Inleiding
Het
Alkmaarse Systeem is een competitiesysteem, bedoeld voor schaakclubs, maar vast
ook geschikt voor andere verenigingen met een soortgelijke competitie. Het is
een zogenaamd laddersysteem, waarbij alle spelers in één grote groep spelen
(dus maximaal één speler heeft geen tegenstander). De puntentoekenning is,
zowel bij winst, remise als bij verlies, gerelateerd aan de vereenvoudigde
rating van de tegenstander.
Het systeem is voor het eerst in praktijk is gebracht bij De Waagtoren, de
grootste Alkmaarse schaakclub en de vereniging van de ontwerper van het
systeem.
Waardecijfers
en puntentoekenning
Bij
aanvang van de competitie krijgt elke speler het waardecijfer toegewezen dat
correspondeert met zijn rating, volgens tabel 1 ( eerste en vierde kolom). 1.)
Als dit gebeurd is speelt de rating in principe geen rol meer in het eigenlijke
systeem. Het waardecijfer blijft het
gehele speelseizoen hetzelfde. Spelers die later toetreden krijgen op grond van
hun rating een waardecijfer. 2.) Het
aantal spelers met een gelijk waardecijfer kan dus variëren.
|
rating bij aanvang |
verlies |
afbericht |
waardecijfer remise |
vrijstelling |
winst |
|
>= 2000 |
0 |
8 |
12 |
16 |
24 |
|
1900 - 2000 |
-1 |
7 |
11 |
15 |
23 |
|
1800 - 1900 |
-2 |
6 |
10 |
14 |
22 |
|
1700 - 1800 |
-3 |
5 |
9 |
13 |
21 |
|
1600 - 1700 |
-4 |
4 |
8 |
12 |
20 |
|
1500 - 1600 |
-5 |
3 |
7 |
11 |
19 |
|
1400 - 1500 |
-6 |
2 |
6 |
10 |
18 |
|
1300 - 1400 |
-7 |
1 |
5 |
9 |
17 |
|
< 1300 |
-8 |
0 |
4 |
8 |
16 |
Tabel
1
Bij verlies, remise en winst krijgt men een aantal punten dat afhangt van het waardecijfer van de tegenstander (blauw in de tabel).
Bij
afbericht en bij bond- en bekerwedstrijden krijgt men een aantal punten dat
afhangt van het eigen waardecijfer, evenals bij het niet kunnen spelen
buiten eigen schuld.
Voor ieder speler geldt altijd: bij remise krijgt hij het waardecijfer van de
tegenstander, bij winst diens waardecijfer plus 12 en bij verlies diens
waardecijfer min 12 punten. (Ga dit na in tabel 1.)
1.) In
formulevorm: Het waardecijfer is gelijk aan het naar beneden op een heel getal
afgeronde honderdste deel van de rating, verminderd met 8, waarbij een maximum
geldt van 12 en een minimum van 4.
2.) Spelers die geen rating hebben krijgen als regel het laagste waardecijfer,
tenzij men vermoedt dat ze sterker zijn. In dat geval kan de wedstrijdleider ze
eventueel een voorlopig waardecijfer toekennen en dit zo nodig na enkele
maanden corrigeren. Het gaat hier natuurlijk om uitzonderlijke gevallen waarin
de wedstrijdleider creatief met de regels van het systeem kan omgaan.
De
startpunten
De beginranglijst is gebaseerd op de startpunten van de spelers (tabel 2.).
Als startpunten krijgt iedere speler 300 punten toegekend, vermeerderd met drie maal zijn waardecijfer. Men moet de beginranglijst zien als een voorlopige ordening naar sterkte, waarbij de verschillen echter minimaal zijn en (nog) niet in verhouding staan tot de krachtsverschillen.
|
waardecijfer |
startpunten |
|
12 |
336 |
|
11 |
333 |
|
10 |
330 |
|
9 |
327 |
|
8 |
324 |
|
7 |
321 |
|
6 |
318 |
|
5 |
315 |
|
4 |
312 |
Tabel
2
De
indeling
De indeling geschiedt in principe op dezelfde manier als bij andere
laddersystemen: 1 tegen 2, 3 tegen 4 enz. En als spelers al tegen elkaar
gespeeld hebben, wordt de eerst volgende beschikbare tegenstander genomen.
Het verdient aanbeveling het seizoen in drie periodes te verdelen; in elke periode kan men slechts één keer tegen dezelfde tegenstander spelen. Ook wordt aanbevolen dezelfde spelers pas opnieuw tegen elkaar in te delen als er vier speelronden zijn verstreken.
Voor de indeling van de eerste ronde kan men een ander principe hanteren.
Aantal
ronden
In het ideale geval spelen alle deelnemers iedere clubavond voor de interne competitie. In dat geval kan men er van uit gaan dat bij een aantal ronden van ongeveer 1/3 van het aantal deelnemers (met een minimum van 20 ronden) een eindranglijst wordt verkregen die goed recht doet aan de gebleken krachtsverschillen. Toch doet men er goed aan bij zo’n 60 deelnemers minstens 30 ronden te spelen, daar het aantal werkelijk gespeelde interne partijen voor veel spelers dan niet veel hoger dan 20 zal zijn.
Vergoedingen
De praktijk is dat spelers soms op een clubavond geen interne partij kunnen spelen. In geval van ‘overmacht’ (oneven zijn of een verplichting voor de club hebben, zoals een bondswedstrijd moeten spelen) is het redelijk er van uit te gaan dat de speler de mogelijkheid wordt ontnomen om een winstpartij te spelen en hem derhalve een vergoeding te geven die boven het waardecijfer oftewel de gemiddelde kansverwachting (50%) ligt. Volgens de kolom Vrijstelling in tabel 1 is de vergoeding in die gevallen gelijk aan het waardecijfer plus 4 punten.
Voor de vergoeding bij bondswedstrijden kan men echter ook een andere keuzes maken.
Bij afbericht wordt als regel een vergoeding gegeven van 4 punten minder dan het waardecijfer. Deze vergoedingen komen verhoudingsgewijze overeen met dat wat in het Systeem Keizer gebruikelijk is.
Tot zover de beschrijving van de principes van het Alkmaarse Systeem. Voor de meeste deelnemers is bovenstaande kennis ruim voldoende. Er volgen nog enkele opmerkingen en toelichtingen:
Voor de indeling van de eerste ronde kan men desgewenst een ander principe hanteren.
Dit o.a. om te voorkomen dat de twee sterkste spelers direct al tegen elkaar moeten uitkomen. Hiervoor zijn meerdere varianten denkbaar. Een aardig alternatief is de volgende wijze van indelen: de aanwezige spelers worden gesorteerd op rating en dan in drie ongeveer even grote groepen van een even aantal spelers verdeeld. Vervolgens wordt binnen de groepen random ingedeeld.
Alternatief bij bondswedstrijden
Een vereniging kan er ook voor kiezen om bij bondswedstrijden een vergoeding te geven afhankelijk van het resultaat. (Men speelt dan voor zijn eigen waardecijfer of b.v. voor het waardecijfer dat de tegenstander zou hebben als hij bij de club intern zou spelen.)
De voor- en nadelen van een vaste dan wel resultaatafhankelijke vergoeding zijn altijd punt van discussie en iedere vereniging moet hierin een keuze maken. De Waagtoren heeft gekozen voor vaste (resultaat onafhankelijke) vergoedingen.
Ook de vergoeding die wordt gegeven als een speler afbericht geeft op de clubavond omdat hij op een andere dag in de week een bondswedstrijd speelt is arbitrair en kan door de vereniging worden bepaald. Aanbevolen wordt om in dat geval het waardecijfer als vergoeding te geven, tenzij het beleid is om het resultaat van de partij bepalend te laten zijn.
In feite krijgt iedere speler bij afbericht 1/3 van zijn ‘winstwaarde’ en is de vrijstelling 2/3 daarvan. Deze vergoedingen zijn dus overeenkomstig de in het Systeem Keizer gebruikelijke vergoedingen, die in de praktijk hebben bewezen te voldoen:
Ieder speler krijgt bij winst 24 punten meer dan hij bij verlies krijgt. Bij afbericht krijgt hij 8 punten meer dan bij verlies (tegen iemand van zijn eigen sterkte) en bij de vrijstelling krijgt hij 16 punten meer dan bij verlies (tegen iemand van zijn eigen sterkte).
Bij afbericht zal men gemiddeld een weinig dalen op de ranglijst ten opzichte van zijn concurrenten. Deze daling is bij een enkel afbericht vergelijkbaar met de daling in het Systeem Keizer. Als een speler echter een reeks afberichten achter elkaar geeft dan is de daling geringer dan in het Systeem Keizer. Immers wordt daar de vergoeding lager als de speler lager op de ranglijst wegzakt, waardoor de daling wordt versterkt.
Om netto een ongeveer gelijk resultaat te verkrijgen kan men desgewenst een maximum stellen aan het aantal keren dat iemand een puntenvergoeding krijgt bij afbericht (b.v. maximaal acht keer).
Het Alkmaarse Systeem vergeleken met het Zwitsers systeem en met
het Systeem Keizer
Het systeem kent overeenkomsten met het Zwitsers systeem en met het Systeem Keizer. De belangrijkste overeenkomst is de wijze van indelen en het spelen in één groep.
Het voordeel t.o.v. het Zwitserse systeem is dat er onderscheid wordt gemaakt naar sterkte, wat betreft de puntentoekenning. Hierdoor is de eindranglijst - vooral in het middensegment - veel meer in overeenstemming met de geleverde prestatie, dan bij het Zwitserse systeem. Overigens is het Zwitserse systeem wel geschikt voor korte toernooien waarbij het er om gaat één of enkele winnaars bovenaan te krijgen.
Het voordeel t.o.v. het Systeem Keizer is dat het Alkmaarse Systeem veel eenvoudiger is wat betreft de puntentoekenning; spelers kunnen hun puntenaantal eenvoudig nagaan. Bovendien wordt in het Alkmaarse Systeem ook bij een verliespartij onderscheid gemaakt naar sterkte van de tegenstander en bij het systeem Keizer niet. Verder is in het Systeem Keizer het waardecijfer gekoppeld aan de plaats op de ranglijst, wat op theoretische gronden aanvechtbaar is. De ‘mobiliteit’ op de ranglijst - en hierdoor de schommelingen op de ranglijst in het begin van de competitie - is bij het Alkmaarse Systeem groter dan bij het Keizer Systeem (maar minder groot dan bij het Zwitserse systeem).
Bert Buitink, ontwerper van het systeem