Zo aan het einde van het seizoen neemt de schaaklust bij mij altijd wat af. Waar ik de eerste maanden nog wel de concentratie kan opbrengen voor een intern potje, lukt het als de ‘r’ uit de maand is nog maar nauwelijks en rommel ik een eind weg. Voordat de schaakmalaise begon, had ik me echter nog met frisse moed opgegeven voor het Nova College toernooi, zodat het lange seizoen nog een staartje zou krijgen. De afgelopen weken stelde ik me meermaals de vraag of ik de boel niet beter kon afblazen, maar uiteindelijk koos de masochist in mij toch voor een weekendje zelfkastijding. En, eerlijk is eerlijk: als ik eenmaal achter mijn bord zit, dan heb ik doorgaans wel weer zin om mijn tegenstander koelbloedig te verpulveren.

In verband met een fuifje wijzigde ik nog wel even de eerder doorgegeven vrijdagavond-bye, voor een vrije zaterdagavond. Toen de indeling bekend werd, bleek de illustere nummer 11 geplaatst echter te ontbreken. Anders zou ik tegen Ronald Groot hebben gespeeld overigens. Nu was het wachten op een no show, zodat ik alsnog kon worden ingevoegd. En die kwam uiteindelijk -hoe kan het ook anders- op naam van onze eigen Hebert, die schitterde door afwezigheid. Dus mocht ik aantreden tegen zijn beoogde opponent, de jeugdige Khoi Pham, de nummer 59 van de plaatsingslijst (van de 60).

Normaal gesproken mag dat geen probleem zijn, de drommel heeft ruim 400 Elo-punten minder en hoogstwaarschijnlijk weinig kaas gegeten van mijn rustige openingsopzet. Al snel bleek hij in de voetsporen te treden van mezelf in jongere jaren, toen ik de Adema’s van deze wereld te lijf ging met een spoedig h5 en meer van dergelijke druistige dingen. Toch moet gezegd worden dat ik objectief gezien (voor zover ik objectief ben) niet echt met voordeel uit de opening kwam. Tot het moment waarop hij zijn loper liet insluiten.

En zo eindigde mijn toernooi al goed en wel op dag 1. Verliezen tegen iemand die je zou moeten vermorzelen doet de schaaklust geen goed, kan ik u verzekeren. Hebert kwam bij invallende duisternis toch nog opdagen. Door een telefoongesprek was hij de tijd vergeten en had hij de bus gemist, zo vertelde hij. Waarschijnlijk was hij de enige die verbaasd hierover was. Ik had graag met hem willen ruilen. Nu was het alleen nog even zaak om een goede smoes te verzinnen, zodat ik morgen niet meer hoefde te komen opdagen. Ik zou de loodgieter van Ronald Groot eens polsen of Jean Paul Ory om raad vragen…

Nee, zo ben ik niet. Met de moed diep weggestopt in de schoenen sleepte ik mezelf, na een nacht waarin ik negen keer badend in het zweet wakker schrok van een paard op c4, weer naar Haarlem. Ik mocht de degens kruisen met Jerzy Cebula, een Brabander van middelbare leeftijd, zoals de naam reeds deed vermoeden. Na 9 zetten stond het als volgt.

Ronde 3 dan. Ditmaal met wit tegen Eenhoornaar Ardjan Langedijk. Als ik deze zou winnen, dan had ik (ratingtechnisch) nog niet de vrijdagschade gerepareerd, maar kon ik in ieder geval weer enigszins zorgeloos slapen. Het zou echter anders lopen. Een matige opening werd gevolgd door een tijd lang manoeuvreren, zonder dat ik daarbij veel opschoot. Op zet 24 kreeg ik de mogelijkheid om actie te ondernemen.

Ronde 5 moest ik aantreden tegen de Engelse WIM Natascha Regan, wier rating de laatste jaren was gedaald tot een schamele 2000. De opening verliep voorspoedig en al snel stond ik veel beter.

Het dieptepunt van het toernooi volgde in de volgende stelling:

De laatste ronde van een verknoeid toernooi speelde ik tegen Jelle Bulthuis, een vrij jonge speler met een rating van 1995. Opnieuw een rustige openingsopzet, waarin een klein voordeeltje uitmondde in de volgende stelling.

Ondanks deze overwinning was het natuurlijk niet om over naar huis te schrijven. Veel overzien en een punt of 20 rating ingeleverd. Ik zal toch een keer serieus moeten studeren, en besloot het nieuwe boek van Aagaard te kopen (Thinking inside the box).

Het bleek een meesterzet. De belangrijkste les die ik nu al heb geleerd: vergeef jezelf je fouten. Dus Ton: heel misschien ga ik toch nog even door met schaken. Verder heb ik begrepen dat de partij / het proces om beter te worden (wat Aagaard growth mindset noemt) belangrijker is dan de resultaten van nu (fixed mindset). Wat zijn nou 20 ratingpunten bij zoveel leermomenten (lees: fouten)? Ook stelt Aagaard dat de enige manier om echt beter te worden is door je eigen partijen grondig te analyseren. Hmm, er zijn grenzen. Daar slaap ik nog een nachtje over. Zonder paarden op c4 welteverstaan.