Hoe worden we beter?

By Published On: 31 juli 2012Categorieën: Analyses, Overige Toernooien4s Reacties

In plaats van de stelling ‘Worden we beter?’, lijkt mij het onderwerp ‘Hoe worden we beter?’ zinvoller. Voor degenen die daarin geïnteresseerd zijn wil ik in een aantal bijdragen een poging doen daarover enige adviezen te geven.
Om te beginnen is de aanschaf van een openingsboek geen overbodige luxe. Dat hoeft niet meteen het meest omvangrijke standaardwerk te zijn, ook een eenvoudig werkje kan voorlopig volstaan, zoals Daan Geerke en Marten Coerts al eens hebben aangetoond. Doe geen poging meteen het hele boekwerk in het hoofd te stampen, maar probeer een globale indruk te krijgen van de materie. Pas echter de beoogde opening of variant wel zoveel mogelijk toe, want pas achter het bord begin je er wat van te begrijpen en komen bepaalde problemen op je af.
Het belangrijkste onderdeel van de openingsstudie begint nu. Als je een beetje goeie tegenstander hebt analyseer dan de cruciale momenten uit de partij, maar ga vooral thuis napluizen wat er al of niet deugde van je afwegingen tijdens de partij. Naast je openingsboek heb je daarvoor tegenwoordig ook de mogelijkheid één van de databanken op Internet te benutten.
Ter illustratie wil ik graag een voorbeeld uit eigen praktijk geven. Een paar jaar gelden (2009) lag in de meimaand het clubschaak stil, wat door een aantal spelers uit het eerste en tweede werd benut voor trainingspartijen. Opzet was dat de tegenstander een paar dagen voordien bekend was zodat men zich op de opening kon voorbereiden. Zo speelde ik een partij (met zwart) tegen Rob Konijn die als volgt begon: 1.e4 c5 2.Pf3 e6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pc6 5.Pc3 a6 6.Le2 Dc7 7.0-0 Pf6 8.Le3 Lb4 9.Pa4! (De theoretische voortzetting. Wit wil niet dat er op c3 geruild wordt en het slaan van de e-pion is levensgevaarlijk) 9…Le7 10.Pxc6 bxc6 11.Pb6 Tb8 12.Pxc8 Dxc8 13.e5 Pd5 14.Lc1

imageDiagram na 14.Lc1 uit Konijn-Andriessen

Tot zover kende ik mijn lesje en hoewel ik het verdere verloop  aan de hand van enkele GM-partijen ooit bestudeerd had, was ik de finesses vergeten.  Wits plan is duidelijk. Hij zal willen vervolgen met 15.c4 gevolgd door b3 en Lb2. Maar dat betekent dat mijn paard naar veld b6 wordt verjaagd en daar heeft hij weinig toekomst. Ik begon me steeds onbehaaglijker te voelen , tot ik toch nog een verdediging ontdekt meende te hebben. Het ging vanuit de diagramstelling als volgt verder 14…0-0 15.c4 Pb616.Lb2 Pa4 17.Ld4 c5! en er zat voor wit niets beter op dan 18.bxa4 cxd4 19.Dxd4 d6! met voordeel voor zwart. Na afloop analyseerden we de stelling en kwamen er al snel achter dat 16.Lb2? fout was en  wit eerst 16.Dd4 had moeten doen, waarna het paard op b6 inderdaad weinig toekomst heeft.
Thuis gekomen keek ik natuurlijk meteen de variant in de databank na en vond de partij Judit Polgar tegen Milos uit 1996, waarin in de diagramstelling 14…Lc5! 16.c4 Pe7 werd gespeeld. Zo heeft het paard weer toekomst en deze wending zit sindsdien in mijn geheugen gegrift.

Naast concrete varianten bestaat de openingstheorie ook uit kenmerken die op verschillende momenten en op verschillende wijze kunnen ontstaan. Op het recente SPA open in Amsterdam deed zich een mooi voorbeeld daarvan voor. Toevalligerwijze ontstond de volgende diagramstelling via dezelfde openingsvariant als in het eerste diagram. In plaats van 9.Pa4 deed de witspeler echter zwakker 9.Lf3 waarop de zwartspeler, onze eigen Dennis Keetman terecht 9…Pe5 deed en de witspeler daarop met 10.Lf4 zijn vermeende troef uitspeelde.

imageDiagram na 10.Lf4 uit Don van den Berg – Dennis Keetman

Op het trainingsgroepje, waar ook Dennis deel van uitmaakte werd de Taimanov-variant van het Siciliaans uitvoerig behandeld, waarbij ook dit soort formatie (Loper op f4 pent Paard op e5) in verschillende variaties aan de orde kwam. Als je de Taimanov speelt moet je weten hoe daarop te reageren. De juiste zet is 10…d6! Het paard staat oersterk op e5, want wit zal het wel nalaten op e5 te slaan. De dan ontstane stelling (na 11.Lxe5 dxe5) is heel goed voor zwart. De zwarte dubbelpion controleert alle belangrijke centrumvelden en hij heeft ook nog het loperpaar cadeau gekregen. Slaat wit niet op e5, dan bijt de loper op graniet en is Lf4 een vrijwel nutteloze zet geweest.
Maar helaas, dit onderdeel van de training was bij Dennis niet blijven hangen en hij deed in de diagramstelling 10…Pxf3 11.Dxf3 e5 en mocht daarbij  nog blij zijn dan zijn tegenstander hem niet met het stukoffer 12.Pf5! meteen het mes op de keel zette.

Maar gelukkig kan ik ook een heel fraai voorbeeld laten zien van wat Dennis op de training wel van de openingsstudie heeft opgestoken. Tegen het Frans was voor de Doorschuifvariant gekozen en Dennis heeft daarmee al de nodige ervaring opgedaan. Tegen Tjark Vos (rating 2030) boekte hij keurige overwinning die u hier kunt volgen.

4 Comments

  1. Konijntje 1 augustus 2012 at 11:45

    Hoi Willem, moet in onze partij 15.c4 geen 15.b3 zijn?

  2. Willem Andriessen 1 augustus 2012 at 15:00

    Rob, bedankt voor je opmerkzaamheid.
    Toen ik op de website mijn stuk zag staan, had ik al het gevoel dat er iets niet klopte in de eerste diagramstelling. Mijn dame stond toch op c7? Wat blijkt, ik heb twee zetten vergeten te vermelden. De zetten 16.b3 Dc7 moeten ingelast worden en daarna is de rest -gelukkig- correct. Of niet, andere lezers?

  3. Frank van Tellingen 6 augustus 2012 at 11:37

    Hallo Wim,

    ik ben het roerend eens met je insteek *hoe worden we beter* is inderdaad een veel zinvollere vraag dan de vraag of we beter worden.

    Wat ook wel helpt is aan de hand van je eigen openingen nog eens nakijken of er voorbeeldpartijen van bestaan – door de databases van Rybka en Fritz is het eenvoudig de goede en minder goede voorbeelden snel te verwerken.

    Misschien is het een goed idee om eens rond te vragen waar de leden op de club nu eens meer van willen weten en dat – daar leren we zelf ook van – de ervarener spelers daar vervolgens wat werk in stoppen om het uit te zoeken? De vraag van de week of zoiets 🙂

  4. WimDriessen 11 augustus 2012 at 13:44

    Beter worden is gewoon een kwestie van hard werken. Schaken leent zich bij uitstek voor zelfstudie. Dus met je neus in de boeken! En dan niet uitsluitend openingsboeken. Ik beveel de volgende titels van harte aan:
    – How to reasses your chess Jeremy Silman
    – Te amateur’s mind Jeremy Silman
    – Silman’s complete endgame course Jeremy Silman
    – chess strategy for the clubplayer Herman Grooten
    – school of future champions 5 delen Dvoretsky en Yusupov Maak niet de helaas veel gemaakte fout om zettenreeksen van buiten te leren. Door een blessure heb ik verstek moeten laten gaan bij de zomertoernooien. Ik heb deze tijd nu aan studie besteed, dus jullie zijn gewaarschuwd!

Leave A Comment