Frank van Tellingen

Houd de koning in het midden – basistechniek, deel 1

Met interesse volg ik de belevenissen van het jeugdteam – en haar spelers en dat bracht me op het idee dat zelfs zeer beperkte kennis van bepaalde principes al hele punten kan opleveren. Eén van de belangrijkste aanvalstechnieken die iedere schaker onder de knie moet krijgen die naar 2000-niveau toe wil, is de techniek van het profiteren van een ontwikkelingsvoorsprong.

Goed, iedere stelling is misschien net even anders – maar de basisregels (van wat goed schaken inhoudt) zijn wel vergelijkbaar. De grote Wilhelm Steinitz (de 1e wereldkampioen) heeft een aantal van deze regels voor het eerst geformuleerd. Door tijdelijke en blijvende voordelen in een stelling op te sommen kun je snel zien wie er beter staat (of slechter) en de stelling evalueren. Op grond daarvan (oordeel) volgt dan een plan (wat te doen?). Voorbeelden van blijvende voordelen zijn bijvoorbeeld een versplinterde pionnenstructuur van de tegenstander, dubbelpionnen, achtergebleven pionnen etc. (Een betere structuur). Dergelijke nadelen zijn moeilijk weer weg te werken en leveren op termijn – bijvoorbeeld in midden- of eindspel vaak duidelijk nadeel op.

Samengevat komt het hier op neer:

Tijdelijk voordeel moet worden benut, anders verdwijnt het weer.

Vergelijk het met een voetbalwedstrijd. Als je door een snelle uitbraak met drie spitsen tegen twee verdedigers staat, moet je natuurlijk niet stil gaan staan. De tegenpartij heeft dan weer tijd om alles zo te organiseren dat het voordeel teniet wordt gedaan.

In de hoop dat iemand hier iets van opsteekt, vandaag dus iets over een specifiek tijdelijk voordeel: de vijandelijke koning in het midden. Zelf heb ik veel plezier beleefd aan deze techniek. Een klein voorbeeld:

VanTellingen-NN

Wit aan zet na 7…h6

Een stelling waarin wit een pion heeft geofferd in ruil voor ontwikkelingsvoorsprong. Zwart staat grof genomen al vijf tempi achter in zijn ontwikkeling door zetten die niet direct bijdragen aan zijn ontwikkeling zoals c6? en h6? (als je alle zetten telt die beide partijen nog moeten doen om deze te voltooien). Bovendien staat zijn koning nog in het midden en is de loper op f5 kwetsbaar (ongedekt). Een gevaarlijke combinatie. Als we de principes van Steinitz volgen, dan moet wit nu iets doen met zijn tijdelijke voordeel, anders gaat het verloren. De grote vraag is dus: Wat moet wit doen om te profiteren van zwarts slechte openingsspel?

Het eerste wat je je moet afvragen is:

  1. Staat mijn eigen koning veilig? (Ja).
  2. Heb ik minimaal één aanvaller meer dan dat ik verdedigers heb? (7 tegen 5 – hierbij worden ook de stukken meegeteld die er snel bijgehaald kunnen worden)
  3. Is het centrum gesloten of onder controle (dat heeft voornamelijk met regel 1 te maken)

Natuurlijk zijn er uitzonderingen op deze regels, maar zo globaal genomen kun je dit wel als richtlijn nemen. Als je aan deze voorwaarden voldoet, dan mag je niet alleen aanvallen, je moet ook aanvallen – anders gaat je voordeel verloren. Aanvallen betekent in dit geval – door de ontwikkelingsvoorsprong – dat je je pijlen op de koning richt. Maar in sommige stellingen betekent het ook dat je een positioneel voordeel op de lange termijn weet te bereiken – bijvoorbeeld het bezit van een open lijn of de zevende rij voor een toren.

Dan is het een kwestie van:
1. Zwakke punten opsporen (Lf5 en veld f7)
2. Lijnen openen
3. Concreet uitrekenen hoe nu verder (kandidaatzetten bekijken en een keuze maken).
VanTellingen-NN
Wit heeft twee kandidaatzetten die gebruik maken van de kwetsbaarheid van f7 en Lf5.
A. 8.Pe5
B. 8.Lxf7+
A. 8.Pe5 e6 (Lg6 9.Pxg6 fxg7 10.Dd3) 9.Pxf7! Kxf7 10.Txf5 en wit heeft zijn pion terug met behoud van initiatief.
Variant A is natuurlijk goed genoeg, indien B niet werkt. Laten we het de reservevariant noemen. Er moet tenslotte geen tijdnood ontstaan.

B. zou mijn keus zijn, omdat het shockeffect groter is én omdat het voor zwart iets ingewikkelder is om alles te overzien (en dus de kans op fouten groter). Maar je moet als witspeler wel het vervolg hebben berekend, anders mag je dit niet spelen.

8. Lxf7+! Kxf7 9.Pe5+ Ke6 10.Txf5! Kxf5? 11.Dd3(f3)+ Ke6 12.Dh3+ Kd6 13.Pf7+ gevolgd door Pxd8 en wit wint materiaal. Aan het einde van zo’n variant moet je nog wel even de houtjes tellen. Wit heeft nu zijn tijdelijke voordeel omgezet in een blijvend voordeel (materieel voordeel).

Profiteren van zulke kansen is een eerste basis voor goed openingsspel.
Natuurlijk zullen zulke kansen steeds minder zo eenvoudig komen, naar mate de tegenstand toeneemt. Maar voor iedere schaker in wording is het verplichte kost, net als het gehele oeuvre van Paul Morphy wat mij betreft. (Niet voor niets zei de grote Robbert James Fischer over hem dat het een misvatting was, dat Morphy in de 20e eeuw kansloos zou zijn. Hij was juist van mening dat Morphy iedereen ook dan nog zou verpulveren.) Wordt vervolgd derhalve.
pverigens zou ik alle spelers van de club willen oproepen, indien ze een fraaie partij met dit thema hebben gespeeld, de .pgn-file naar fravatel@gmail.com op te sturen, zodat ik deze fragmenten in een volgend stuk kan gebruiken als voorbeeldmateriaal!

8 Comments

  1. drulovic
    drulovic 11 mei 2016 at 23:15

    Ik vind dat de jeugdspelers nog te snel spelen. Benut de tijd! Er is genoeg.

    Frank: Even iets anders. Toen ik laatst training gaf vroeg ik het publiek wie de grootste tacticus allertijden was (nou ja, van de 21e eeuw in ieder geval). Niemand noemde hem. Jij toch wel direct?

  2. Frank van Tellingen
    Frank van Tellingen 12 mei 2016 at 09:09

    Tal natuurlijk (als het om alle eeuwen gaat) – zoals Kasparov schreef: ordinary mortals calculate variations, Tal saw through them. Maar als je bedenkt dat Garry Kimovich pas in 2005 met pensioen is gegaan, zou ik hem noemen. En van de huidige generatie de jonge Yi. Maar eerlijk gezegd weet ik niet wie je bedoelt.

  3. Frank van Tellingen
    Frank van Tellingen 12 mei 2016 at 09:12

    Benut de tijd: daarover nog iets. Brunia (sorry Wim) zei altijd – en ik denk dat er wat in zit – jeugdspelers spelen te snel pmdat ze niets hebben om over na te denken. De tip “benut de tijd” – zou moeten gaan over de inhoud van het tijsgebruik. “Hoe staat het tactisch?, wat is er veranderd met de laatste zet? En natuurlijk de drie strategische vragen over zwaktes, het slechtst staande stuk en de plannen van de tegenstander.

  4. fredmeister
    fredmeister 12 mei 2016 at 11:47

    Ik rokeer mijn koning altijd. Koning in het midden is mij te link. Maar als jij daar gelukkig van wordt, lekker doen!

  5. drulovic
    drulovic 12 mei 2016 at 12:05

    Tal was ook best aardig, maar zelfs hij was fan van De Nezh.
    Zoals Botwinnik zei: “Nobody sees combinations like Rashid Nezhmetdinov.”

    Anyway: Bosboom rokeert vrijwel nooit. In ieder geval nooit voordat zijn tegenstander dat heeft gedaan. Maar dat is voor normale stervelingen toch niet aan te raden.

  6. Frank van Tellingen
    Frank van Tellingen 12 mei 2016 at 12:10

    Nezh was de één na beste. Overigens om jouw beweringen omtrent de Python te bestrijden: in 1988 won Tal het eerste officiële wereldkampioenschap snelschaken voor o.a. Karpov en Kasparov.

  7. drulovic
    drulovic 12 mei 2016 at 12:28

    Yep, dat weet ik. Cheputaikis was wellicht de enige die snelschakend zijn gelijke was.

  8. Kevin
    Kevin 12 mei 2016 at 16:42

    Bedankt voor dit stukje, waarschijnlijk kan ik er wel wat mee!

Leave A Comment