Worden we beter?

By Published On: 17 juli 2012Categorieën: Analyses, Overige Toernooien7s Reacties

Peter zag het allemaal zeer scherp (foto: R. Olthof)Is het spelpeil na de fusie zes jaar geleden van de individuele leden van de Waagtoren gestegen? En kunnen we dat op de een of andere manier meten? Natuurlijk zegt de promotie van het Eerste naar de tweede klasse van de KNSB-competitie iets en ook het herintreden van het Tweede in de derde klasse telt mee, maar pas als beide teams goede middenmoters (of beter) in hun klasse zijn geworden en het Derde zich definitief in de promotie klasse van de NHSB heeft gevestigd, kun je zeggen dat de club als geheel een stap voorwaarts heeft gemaakt.

En hoe staat het met het individuele niveau van de leden, zijn er opmerkelijke prestaties te vermelden? Natuurlijk, Danny de Ruiter won, in navolging van Frank van Tellingen in 2003 en 2004, het persoonlijk kampioenschap van de NHSB, terwijl Maaike Keetman en Shannon Vlaar tweede plaatsen behaalden in hun categorie bij het NK voor meisjes.

Maar waar mijn belangstelling vooral naar uitging waren de prestaties in open toernooien. Daarin bestaat de mogelijkheid je te meten met sterkere en soms heel sterke tegenstanders. Ik heb daarom het NOVA-open in Haarlem eens nader onder de loep genomen en daarbij gekeken naar de resultaten tegen titelhouders of spelers met een rating die rond de 200 punten hoger lag, wat in alle gevallen betekent dat de tegenstander op papier minstens een klasse sterker moest zijn.

In onderstaande lijst ziet u dat in twaalf gevallen zo’n ontmoeting plaats vond en dat daaruit twee punten werden gescoord. Het mag verrassend worden genoemd dat het beste resultaat gescoord werd door iemand uit de B-groep, namelijk Peter van Diepen, die als enige won! Danny en Frank mogen tevreden zijn over hun resultaat van een half punt uit twee partijen, maar het resultaat van Jos met nul uit twee valt een beetje tegen, waarbij aangetekend mag worden dat hij een fraaie kans tegen GM Haslinger onbenut liet, maar ook dat telt.

Dirk van der Meiden GM Castaneda 501 verloren
Frank Agter GM van den Doel (2562) 460 REMISE
Jos Vlaming GM Stewart Haslinger (2533) 373 verloren
Frank Agter GM Harmen Jonkman (2411) 309 verloren
Danny de Ruiter FM David Klein (2411) 293 REMISE
Jos Vlaming FM David Klein (2411) 252 verloren
Wim Nieland Illias v.d. Lende (2258) 242 verloren
Dirk van der Meiden Gareth Haslinger (2258) 241 verloren
Wim Nieland Christopher Brookes (2217) 201 verloren
Peter Hoekstra Peter de Roode (2171) 201 verloren
Peter van Diepen Catheleijne Sanders (1851) 197 GEWONNEN
Danny de Ruiter IM Afek (2291) 172 verloren

Wat meer zegt wellicht de volgende tabel. Daar is gekeken naar de gemiddelde rating van de tegenstander minus de eigen rating tenslotte uitgezet tegen de eindscore. Opgemerkt moet worden dat Ton Fasel en Maaike Keetman niet op deze lijst voor konden komen, omdat zij bij de hoogste ratings in hun groep behoorden dus gewoon niet in staat waren tegen veel spelers met een hogere rating uit te komen. Opmerkelijk ook hier de hoge positie van Dirk van der Meiden. Dirk had louter van doen met spelers van 2100 of hoger en gezien het gemiddelde verschil van 214 punten per partij mag zijn score van 1½ uit 5 gewoon goed genoemd worden. Ook Peter hoeft zich bij een gemiddeld rating verschil van 138 punten niet te schamen over zijn eindscore. Voor de rest blijkt dat Jos en vooral Danny deze keer niet boven zichzelf uit wisten te stijgen.

Dirk van der Meiden 2231-2017 +214 1½ uit 5
Peter van Diepen 1792-1654 +138 2 uit 6
Frank Agter 2190-2102 +088 2½ uit 5
Wim Nieland 2099-2016 +083 1 uit 5
Peter Hoekstra 2051-1970 +081 2 uit 5
Danny de Ruiter 2133-2119 +014 1½ uit 5
Shannon Vlaar 1762-1761 +001 3½ uit 6
Jos Vlaming 2158-2160 -002 2½ uit 5

Kunnen we conclusies trekken uit dit cijfermateriaal? Ik laat het graag aan u over en ga over tot het echte schaken. Het mooiste resultaat werd natuurlijk behaald door Frank Agter met zijn eervolle en dik verdiende remise in de eerste ronde tegen Grootmeester Erik van den Doel. De partij met enige aantekeningen kunt u hier vinden.
Een hoogst opmerkelijk moment ontstond in de partij van Jos Vlaming tegen de Engelse grootmeester Stewart Haslinger in de tweede ronde.

imageDiagram na 14…b6 uit Vlaming-Haslinger

Jos z’n laatste zet was 14.Lb2-a3 kennelijk met de bedoeling zijn loper na het voor de hand liggende 14…Dc7-a5 om te spelen met La3-c1. Dus dacht Hassinger waarschijnlijk iets als ‘daar doen we niet aan mee’ en speelde 14…b6, waarmee de diagramstelling is bereikt. Maar had Jos daarop niet 15.Pxd4! kunnen doen gezien de open diagonaal h1-a8? 15…cxd4 is niets wegens 16.Lxe7 dus is 15…Pxd4 16.Lxa8 Pec6 het enige. Nu geeft 17.Lxc6 Dxc6 18.f3 Te8 zwart voldoende tegenspel, maar het door Rybka aangegeven 17.Lb2 Lh3 18.Lxd4 cxd4 19.Lxc6 Dxc6 20.f3 Lxf1 21.Dxf1 levert wit een gezonde pluspion op. In de partij deed Jos 15.Lc1 Lb7 16.Lf4 Dd7 17.Pg5 en toen ging het steeds verder de verkeerde kant op.

7 Comments

  1. Jan Poland 17 juli 2012 at 22:37

    Een blik op de ratingviewer van de KNSB geeft van de top 48 van de vereniging bij 27 spelers een stijging in de rating, bij 20 een daling in de rating en 1 blijft gelijk. Referentie periode is mei 2010 – mei 2012.

    Wij worden dus beter, daar hebben wij de onbegrijpelijke insteek van Peter niet voor nodig. Peter is overigens in deze periode gedaald van 1678 naar 1654.

  2. TF 18 juli 2012 at 12:01

    De ratingsite van Mark Huizer heeft ook een leuk overzicht met de gemiddelde rating per club. Hier de grafiek van De Waagtoren:
    http://xaa.dohd.org/rating/clubavggraph.php?club=934

  3. Willem Andriessen 18 juli 2012 at 16:45

    Het cijferwerk van Jan Poland kan beter

    Jan Poland is een echte cijferfetisjist en hij ziet in getallen veel meer dan ik bij benadering kan bevatten. Hij beweert dat in een periode van twee jaar 27 spelers zijn gestegen en 20 gedaald met hun rating. Maar wat zegt me dat. Zijn die 27 een klein beetje gestegen en die 20 sterk gedaald of wellicht omgekeerd? En als stijging en daling gelijk verdeeld waren duidt een verhouding van 27 tegen 20 dan op een groot verschil? Maar volgens Jan betekent dit dat we beter worden!
    Om het voor mijzelf wat begrijpelijker te maken ben ik daarom maar eens in het bestaande cijfermateriaal gedoken. Uit de lijst van de NHSB vergeleek ik de ratings van twaalf van onze beste spelers over de periode vanaf mei 2006 tot 2012 de bestaansperiode van De Waagtoren. Ik telde de KNSB-rating van de volgende spelers bij elkaar op en nam het gemiddelde. Frank Agter, Daan Geerke, Gerard de Geus, Peter Hoekstra, Rob Konijn, Dirk van der Meiden, Wim Nieland, Roland Punt, Danny de Ruiter, Frank van Tellingen, Henry Veneman en Jos Vlaming kwamen in mei 2012 uit op een gemiddelde rating van 2079. In mei 2006 was de gemiddelde rating 2026. Een verschil dus van ruim 50 punten per speler. Nemen we daarbij in aanmerking dat een van die twaalf spelers de junior Danny de Ruiter was die in die zes jaar steeg van een rating van 1810 naar 2119 (+309) en we laten die buiten beschouwing dan is gemiddelde stijging slechts dertig punten en dat is ongeveer gelijk aan de jaarlijkse ratinginflatie. Kortom er is geen of nauwelijks enige stijging van het niveau aan de top van de club.
    Dit is geen kritiek op wie of wat dan ook, maar simpel een vaststelling. Voordat de Waagtoren een stevige KNSB-club is met een team in de tweede en derde klasse en een derde team in de promotie klasse van de NHSB moet er nog wel wat gebeuren. Gelukkig komen er een aantal jeugdspelers aan, maar wat mij vooral bezig hield was of de vaste topspelers sterker werden. Een positief punt is dat er dit jaar veel meer aan open toernooien wordt deelgenomen. Dat is een van de mogelijkheden om je spelpeil te verhogen, als je tenminste niet te veel feest zoals Rob Konijn aan het Bulgaarse strand. Het is wennen, uitkomen tegen een speler die minstens een klasse sterker is. Je twijfel bij normale zetten, overal dreigingen zien opdoemen.
    Als je de kans krijgt analyseer na afloop met je tegenstander, daar kun je veel van opsteken. Een mooi voorbeeld hoe je denken beïnvloed kan worden vind ik het fragment van Jos tegen GM Haslinger in mijn vorige bijdrage. Jos vertelde dat hij de wending met 15.Pxd4 helemaal niet had gezien. Maar ik durf er de splinternieuwe iPad van mijn vrouw onder te verwedden, dat Jos deze zet wel had gezien als hij die stelling in de interne op het bord had gekregen. Hij geloofde de grootmeester gewoon en dat doet hij de volgende keer wellicht niet meer!
    We worden misschien wel beter Jan, maar we zijn het nog niet.

    Willem Andriessen

  4. Jan Poland 19 juli 2012 at 18:23

    Ook Wim concludeert dat de vereniging is gestegen, maar hij gooit toet in zijn eigen eten door het begrip ‘ratinginflatie’ te introduceren. Hoe dit fenomeen wordt berekend vermeldt Wim er helaas niet bij, wellicht volgt deze berekening nog. De grafiek van Ton is ook leuk, de ups en downs worden mooi zichtbaar. Is de piek in de jaren 90 van 0-0-0 of VVV of ASG?

  5. Konijntje 19 juli 2012 at 20:04

    Ratinginflatie bestaat wel degelijk, in 1995 stond je met een rating van 2075 in de top 50 van Noord Holland, tegenwoordig heb je daar een rating van 2175 voor nodig. Hetzelfde principe geldt voor de Nederlandse ratinglijst.

    Zie http://www.nhsb.nl/index.php?pageID=17&periodeID=20120501&typerating=1

    Dus als de gemiddelde rating van je club gelijk blijft, kom je achter op de rest van Noord Holland.

    Het is lastig te zeggen wat dat zegt over speelsterkte. Waarschijnlijk zijn de actieve toernooispelers sterker gaan spelen door de computer/internetschaak, en de snellere verspreiding van openingskennis. Dus de algehele stijging van de rating komt ook doordat iedereen sterker speelt dan vroeger (gemiddeld gezien dan ;))

    Dus mijn conclusie: we worden wel iets beter, maar we worden minder snel beter dan de gemiddelde schaker

  6. TF 19 juli 2012 at 22:09

    @Jan: club-id 934 was voorheen 0-0-0 (zie b.v. : http://www.onjk.nl/2005/deelnemers_pop.php )

  7. Peter van Diepen 23 juli 2012 at 17:08

    Het is natuurlijk leuk om te lezen dat ik goed had gepresteerd, maar die ratings zeggen mij niet veel.

    Tegen Catheleijne Sanders 1851 had ik geluk, maar tegen Piet Vander Cruyssen 1810 had ik pech. Ik had de opening goed gespeeld, een pion buit gemaakt en had gewoon moeten doorzetten met 26. c4. Kortom ik stond beter! De oudere lezers van het Hoornse Paard herinneren zich waarschijnlijk nog wel wat er dan altijd gebeurde.

    Op de beruchte zaterdagavond (na een zware partij in de ochtend en zware partij in de middag) speelde ik tegen Herman Lemkes 1776 en volgens Houdini kon ik het eenvoudig afmaken met 52…Lxd3. Maar het was al bijna twaalf uur s’nachts en ik zag het niet. Een paar zetten later ontsnapte mijn tegenstander met een herhaling van zetten.

    Zondagmorgen speelde ik met mijn duffe hoofd een partij van meer dan 110 zetten. Althans zoveel zetten heb ik achteraf gereconstrueerd. Misschien waren het 20 zetten meer. We speelden namelijk steeds heen en weer en herhaalden zetten, omdat we elke keer als we de klok indrukten 10 seconden meer kregen. In deze partij kwam ik goed uit de opening. In het middenspel ging het even fout. Daarna kreeg ik toch een tegenaanval. Daar had ik het ergens af kunnen maken. Toen kwam er een eindspel waar ik steeds voordeel had. Ik durfde niet af te wikkelen naar een gewonnen pionneneindspel. Ongeveer 10 zetten voor het einde raakte de batterij van de klok leeg en moest de scheidsrechter een andere klok instellen. Ik had toen pionnen op a5 en h7 en een toren op h6. De tegenstander had alleen een toren op h8. Desondanks kreeg ik het voor elkaar om ook dit eindspel in remise te laten verzanden.

    Kortom ik vond dus dat ik in dit toernooi niet goed had gepresteerd. En dat heeft niets te maken met die hogere ratings van mijn tegenstanders.

Leave A Comment