswaar was mijn opponent, zoals door onze teamcaptain subtiel opgemerkt, op rating de “zwakste” speler van het team, hij leek zijn theorie nog wel redelijk goed te kennen. Helaas voor hem was de gekozen variant nogal dubieus (op z’n zachtst gezegd). Toch is het altijd lastig schakelen van bullet-snelheid naar zelf-denken en op zoek naar geforceerde winst(en) kon ik toch niet bepaald iets heel concreets en overtuigends vinden. Een aardig moment was nog:

Van Tellingen – Brouwer na 20…f6

In deze stelling leek het me dat er ergens een geforceerde winst moest zijn. Al wits stukken zijn actief, zwarts koning staat nog in het midden. Hier probeerde ik lange tijd om 21.Td5 te laten werken (of liever gezegd een zet eerder i.p.v. 20.Lg5), maar helaas leidt 21…Td7 22.Te1+ slechts tot eeuwig schaak na 22…Le7 (Kf7?? 23.Lxf6! gxf6 24.Dh5+ Kg8 (Kg7 25.Dg4+ met dubbele aanval) 25.Dg4+ Tg7 26.De6+ en Txd8 wint23.Txd7 en wit moet eeuwig schaak houden via Da8-c6+. Een ander idee dat op het eerste gezicht heel aardig leek was 21.Lxf6!? gxf6 22.Te1+ Te7 23.Dh5+ Kd7 24.Td5+ Kc7 25.Txd8 Txe1+ 26.Kf2 en wint, maar hier heeft zwart ook 22…Kf7 en wit moet weer berusten in eeuwig schaak. Toch vindt SF10 21.Lxf6!! waard en vervolgt kalm met 21..gxf6 22.Txf6 en wint, de koning staat zo onveilig dat na enkele subtiele manoeuvres er een overigens (voor een mens dan) wel lastig eindspel van dame en 3 pionnen tegen twee torens en 1 pion ontstaat. Maar mijn zet was ook geen slechte vondst: 21.Txf6! het ontlokte in elk geval een blunder 21…Le7? 22.Tf7! (de reden voor deze keus was het feit dat deze stelling ook kon ontstaan via de volgorde 20…Le7 21.Txf7! en die stelling leek me toen ook al goed voor wit). Na het partijverloop 22…h6 23.Txe7+ Txe7 24.Lxe7+ Dxe7 25.Da8+ Dd8 was het snel voorbij.

En zo werd het na Daans poging om een verloren stelling te keepen toch nog 4-4. Teleurstellend, maar KC2 heeft ook 4-4 gespeeld en we hebben alles nog steeds in eigen hand.

 

 

Leave A Comment